Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 68

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 68

4 minuten leestijd

Goede talen, slechte talen

H

et viel niet mee om de oertaal te leren. Waar zo'n honderdduizend jaar geleden precies de struikelblokken lagen, valt nu niet meer te achterhalen, maar zeker is dat kinderen indertijd hun moedertaal pas op late leeftijd goed beheersten. Dat lag niet aan hen, maar aan de taal. Aldus prof.dr. B.H. Bichokjian (een van oorsprong Armeense naam), hoogleraar Franse taalkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en lid van de Languaqe Origins Society. De taal heeft zich volgens hem ontwikkeld. Dat lijkt een voor de hand liggend uitgangspunt, maar binnen de taalkunde is het een ketterse gedachte. Beoefenaren van deze wetenschap spreken doorgaans slechts van taalverandering, niet van ontwikkeling, want dat veronderstelt vooruitgang. Alle talen, van alle tijden en alle windstreken worden als gelijkwaardig beschouwd. Bichokjian denkt daar anders over. Als je de zes- tot achtduizendjarige geschiedenis bestudeert van de IndoEuropese talen (de grote familie waartoe onder andere de meeste Europese talen behoren), kom je volgens hem tot de conclusie dat er een ontwikkeling heeft plaatsgevonden: "Taal is een communicatiemiddel dat steeds verfijnder is geworden. De mogelijkheden zijn toegenomen, terwijl er in de hersenen minder capaciteit voor nodig is. Dus het rendement is hoger geworden." Hij vergelijkt de ontwikkeling van de talen met die van het tekstverwerkingsprogramma WordPerfect, waarvan ook steeds maar verbeterde versies verschijnen. In een vierkant noteert hij de dertien medeklinkers die in het Indo-Europees moeten zijn

22 v u MAGAZINE FEBRUARI 1 9 9 2

voorgekomen. Voor sommige heeft hij wel drie letters nodig, bijvoorbeeld de 'gwh'. Bichokjian: "Om die medeklinker goed uit te spreken, moet je je tong optrekken, je lippen afronden en je strottehoofd blokkeren. Het lijkt haast een circusact. Vergelijk dat eens met de Franse medeklinkers, die zijn veel eenvoudiger te produceren!" Talen ontwikkelen zich volgens Bichokjian doordat de eigenschappen die het moeilijk maken om ze goed te leren spreken, verdwijnen. "Neem het Duits met zijn naamvallen die gecombineerd worden met voorzetsels. Of het Latijn, waarin zelfs helemaal geen voorzetsels voorkwamen. Het is veel gemakkelijker om een stuk of vijftien voorzetsels te leren, die je met ieder lidwoord en zelfstandig naamwoord kunt combineren, dan dat je je steeds moet afvragen hoe de verbuigingen ook al weer zijn. Een feit is dat de Duitsers altijd het juiste voorzetsel gebruiken, terwijl ze fouten maken met de naamvallen. Die naamvallen zullen dus wegslijten en in plaats daarvan worden voorzetsels gebruikt." Een g^emokkelijke taal heeft als voordeel dot kinderen hoor snel en goed leren. Dat bevordert de verdere ontwikkeling van de cognitieve vermogens, of denkvermogens (het belangrijkste wapen van de mens in de evolutiestrijd) en het vinden van een plaats in de samenleving. Bichokjian: "Een taal als het Engels is heel regelmatig. Met het leren spreken ervan is een kind klaar tussen zijn derde en zijn zesde. Een Russisch kind van acht kent zijn naamvallen nog niet en maakt dus steeds fouten. Terwijl kinderen het helemaal niet leuk vinden om fouten te maken. En sommige Arabische kinderen hebben

na hun tiende nog altijd moeite met bepaalde klanken." Bepaalde talen zijn dus beter dan andere? Bichokjian denkt drie keer na en antwoordt: "Ja, ja, ja." Is hij niet bang om met deze opvatting racisten in de kaart te spelen? Het racisme heeft volgens hem geen taalkundige theorieƫn nodig om te kunnen gedijen. Daar komt bij dot de mate waarin een taal zich heeft ontwikkeld lang niet alles zegt over het volk dot die taal spreekt: "Neem de Duitsers, bepaalde eigenschappen van hun taal heoben zich traag ontwikkeld. Moor als je naar nun industrie en economie kijkt, zie je dot die mensen heel goed presteren." Door vanuit het IndoEuropees, dot zelf al een reconstructie is, te gaan terugredeneren, kun je volgens Bichokjian iets zeggen over de oertaal. En zo komt hij tot zijn opvatting dat zij een ingewikkelde taal moet zijn geweest, die kinderen pos vrij loot onder de knie kregen. Hoe het gebrabbel van de voorouders precies zal hebben geklonken, iaat zich slechts roden. Moor met name Russische taalkundigen proberen momenteel om meer in detail iets over de oertaal te zeggen. Daarvoor maken zij een stamboom waarin alle bekende talen zijn opgenomen. Ze hebben steun gekregen van genetici die de ontwikkeling van alle populaties (modern-beschaafd voor 'rassen') eveneens in een stamboom weergeven. De stambomen van de taalkundigen en de genetici blijken aardig op elkaar te passen. Alle pogingen om met behulp van die stambomen de oertooi, het proto-World, te reconstueren zijn volgens Bichokjian echter gedoemd te mislukken. De oudste overge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's