VU Magazine 1992 - pagina 239
VOORUITGANG 1789. Claude Garamond deed zoiets zelfs al in 1544. En de eerste cursiefletter werd in 1500 door Francesco Grillo gesneden voor een Venetiaanse drukkerij (vandaar de Angelsaksische term italic voor cursief). Het zou 435 jaar duren voor er in deze bedrijfstak wezenlijk iets veranderde. In 1885 vond Ottmar Morgenthaler echter de Intertype uit, die het gieten van losse letters en het handzetten overbodig maakte. D e oude letterbakken konden geleegd in de smeltpot, en zijn sindsdien, gevuld met allerhande pruUaria, terug te vinden in menige Hollandse huiskamer. AUeen voor bijvoorbeeld geboorte- en visitekaartjes rukt de drukker tegenwoordig nog wel eens een ouderwetse letterbak uit de kast. De Intertype was de eerste in een serie van zetmachines die met behulp van een toetsenbord, een assortiment matrijzen en een loodpot, complete regels produceerde die, aaneengeschoven, zó ter perse konden. Als die oude Gutenberg dat nog eens had mogen meemaken! Overigens is nog altijd omstreden of deze Duitse uitvinder, die in 1447 zijn astronomische kalender produceerde, in 1454 overstapte op het drukken van aflaatbrieven als meer lucratieve bezigheid, en in 1455 een primeur had met een gedrukte bijbel, wel de allereerste was. In Nederland schrijft men de uitvinding van de boekdrukkunst graag toe aan de Haarlemmer Laurens Jansz. Coster, terwijl de Britten daarvoor hun William Caxton verantwoordelijk houden. Maar in feite was geen van drieën de eerste. In de elfde eeuw vervaardigde in China ene PI Sjeng al losse lettertekens van aardewerk. Vanwaar al deze wijsheden? Die vallen te vergaren in het Grafisch Museum Drenthe. In een voormalig pakhuis in het gezellige hart van de stad Meppel, vindt men de geschiedenis terug van de drukkunst. Of, zoals men het in het handzame gidsje zelf wat al te ambitieus uitdrukt, van 'de mens en zijn tekens'. Dat laatste verwijst dan met name naar hetgeen is uitgestald op de bovenste verdieping, waarheen de bezoeker allereerst vriendelijk doch dringend gedirigeerd wordt. Want men begint in Meppel graag bij het begin.
anders wordt het een janboel. Twee trappen op en men betreedt een schaars verHchte grot waarin wandschilderingen zoals die in Zuid-Frankrijk van onze vroege voorouders zijn teruggevonden. In de vitrines tal van voorbeelden uit een ver verleden, van de schriftelijke uitingsdrift van homo sapiens. Van ideogrammen, via kleitabletten en het schrift der Sumeriërs, Babyloniërs en Egyptenaren, tot het ontstaan van het alfabet. O p deze bovenverdieping is strikt chronologisch te volgen hoe de mens van pen tot pers geraakte. Hoogst interessant. Maar de intrigerende geur van drukinkt en het geluid van stampende machines, die opstijgen van één etage lager, oefenen een on'weerstaanbare aantrekkingskracht uit. In tegenstelling tot de bezadigde, historisch verantwoorde rust die 'de mens en zijn tekens' op de bovenste verdieping omgeeft, heerst er op de eerste etage een bedrijvigheid van belang. Hier zijn ambachtsHeden in nostalgisch blauwe stofjassen in de weer met een compleet machinepark dat zo lijkt weggesleept uit een drukkerij van rond 1900. Een werkend museum, daar kwamen we uiteindelijk voor naar Meppel! De vrijwilligers (twee oudere en een jongere man) zijn vriendeUjk en toeschietelijk, en demonstreren gevraagd of ongevraagd, hoe de letterbakken zijn ingedeeld, de zethaak wordt gevuld, en hoe de Monotype de op een brede blauwe ponsband ingetypte informatie omzet in loden letters en ze ook nog eens razendsnel tot kant en klare regels samenvoegt. AanschouweHjk onderricht. Als de bezoeker nu zo vriendelijk wil zijn z'n naam op te geven aan de vrijwilliger achter het indrukwekkende toetsenbord van de Intertype (die van meneer Morgenthaler uit 1885 dus), staat hij nog geen halve minuut later met een warm staafje lood in handen, waarop die naam in reliëf, en uiteraard in spiegelbeeld, is weergegeven. Loopt hij daarmee naar het aanpalend vertrek, dan is een andere vrijwilliger hem behulpzaam bij het drukken op een proefpersje (vroeger in gebruik om het verse zetsel aan een eerste correctie te onderwerpen) van een prent met de afbeelding van een zeer Drents landschapje. Even later is de bezoe-
ker een stukje drukwerk rijker, waarop zijn naam vermeld is, plus de trotse mededeling dat hij de plaat eigenhandig heeft gedrukt in het Grafisch Museum Drenthe. Het brokje lood krijgt hij echter niet terug. Dat wordt weer gesmolten. Want lood, doceert de vrijwilliger op beminnelijke toon, is duur en nauwelijks nog te krijgen. En ongezond bovendien. Er valt genoeg te zien in dit Grafisch Museum, dat daarom zeker een bezoek waard is. En dit dan niet alleen vanwege de prachtige persen en de reproduktiecamera's die er staan o p gesteld en die voor het grootste deel nog bedrijfsklaar zijn. O o k andere technieken - zeef- en steendruk bijvoorbeeld - worden er getoond, en de bezoeker krijgt er het verschil tussen hoogdruk, vlak- en diepdruk helder uitgelegd. Er staat zelfs een grote kuip opgesteld, waaruit uit pulp en water, papier wordt geschept. O o k aan dit laatste procédé is in eeuwen nauwelijks iets veranderd, zij het dat machines de mens het edele schepwerk uit handen hebben genomen. En dan is er op de begane grond nog een zaal waar het binden van bedrukt papier tot echte boeken wordt getoond en gedemonstreerd door een geduldige dame. Als ze even geen aanloop heeft, maakt ze van resten papier fraaie blanco kadoboeken die in het museumwinkeltje te koop zijn. 'Handwerk' staat er achterin deze boekjes met de hand geschreven. Kom daar nog eens om in dit onromantische tijdperk! Alleen de afdeling waar moderner, maar inmiddels ook al weer verouderd, grafisch materieel staat opgesteld, spreekt minder tot de verbeelding. Zoals gezegd zijn de ontwikkelingen in deze sector niet meer bij te benen. Maar men moet ook niet altijd compleet willen zijn. Dat hoeft zeker niet voor dit alleraardigste museum dat geen enkele blaam treft als het zich tot de boekdrukkunst zou beperken.
Grafisch Museum Drenthe, Kleine Oever 11, Meppel. Telefoon: (05220) 58259. Dinsdag tot en met zaterdag geopend van 13.00 tot 17.00 uur; na afspraak voor groepen ook 's morgens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's