Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 181

3 minuten leestijd

E Z o

De Utrechtse onderzoeker Adriaon Hoogvliet, die het woonpatroon in drie grote steden bestudeerd heeft, is het met bovengenoemd beeld niet eens. Zijns inziens denken woningcorporaties te snel dat een wijk met veel verloop vervallen is. De hoge omloopsnelheid is zijns inziens iets wat bij deze tijd past. De samenleving is individueler geworden, mensen hebben niet langer hun leven lang dezelfde baan maar gaan na een paar jaar iets anders doen en zien zich genoopt om te verhuizen. Hoogvliet onderzocht zowel de bewoners in wijken met een grote doorstroom als de wat meer stabiele wijken en het was opvallend dat bijna altijd mensen hun verblijf in een wijk als tijdelijk typeerden. Voor de economisch zwakkeren

C H T

is het bemachtigen van een andere woning afhankelijk van een verbetering in de financiële positie, terwijl voor de rijkere het aanbod van een betere woning doorslaggevend is.

het in de praktijk brengen van zijn theorieën. Hij is namelijk werkzaam bij de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties.

Hoogvliet vindt dat woningcorporaties meer met die veranderende maatschappelijke realiteit moeten rekening houden. Ze moeten afstappen van het ouderwetse gezinsdenken en meer rekening houden met het feit dat mensen a\leen of in groepsverband willen wonen. Ze moeten de woningen meer opknappen, aanpassen en hier en daar samenvoegen. Zo kan beter ingespeeld worden op de uiteenlopende behoeften en blijft de buurt levendig. Adriaon Hoogvliet kan zelf zijn steentje bijdragen aan

[Misdaa d

(KN)

I

Ook de boef is een belastingplichtige medeburger. Hij kon zijn jaarsalaris vergaard hebben met activiteiten als verduistering, diefstal, ontvoering en afpersing, handel in verboden wapens. Zijn die opbrengsten belastbaar voor de inkomstenbelasting? En zijn, aan de andere kant, zwijggeld, steekpenningen, een door de rechter opgelegde boete, aftrekbaar van de belasting? Je ziet het al voor je: de dief die BTW

in rekening brengt aan zijn heler wanneer hij gestolen waar aflevert, of de smokkelaar die invoerrechten betaalt bij de illegale invoer van drugs. Op het probleem van de fiscus en de misdaad is de jurist Peter Wattel aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd. Hij gaat met name in op het vraagstuk wat de fiscus moet doen wanneer die geconfronteerd wordt met illegale opbrengsten: moeten deze discreet belast worden of dient de officier van Justitie getipt te worden? Aan de ene kant heeft de fiscus een strenge wettelijke geheimhouaingsplicht maar aan de andere kant bestaat er een minstens zo strenge plicht voor ambtenaren om strafbare feiten te melden aan de bevoegde autoriteiten. Welke kant de vu MAGAZ[ME MEI 1502

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's