VU Magazine 1992 - pagina 315
z o
c
H
T
Aan wie heb je meer als werkgever, aan iemand met een gespannen of met een ontspannen persoonlijkheid? hlet blijkt allemaal niet zo veel uit te maken. Dat kun je afleiden uit het proefschrift 'Persoonlijkheid en werkbeleving' w a a r o p P.T. van den Berg aan de Vrije Universiteit gepromoveerd is. Gespannen mensen, constateerde hij, werken vaak prestatiegericht en zijn zeer gemotiveerd. Mensen die daarentegen
weinig gespannen zijn, bezitten doorgaans een grote emotionele stabiliteit en functioneren naar eigen zeggen prima. hHet type persoonlijkheid zegt dus niet alles over de geschiktheid voor een bepaalde baan. Zowel gespannen als ontspannen mensen kunnen uitstekend tot hun recht komen. De aard van het werk - of een baan leuk en uitdagend is, of men prettige collega's heeft blijkt belangrijker voor iemands functioneren dan de persoonlijkheid. h-let is een conclusie die nogal kritisch oogt ten aan-
zien van de betekenis van psychologische tests. Die pretenderen immers de persoonlijkheid van een sollicitant te doorgronden en te kunnen voorspellen of de sollicitant geschikt is voor een bepaalde baan. N u is het doorgronden van iemands persoonlijkheid al geen kinderachtige klus, en mocht dat al gelukt zijn, dan blijkt de persoonlijkheid bepaald niet doorslaggevend voor iemands functioneren. Voor Van den Berg is dat echter geen aanleiding de betekenis van psychologische tests te relativeren. Hij beweert nu
een nog complexer model ontwikkeld te hebben waarin alle mogelijke persoonlijkheidskenmerken opgenomen zijn, die iemands geschiktheid voor een functie kunnen voorspellen. hHet lijkt een vlucht naar voren. In plaats van toe te geven dat hij het ook niet allemaal weet, gooit de onderzoeker er nog maar eens een extra ingewikkeld computermodel tegenaan. Liever de tong inslikken dan onzekerheid erkennen.
Desiderius zelve (van wie een motto aan de inhoud vooraf gaat) geëerd zijn, dient men echter Willemsens voorv/oord te lezen waarin hij zijn zoon Erasmus, temidden van vele anderen, dankt voor diens bijdrage aan de voltooiing van deze monnikenklus. Het is een uitputtend naslagwerk geworden dat noodt tot bladeren en - zoals vaker het geval is met woordenboeken en encyclopedieën - zich vervolgens nauwelijks nog laat wegleggen. Encyclopedie; het woord stamt, blijkens het onderhavige lemma in 'Woordenboek Filosfie', van het Griekse Enkyklios paideia dat 'de musische vorming van de vrijgeboren jongeling' betekent, heeft een tijd lang als etiket gediend voor alle parate kennis inzake wetenschap en cultuur waarover een beetje intellectueel diende te beschikken, en is thans teruggebracht tot een praktisch overzicht van de stand van zaken op het gebied van kunsten en wetenschappen. Dat de moderne mens niet langer geacht wordt deze ency-
clopedische kennis ook daadwerkelijk paraat te hebben, maar ze zonder schroom mag op- en naslaan in (onder andere) boekvorm, valt niet, althans niet uitsluitend, aan toenemende gemakzucht en domheid van de menselijke soort te wijten. Het eheel van wetenschappe^i'ijke inzichten, specialismen en theorieën is immers zo explosief toegenomen, dat geen menselijk brein dat allemaal nog kan vatten, volgen en vooral vasthouden. Die wetenschappelijke wildgroei geldt niet in de laatste plaats ook de filosofie zelf, waar alleen al de talrijke elkaar tegensprekende stromingen en steeds sterker geïsoleerd rakende deelgebieden de samensteller in zijn inleiding naar het woord 'pluralisme' (de omstandigheid dat er meerdere opvattingen bestaan over een verschijnsel, zonder dat deze terug te voeren zijn op één leidend beginsel) doen grijpen. Als het aan Georg Wilhelm Friedrich Hegeihad gelegen was het zo ver niet gekomen. Hij trachtte hondervijftig
jaar geleden een wijsgerige samensmelting te bewerkstelligen van maarliefst vierentwintig eeuwen filosoferen. Die synthese bleek tot mislukken gedoemd. Sinds een dergelijk monistisch geheten streven ongeveer gelijk gesteld is met het zoeken naar de kwadratuur van de cirkel, is de filosofie, en al wat daarvoor doorgaat, er bepaald niet overzichtelijker op geworden. M a a r gelukkig staat dan nu dit 'Woordenboek Filosofie' in de kast.(GJP)
R.P.fl. Munnik (red.). Natuur en christelijke traditie: een moeizame verhouding; MCKS/Boekencentrum, f 22,50 D. Pranger, Het beëindigen van kunstmatige voeding bij aanhoudend vegeterende patiënten; Thesis Publishers, f 39,50
I Gespannen
Harry Willemsen (red.), Woordenboek Filosofie, Van Gorcum, f69,50.
Op de plank Walter Benjamin, Kleine filosofie van het flaneren. Passages, Parijs, Baudelaire; SUA, f 3 8 , 5 0 SigmuntI Freud, Geschriften over behandelinqstechniek /
«Il
I
/ Over 'wilde' psychoanalyse / De eindige en oneindige analyse / Constructies in analyse en andere teksten; Klinische beschouwingen 4; Boom, f51,-
(KN)
Peter Kloos (red.). Antropologie: een juweel van een vak. Van Gorcum, f 29,90 Jacqueline Berg & Tijn Touber, Geluk? Daar kom ik mijn bed niet voor uit! Lessen in geluk; Bigot & Van Rossum, f 2 2 , 5 0 Jules de Leeuwe, Myte en rite als bron. Van Gorcum, f 32,50 John Preston, De maan aanraken; op zoek naar SHE in Oeganda; Mingus, f 27,50 Gert de Wit, Evenwicht; stabilisatie en oriëntatie; V U Uitgeverij, f 2 9 , 5 0 G.N.M. Vis, Jan Arentsz, de mandenmaker van Alkmaar, voorman van de Hollandse reformatie; VeHoren, f 29,Fernöo Mendes Pinto, Pelgrimsreis, de Prom, f 85,G. Horinck (red.), Diakonie in verleden en heden. De Vuurbaak; f 2 9 , 7 5 . v u AAAGAZINE SEPIÏM8ER 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's