VU Magazine 1992 - pagina 125
recter zijn - maakt het in principe niet uit of de beoefenaar zelf gelovig is of niet. De praktijk wijst dan ook uit dat de godsdienstwetenschappen, waartoe de godsdienstsociologie behoort, in gelijke mate door diep-gelovigen en fanatieke atheïsten wordt beoefend. Uit de resultaten van beider inspanningen valt hun tegengestelde privé-oordeel over het geloof als zodanig, in principe niet af te lezen. De tweede soort sociale theorie is behalve be- ook nog t'oorechrijvend {normatief, ook wel prescriptief). Aan de beschrijving van de fenomenen geloof en godsdienst wordt een waarde-oordeel toegevoegd, dat niet op waargenomen feiten, op empirie, berust, maar geheel voor rekening komt van het persoonlijk oordeel van de betreffende theoreticus. De geloofsinhoud wordt hier niet discreet tussen haken gezet, maar 'onder kritiek gesteld' of zelfs 'wegver-
klaard'. T o t deze categorie die, naarmate de invloed van het positivisme in de sociale wetenschappen in de twintigste eeuw toenam, steeds meer aanhang verloor, behoren de grote megalomane 'systeembouv/ers' onder wie Marx en Durkheim. Integriteit Tegen de laatste groep richt zich de gramschap van Van Harskamp c.s. Hij verzuimt echter te melden dat het merendeel van de hedendaagse godsdienstwetenschappers - weliswaar met gebruikmaking van de meer objectieve elementen uit het werk van bijvoorbeeld Durkheim tot de eerste groep van louter beschrijvende theoretici behoort. Hij betwijfelt zelfs openlijk of er van zo'n ontwikkeling, van pre- naar descriptieve theorievorming überhaupt sprake is. Als dat al zo is, dan geldt dat volgens hem nog alleen voor
"die empirische en positivistische sociologen die zich alleen maar als instrument van maatschappeHjke o p drachtgevers zien." Van de integriteit van deze hele wetenschappelijke beroepsgroep, bhjft zo geredeneerd bitter weinig over. Maar zelfs wat betreft die empiristen heeft Van Harskamp zo zijn twijfels. Ik heb, schrijft hij, "het vermoeden dat bij enig zoeken diezelfde wens om geloof en godsdienst te vervangen door een betere bhk () die zo duidelijk te vinden is bij een aantal vaders van de sociale theorie, nog steeds een deel van de sociale theorie heimeUjk beheerst." Het zal duidelijk zijn: Van Harskamp heeft het niet zo op de sociale wetenschappen en hun beoefenaren. Dat is zijn goed recht. Maar een oordeel baseren op vermoedens o m trent heimelijk gekoesterde wensen, is als wetenschappelijk argument weinig steekhoudend. Het doet b o vendien weinig recht aan de wetenschappelijke werkelijkheid om een gehele categorie academici genadeloos op te splitsen in, enerzijds, w e tenschappers die op normatieve wijze erop uit zijn o m de reUgie te vervangen door hun eigen metafysische denkbeelden, en anderzijds op geld beluste, weinig scrupuleuze positivisten voor wie het worst zal zijn in wiens opdracht ze werken. Deugen doen in Van Harskamps ogen geen van beide groepen. Maar er is meer tussen hemel en aarde; zelfs in de sociale wetenschappen. Z o gezien vormt Van Harskamps betoog één groot pleidooi voor een strikte boedelscheiding tussen de theologie die het alleenrecht krijgt om zich over godsdienst en geloof te buigen, en de sociale wetenschappen die zich verre daarvan moeten houden. Het is de vraag of dat terecht is. Niet alleen omdat godsdienst een te belangwekkend fenomeen is om uitsluitend aan theologen en gelovigen over te laten. Maar vooral ook o m dat de theologie zelf een encyclopedische discipline is, die bij nader inzien een samenraapsel bHjkt van zeer uiteenlopende vakgebieden, zoals (kerk)geschiedenis, (godsdienst)filosofie, vreemde talen als Hebreeuws, Grieks en Latijn, en - o wonder ook (godsdienst)sociologie en -psychologie. Wat is nu eigenlijk wel en wat beslist géén theologie; daar zou ik nou wel eens een goed stuk over willen lezen! MAART 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's