VU Magazine 1992 - pagina 149
spronkelijke zo letterlijk mogelijk weer te geven, uit eerbied voor de tekst. Voor mensen die geen Grieks en Hebreeuws kennen is de Statenvertaling de meest betrouwbare vertaling die er bestaat. Als er slecht Nederlands staat, kun je er van op aan dat er slecht Hebreeuws of onbegrijpelijk Grieks heeft gestaan. Mij spreekt die eerbied voor de tekst als woord van God sterk aan. Afkeer van misbruik van Gods naam is dan de keerzijde ervan."
duldt u dat ook niet. Ik denk dat we tegenover niemand het recht hebben om beledigende dingen te zeggen. O o k het karakter van iemand die al eeuwenlang dood is, mag niet door het sHjk worden gehaald. Een kind Gods mag je geen onrecht aandoen, en in principe maakt het niet uit of het een kind Gods van vierhonderd jaar geleden is of iemand van gisteren. Daarom moet alles wat historici zeggen waar zijn, want zij zijn de enigen die iemand uit de vijftiende eeuw nog kunnen beledigen."
I
U vind dat historici recht moeten doen aan gestorvenen. Maar wat kun je voor hen nog betekenen? "Je mag hun nagedachtenis niet bezoedelen. Als het gaat om mensen die u gekend heeft, dan
Onze grootste wijsgeer, Baruch Spinoza, moet aan collega Leibniz hebben verteld dat hn - in de nacht van 2 0 augustus 1 6 / 2 , nadat het schuim van de Orangistische burgerij de gebroeders Johan en Cornelis de Witt op erger dan beestachtige wijze had omgebracht - zijn woning in de omgeving van de Gevangenpoort had willen verlaten om een vel papier aan te slaan met "Ultimi barbarorum!" (Gij zijt barbaren van het ergste soort). De Haagse barbaren zouden Spinoza, als zij al van lotijn verstand gehad hadden, gewis het lot van de grootste onzer staatsmannen laten delen, reden waarom de huisbaas Spinoza thuis
hield. Oldenbarnevelt, De Witt: hun kop ging er af omdat zij te machtig waren geworden. Zo was het Caesar ook vergaan, biet republikeinse Rome, onze Republiek in de Gouden Eeuw, zij werden door colleges bestuurd, juist om te grote macht bij enkelingen te voorkomen. Dat systeem van bestuur-door-raden - typisch voor een samenleving van vrije burgers - geldt in Nederland tot op c3e huidige dag als bij uitstek democratisch: ministerraad, college van gedeputeerde staten, college van B en W , SER. Democratisch in die zin dat de nodige checks and balances (teugels en tegenwichten) in de besturende colleges zelf worden ingebouwd.
COLUMN ERIK
J U RG E N S
ULTIMI BARBARORUM! en niet zozeer van buiten worden opgelegd, zoals in de theorie van de trios politica, de scheiding der staatsmachten in verschillende organen (zoals met name in de V.S. wordt aangehangen). Tot regeerkracht leidt collegiaal bestuur vaak niet, reden waarom mensen als De Witt de kans kregen om macht naar zich toe te trekken. W i e in de Groninger dissertatie van j . P Rehwinkel, 'De minister-president. Eerste onder gelijken of gelijke onder eersten?'(Zwolle, 1 991) leest hoe dit ambt zich heeft ontwikkeld, hoeft niet te vrezen dot Ruud Lubbers de kans krijgt een De Gaulle te worden. Of zelfs een Thatcher. Het ambt kennen we pas sinds 1 9 4 5 . Eerder was er slechts een 'voorzitter van de ministerraad', maar deze functie wisselde. Zelfs een geweldenaar als Thorbecke was formeel geen premier (eerste minister, prime minister), al werden er drie ka-
binetten naar hem vernoemd omdat hij daarin de overheersende politieke persoonlijkheid was. Het zwaarste ministerie was tot ver in onze eeuw dat van Binnenlandse Zaken, en door placht de voorman te gaan zitten. Sinds 1 9 3 7 kreeg de voorzitter van de raad een eigen klein ministerie om hem te ondersteunen bij de coördinatie van het regeringsbeleid: het kreeg de potsierlijke naam 'ministerie van oL gemene zaken'. Niemand weet wat algemene zaken zijn. Zaken die het algemene regeringsbeleid raken? Zaleen die niet door een van de gespecialiseerde ministers worden oehartigd? Zaken van een hoger abstractie-niveau? Hoe het zij, dit aparte departement benadrukt de noodzaak van een primus inter pares (un premier entre pairs). Schoorvoetend lieten de andere ministers toe dat de positie van de m.p. toenam. Zijn coördinerende rol, zijn beheersing van de agenda van de raad, zijn optreden in de Staten-Generaol en in de Europese Raad, zijn vrijdagse televisie-optreden na afloop van de raad, zijn relatie tot het staatshoofd. Zijn partij raadt kiezers aan hem 'zijn karwei te loten afmaken'. Het staat vrijwel vast dot de grootste regeringspartij de premier levert. Wat is er dan tegen, zegt Rehwinkel, om zo'n figuur dan ook democratisch door de kiezers te laten aanwijzen? W e zijn geen barbaren meer.
15 v u MAGAZINE A P R j l 19 9 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's