VU Magazine 1992 - pagina 374
vruchtingen te realiseren. Enkele van de sterkste en meest kansrijke exemplaren worden vervolgens geselecteerd en teruggeplaatst bij de aanstaande moeder. De resterende embryo's worden diepgevroren bewaard - de zogeheten cryopreservatie - tot de ouders tot een volgende zwangerschap besluiten. Twee omstandigheden - namelijk het teweegbrengen van meer bevruchtingen dan kunnen worden teruggeplaatst, èn de mogeHjkheid voor ouders om van verdere zwanger-
beschikbaar stellen, of gebruiken voor wetenschappelijke experimenten) is aan de orde, maar vooral ook de meer principiële kwestie of de huidige IVF-praktijk, die voor het ontstaan van rest-embryo's rechtstreeks verantwoordelijk is, nog wel acceptabel is. De laatste vraag, hoe ethisch relevant ook, is in wezen een puur theoretische, en de discussie erover een achterhoedegevecht. IVF is in de nog korte tijd van haar bestaan uitgegroeid tot een in Westerse landen veelvuldig
EEN EICEL KORT VOOR DE BEVRUCHTING.
EEN BOLLETJE CELLEN, DRIE DAGEN NA DE BEVRUCHTING, DAT 'MORULA' WORDT GENOEMD.
schappen af te zien - leiden tot voorraden rest-embryo's die geen enkel doel meer dienen en die, eenmaal ontdooid, niet langer dan twee weken in leven zijn te houden. Veel embryo's overleven overigens dat ontdooiingsproces zelf niet. En ook dat is op zichzelf weer een reden om meer bevruchtingen tot stand te brengen dan strikt genomen nodig zijn. Rest-embryo's worden allerwegen beschouwd als een probleem. Men weet er niet goed raad mee. Er zijn dan ook methoden in ontwikkeling om het ontstaan van restembryo's als negatief bijverschijnsel van IVF, waar mogehjk tegen te gaan. Zo is men bijvoorbeeld naarstig op zoek naar een betrouwbare techniek om, in plaats van embryo's, zaad- en eicellen in te vriezen die dan naar behoefte kunnen worden ontdooid en waarmee vervolgens een bevruchting kan worden bewerkstelligd. Maar zover is het nog niet, en zelfs wanneer die techniek operationeel wordt, is het verschijnsel rest-embryo nog niet uit de wereld, omdat nu eenmaal niet elke bevruchting even succesvol en kansrijk is.
' ^P,
|k%%
#'
VIER A VIJF DAGEN NA DE BEVRUCHTING SPREEKT MEN VAN EEN 'BLASTOCYST'. UIT DE BUITENSTE CELIAAG, DE 'TROFOBLAST', ZAL ZICH IN EEN LATER STADIUM EEN DEEL VAN DE PLACENTA ONTWIKKELEN; BINNEN DIT OMHULSEL IS DE ZOGEHETEN 'EMBRYOBIAST', DE EIGENLIJKE VRUCHT IN WORDING, ZICHTBAAR.
Achterhoedegevecht
20 v u MAGAZINE OKTOBER I W 2
Rest de vraag wat te doen met deze rest-embryo's; een meervoudige vraag, zoals blijkt uit een rapport van de werkgroep Biowetenschappen van het Katholiek Studiecentrum te Nijmegen, die zich diepgaand over deze materie heeft gebogen, en daarvan helder verslag doet in 'Experimenten op embryo's; een terreinverkenning' (aan te vragen bij het Katholiek Studiecentrum, Erasmuslaan 36, 6525 G G Nijmegen, telefoon: 080612414). Want niet alleen de vraag naar de bestemming van deze rest-embryo's (vernietigen, voor adoptie
toegepaste techniek die uit het immer groeiend pakket van medische voorzieningen inmiddels niet meer is weg te denken. Door ongewild kinderloze ouders wordt deze kunstgreep beschouwd als een geschenk uit de hemel, ja zelfs als een verworven recht. Hoe men ook denkt over zo'n afgedwongen recht op ouderschap, de kosten en de maatschappelijke gevolgen ervan, of de toekomstige, bepaald niet denkbeeldige, negatief gewaardeerde effecten die toepassing ervan kan hebben; de IVF-techniek is een feit en zal alleen al daarom blijvend worden toegepast. En dat is dan een constatering die de vraag wat te doen met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's