Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 368

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 368

4 minuten leestijd

^^Dat kinderen krijgen zo n pijn doet lijkt een zorgvuldig bewaard vrouwengeheim waarvan je pas deelgenoot wordt gemaakt als je het gevoel gevierendeeld te worden al achter de rug hebt. ^^

andere verklaring niet uit. Het zijn meer dingen die elkaar versterken." Als ze voor de tweede keer het Amsterdamse café Keyzer binnenkomt, voor de vervolgafspraak, is Christien Brinkgreve teleurgesteld dat het tafeltje waar we de eerste keer zaten bezet is. Aan hetzelfde tafeltje zouden we de draad van het gesprek makkelijker kunnen oppakken, zegt ze. Aan een andere tafel praten we over het onderwerp dat nog is blijven liggen, blijkbaar ook voor de interviewster het moeihjkste onderwerp: de vrouwenbeweging. Christien Brinkgreve was vier jaar hoogleraar vrouwenstudies in Nijmegen, maar ze voelde zich er niet op haar plaats. Als we praten over haar kritiek op vrouwenstudies is de spontaniteit waarmee ze tijdens het eerste gesprek alle vragen beantwoordde, geheel verdwenen. Ze zoekt naar woorden, aarzelt om voorbeelden te noemen, weifelt en peinst. "Ik zag er iets in en ik hield het er niet uit," schreef ze over vrouwenstudies in een alweer spraakmakende column in N R C . De vaagheid van het onderzoeksterrein hinderde haar niet, schrijft ze, maar wel de dwingende regels die er golden over wat een echte feministe wel en niet hoort te denken, zeggen en schrijven. "Het vervelende gevoel dat dit als een deloyaal stukje zal worden beschouwd zegt iets over de kracht van de groepsdwang", besluit ze de column. Ze vertelt dat ze nu aan het worstelen is met het laatste hoofdstuk van haar boek, dat over haar werk bij vrouwenstudies zal gaan. "Ik zie steeds individuen voor me, waardoor ik moeilijk een trefzekere schets van een collectief kan geven. Ik wil ze niet afschilderen als een ellendige sekte en mezelf als goedbedoelend, in het nauw gedreven individu. Maar de laatste versie is persoonlijk geworden op een verkeerde manier. 'Dat arme mens kon die baan niet aan', zo kun je het nu lezen. Ik ben er nog niet uit en over drie dagen moet het bij de uitgever zijn!"

H

U zag iets in vrouwenstudies, maar u hield het er niet uit. Waardoor sloeg u om? "Ja, dat is een moeilijke vraag. Het was niet één vervelende ervaring maar meer het idee dat ik op een vervelende manier kritisch werd gevolgd, dat al mijn uitlatingen tegen het licht werden gehouden. Ik kon ook niet tegen de totaliteit: vrouv/enstudies was zoveel meer een roeping dan een baan. "Na mijn oratie kreeg ik van die hooghartige reacties, dat superieure toontje alsofje niet goed op de hoogte bent. Lees maar eens de recensie van mijn oratie in het tijdschrift voor Vrouwenstudies, dan zie je op wat voor zure toon ik werd berispt." In die recensie stelt Marianne Beelaerts dat Brinkgreve de oorzaak van de zwaarte van het vrouwenbestaan teveel zoekt binnen vrouwen zelf en te weinig bij de maatschappij. Een echte feministe hoort niet te schrijven over tegenstrijdige idealen en te grote onzekerheid, lijkt het. Christien Brinkgreve: "Wat wringt bij vrouwenstudies is dat het een v/etenschap is maar tegelijk een pohtieke beweging. Als wetenschapper richtte ik ook mijn bHk op ambivalenties binnen vrouwen zelf. Politiek gezien is dat niet handig." B Had u vaak ruzie? "Nee, ik werd van die baan eerder depressief dan kwaad. Ik denk dat ik vaker boos had moeten worden. Ik kon hun bezwaren altijd te goed begrijpen. Ik voelde me pas boos in de trein terug naar Amsterdam. Dan dacht ik: verdomme, moet ik nu weer het zoveelste chché herhalen terwijl ik hier toch iets interessants opmerk." H

Waarom schippert u zo tussen kritiek op de vrouwenbeweging en loyaliteit. Heeft u, zoals zoveel vrouwen, persoonlijk veel aan de vrouwenbeweging te danken? "Ja... of eigenlijk nee, mijn leven zou niet zo anders zijn geweest zonder het feminisme. Ik kom uit een famihe waar studeren normaal is en ik ben in mijn werk altijd enorm door mannen gestimuleerd. Ik heb niet zo'n gevecht hoeven te leveren. Maar ik vind het een belangrijke beweging, daarom voel ik me zo loyaal. Van mijn column over vrouwenstudies zei Selma Sevenhuijsen (Utrechts hoogleraar vrouwenstudies, rb) dat het jammer was dat zo'n verhaal bijdraagt aan een negatief beeld van vrouwenstudies. Die kritiek trek ik me dan toch weer aan." I

Heeft u veel behoefte om bij een groep te horen? "Jawel, maar ik weet die behoefte te weerstaan. Daarbij hèb ik een thuisfront, met studievrienden heb ik achttien jaar geleden het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift opgericht. Dat is het enige clubje dat ik ooit gehad heb. Daar vind ik mensen die denken zoals ik. W e komen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 368

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's