VU Magazine 1992 - pagina 338
De laatste jaren lijkt in de psychiatrie de scepsis ten opzichte van medicijnen, psychofarmaca, geheel verdwenen. Maar maken die middelen het niet onmogelijk voor degene die ze slikt, om zich goed te voelen? Psychofarmaca dempen immers niet alleen de ^vanen en de angsten, maar ook de aangename gevoelens. Droes vertelt dat zeventig procent van zijn patiënten een anti-psychotisch middel gebruikt. De meesten sHkken ook slaapmiddelen en aanverwanten als Seresta en Vahum. "Het zijn in principe allemaal middelen die het emotionele leven afvlakken. — — ^ ^ — — Een gezond mens vindt dat vervelend, maar voor sommige psychiatrische patiënten is dat prettig. D e waardering van zulke medicijnen wisselt per persoon." Droes erkent dat er veel mensen rondlopen met klachten over hun medicijnen. Motorische stoornissen komen voor, en impotentie is ook een veel gehoorde bijwerking, omdat de lustbeleving wordt onderdrukt. "Je hebt inderdaad ook patiënten die zeggen: ik voel niets meer. Maar op de medicijnenmarkt zijn nog allerlei verbeteringen gaande. De anti-psychotische middelen zijn veel minder versuffend dan ze waren. Maar er zijn er ook die het sowieso vreselijk vinden om hun hele leven medicijnen te moeten slikken, afgezien van de bijwerkingen. Nee, ik zou de bezwaren van psychofarmacagebruik toch beshst niet willen onderschatten." "Daar kan ik drie dingen over zeggen," zegt Droes als ik
^Er is hier meer oorlog dan vrede^ zegt de voorzitter. ^Dat klopte beaamt zijn vrouw, ^en het drankmisbruik is hier gigantisch/
28 v u MAGAZINE SEPTEMBER I W 2
—^^——^.^—
hem vertel dat ik mensen heb horen klagen dat het in het Clemenshuis en in de huizen in Rotterdam zo ontzettend vies is. Voel je je in een onverzorgd, smerig, rommelig huis niet eerder ongelukkig? Die klachten zijn terecht, vindt hij, de panden zijn toe aan een flinke renovatie. Maar daarnaast hebben veel "chronici" moeite zichzelf, hun kleding en hun huis schoon te houden. "Er zijn dus altijd mensen die er een zootje van maken. In sommige beschermende woonvormen worden troepmakers niet toegelaten, maar in de Bavo selecteren we niet op die manier.
"Ten derde was hier de filosofie altijd: als ze er een potje van maken dan maken ze er maar een potje van, wij gaan het niet voor ze opknappen. W e zijn ons nu aan het herbezinnen. Er valt best te onderhandelen met rotzooimakers. Leg ze uit dat als ze eens uit de Bavo weg wiUen, ze zuUen m o e ten leren om zichzelf te verzorgen en hun troep op te ruimen."
Woestijnen Droes vertelt dat de tuintjes, die er nu zo mooi verzorgd bij liggen, de eerste jaren op woestijnen leken. "In het begin vond men dat de bewoners het zelf moesten doen. Dat deden ze meestal niet, en het ging er wel erg ongezellig uitzien. N u doen de begeleiders veel aan de tuintjes."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's