Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 109

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 109

3 minuten leestijd

VOORUITGANG manente tentoonstelling op de eerste verdieping, die een overzicht geeft van de geschiedenis van de fotografie. M e n verwacht er misschien een zaal met antieke camera's en een tweede zaal met vergeelde foto's, maar het boeiende is juist dat die twee onderdelen vermengd zijn, en dat de camera's er bovendien doeltreffend uitzien, terwijl de foto's bewijzen dat onze voorouders er heel goed mee overweg konden. Samen vertellen de foto's en de apparatuur een verhaal waarin technische vindingrijkheid en artistieke creativiteit hand m hand met elkaar oplopen. D e geschiedenis begint bij negentiende-eeuwse uitvinders als Daguerre en Talbot, die experimenteerden met lichtgevoelige materialen. De dagueneotypie, die gebruik maakt van verzilverde koperplaten, werd in het negentiende-eeuwse Frankrijk snel populair. Maar de door de Engelsman Talbot uitgevonden calotypie, die tot minder houdbare en scherpe resultaten leidde, moet als basis van de huidige fotografie worden beschouwd. Talbot maakte als eerste gebruik van een negatief, gemaakt door zilvernitraat en kaliumiodide op schrijfpapier te belichten, waar meerdere positieve afdrukken van konden worden gemaakt. In plaats van het schrijfpapier gingen zijn opvolgers glasplaten gebruiken en de afdrukken werden gemaakt op alhuminepapier (voor de doe-het-zelver: albumine is zuiver eiwit, het werd vermengd met zilverzouten). Met behulp van deze misschien eenvoudige hulpmiddelen werden landschapsfoto's gemaakt die nog steeds indrukwekkend zijn door hun technische perfectie en zorgvuldige compositie. In het museum hangen er originele afdrukken van, net als van de fraaie portretten die indertijd werden gemaakt door Nadar in Frankrijk en Cameron in Engeland. Terwijl ik ze bewonder, komt een groep kinderen binnen. H u n rondleidster wijst ze op een portret van een vrouw die haar ogen gesloten houdt. Eigenlijk stonden die ogen gewoon open, vertelt ze, maar door de lange belichtingstijd en doordat mensen nu eenmaal iedere paar seconden knipperen, is het alsof ze gesloten waren. Het stilzitten was lange tijd een groot probleem in de fotografie. In

een nagebouwd daglichtatelier van omstreeks 1900 staat achter de stoel voor het model een soort horizontale vork op een statief, van een m e taal dat vast heel koud was, waar men iemands nek in kon vastklemmen. O o k zie ik een mooi portret uit 1914 van een jonge vrouw die zelf keurig heeft stilgestaan, maar het hondje, dat zij stevig vasthoudt, is door beweging onscherp geworden. In de twintigste eeuw werden de glasplaten vervangen door soepel celluloid waarop gelatine-emulsies werden aangebracht die gevoeliger waren dan de negentiende-eeuwse materialen, en scherper. Stilzitten hoefde nog maar eenhondervijfentwintigste seconde lang, en door de verbeterde scherpte kon met kleinere negatieven en kleinere camera's worden gewerkt. D e fotografie kwam onder het b e reik van steeds meer beoefenaars. Aanvankelijk strekte haar toenemende populariteit zich uit tot de burgerij. "Zij (de fotografie, JJJ<) beantwoordde immers aan de verzuchtingen van een burgerlijke maatschappij die haar vertrouwen had gesteld in wetenschap en techniek als dragers van de vooruitgang", meldt een bijschrift. De Amerikaanse firma Kodak bracht echter camera's op de markt die b e taalbaar waren voor nog bredere kringen dan alleen de burgerij en die bovendien eenvoudig te bedienen waren ("You press the button, we do the rest"). Tegelijkertijd waren er ook serieuze amateurs die zich afzetten tegen de volgens hen vercommercialiseerde beroepsfotografie en die zich lieten inspireren door de impressionistische en symbolistische schilderkunst. Van hun stemmige, picturalistische plaatjes ben ik persoonlijk geen liefhebber, maar een paar meter verderop hangen onder de noemer Nieuwe Zakelijkheid alweer echte foto's van André Kertesz, Man Ray, Ansel Adams (dit keer eens geen landschapje, maar een industrieel tafereel) en Edward Weston. De geschiedenis van de fotografie wordt er een van stromingen die op elkaar reageren. Vanuit de documentaire fotografie ontwikkelt zich, mede dankzij de snelle films en de Duitse camera's van Leica, de reportagefotografie. Brassai, Cartier-

Bresson en Capa, hier hangen ze allemaal. De tentoonstelling besluit met wat naoorlogse ontwikkelingen, zoals de opkomst van de Japanse foto-industrie (die mogelijk werd doordat de Duitse patenten werden vrijgegeven) en de toepassing van de m o derne electronica. In een aparte zaaltje kan men met behulp van camera obscura's en andere hulpmiddelen kennis maken met de belangrijkste principes van de fotografie (een langere lens vergroot het beeld en dergelijke), op de bovenverdieping worden verscheidene deelaspecten uit de fotografie uitvoerig belicht (bijvoorbeeld de röntgenfotografie), en in de Gevaertzaal beneden zijn wisselende tentoonstellingen. Valt er op dit museum ook iets aan te merken? Jawel. Ten eerste: echte liefhebbers hechten eraan te weten of de foto's die ze zien zogeheten vintage-prints zijn of niet (afgedrukt door de fotograaf zelf, kort nadat hij de opname heeft gemaakt) en het museum vermeldt dit niet. T e n tweede: er hangen bijna geen foto's van Nederlanders. Bij een uitzondering als Diana Blok wordt de naam fout gespeld ("Diano"). Maar dit tweede punt geeft al aan dat Hollandse jaloezie een rol speelt in de kritiek. Toch is er nog een derde punt: het museum heeft wel een automaat met blikjes fris, maar geen restaurant of kantine. Steek daarom de Waalse Kaai over, tussen de geparkeerde vrachtauto's door, naar de Vlaamse Kaai, en op n u m mer 52 vindt u een prima restaurant waar de Hollandse vraatzucht kan worden bevredigd, zonder dat de zuinigheid gevaar loopt. Blijft over de jaloezie.

Museum voor Fotografie, "Waalse Kaai, Antwerpen. Telefoon: (03) 2162211. Dagelijks, behalve maandag, geopend van 10.00 tot 17.00 uur. Toegang gratis.

19 vu MAGAZlNe MAART ] 992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 109

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's