VU Magazine 1992 - pagina 330
MUSEA VAN DE Turf als fossiele brandstof is definitief naar het geschiedboek verwezen. De laatste hectaren veen in ons land zijn tot beschermd gebied verklaard. Maar in Oost-Drenthe leeft de herinnering aan de slavernij van de turfsteker nog voort.
Gert J. Peelen Alles in het veen lijkt tijdelijk, staat op het punt te verdwijnen; bepaald geen oord voor een vaste w o o n - of verblijfplaats. En omdat het veen m het noorden en oosten van ons land, zélf op een handvol hectaren na verdwenen is, valt het particuHer initiatieftot behoud van een authentiek hoogveendorp in het oosten van Drenthe, zeer te prijzen, 't Aole Compas heette het tijdelijk bedoelde veenmuseumdorpje dat in 1966
NATIONAAL
(exact honderd jaar nadat de eerste pioniers op die plek de ontginning van het veen ter hand namen) werd geopend. Een hoogwaardigheidsbekleder sprak bij deze gelegenheid de gedenkwaardige woorden: "Dit mag nooit meer verdwijnen". Zesentwintig jaar later staat het er dus nog - een blijvende hennnering aan de tijdelijkheid van het veen en alles dat het in de loop der eeuwen heeft verzwolgen - en blijkt het inmiddels zelfs uitgegroeid tot een omvangrijk openluchtmuseum - het Nationaal Veenpark - dat volstrekt uniek is in zijn soort. Het schijnt hedendaagse bezoekers die de toegangspoort eenmaal gepasseerd zijn, op het eerste gezicht een idylle toe. Slenterend over de hobbelkeitjes van het dubbele lintdorp, de school en de kerk, de huisjes van opzichter, brugwachter en school-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's