Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 256

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 256

6 minuten leestijd

Gert J. Peelen

te leiden als docent C o m m u nicatiewetenschap aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij lijkt me een popliefhebber pMr5a«^. Maar zijn dissertatie lijdt aan jeugdpuistjes. En of het wel verstandig van hem was om zijn persoonlijke hartstocht met het ontleedmes van de wetenschappelijke methode te Hjf te willen gaan, is zeer de vraag. Zijn manier van onderzoeken heeft wel iets weg van dat van de patholoog-anatoom die sectie verricht op het lijk van zijn teerbeminde om te zien waar al zijn Hefde voor haar nu precies is gebleven.

Popmuziek valt niet meer weg te denken uit de Westerse beschaving. Zelfs de wetenschap buigt zich nu over een eertijds tegendraads bedoelde cultuuruiting die aan de eigen populariteit ten onder ging. Van takkeherrie tot muzak; sombere overpeinzingen van een oudere jongere.

DE TELOORG^ VAN DE ROCK yy

Wat een takkeherrie!", riep, begin jaren zestig, een geluidstechnicus vertwijfeld uit. Hij had de opdracht gekregen een Haags beatbandje op de plaat te zetten. Er was, tussen twee opnamesessies met meer serieuze muzikanten door, precies een half uur uitgetrokken voor het langharige groepje. "Zeg zelf maar hoe juUie het erop willen hebben", sprak de technicus tenslotte wanhopig, "want hier kan ik geen chocola van maken."

34 vu MAGAZINE JUNI 1 9 9 2

.

Er is sindsdien heel wat veranderd. O p studiotijd en -ruimte voor popmuzikanten wordt allang niet meer beknibbeld. En de ongeïnteresseerde technicus van weleer is inmiddels vervangen door een generatie meest jonge plutenproducers die alle technische trucs en foefjes in huis hebben, en weten hoe een sound te maken. Want popmuziek is big business geworden; een multinationale industrie waarin jaarlijks vele miljarden o m gaan. De na-oorlogse ontwikkelingen m de populaire muziekcultuur hebben ingrijpende gevolgen gehad voor de Westerse beschaving. En daarmee zijn tegeHjkertijd ook het oorspron-

kelijke karakter en motief van deze muzieksoort zelf rigoureus veranderd. Begonnen als een veelal uit jeugdige overmoed geboren uiting van een tegencultuur, verwerden rock & roll en andere vormen van popmuziek al snel tot een glad en gelikt commercieel produkt dat in alle uithoeken van de aardbol op hetzelfde tijdstip te horen en te koop is. Zo bezien ging, wat dertig jaar geleden begonnen was als een al dan niet bewust protest tegen, en provocatie van establishment en burgerlijke gezapigheid, ten onder aan de eigen populariteit. Maar wellicht is deze stelling - een wat generaliserende; ik geef het grif toe - ontsproten aan heimelijk gekoesterde, nostalgische gevoelens jegens die veelbewogen jaren zestig. Feit is wel dat de incidentele concerten van een popgroep als de destijds door ouders grondig verfoeide, en daarom voor de jeugd juist zo aantrekkelijke Rolling Stones (waarvan de leden inmiddels de vijftig naderen of zelfs al gepasseerd zijn), tegenwoordig een publiek trekken waarin met gemak hele famihes - opa's en oma's, hun kinderen en kleinkinderen - zijn terug te vinden. Mooi, of

niet om aan te horen; controversieel is popmuziek allang niet meer. Walkman H o e onvermijdelijk popmuziek als onderdeel van de moderne Westerse cultuur wel is, wordt waarschijnlijk nog het best beseft door degenen die deze muziekvorm haten. Er valt gewoonweg niet aan te ontsnappen. Niet alleen wordt men erdoor overspoeld via radio en tv, maar het stroomt binnen door het open raam, sijpelt door muren, dreunt onder vloeren, waait ons in veelvoud tegemoet in winkelcentra, en komt in tram, trein of bus op ons toegeslopen langs de oorschelpen van kenneHjk gehoorgestoorde medepassagiers die de volumeknop van hun walkman op tien hebben gezet. Alleen door zich als heremiet terug te trekken in een ondoordringbaar woud, kan men nog aan het ritmisch geluid van gitaren, drums en bassen ontkomen. Zo belangrijk voor met name de jeugdcultuur is popmuziek inmiddels, dat zelfs de wetenschap nu serieus aandacht begint te besteden aan dit fenomeen dat zij, ten onrechte, jarenlang hooghartig genegeerd

heeft als Unfug. Want, zoals de Bntse socioloog en popkenner Simon Frith het uitdrukt, rock & roll is "het meest belangwekkende en meest stimulerende massamedium van onze tijd". En uit onderzoek blijkt dat de impact van dit medium op de jeugd zelfs groter is dan die van het doorgaans meest invloedrijk geachte massamedium televisie.

Jeugdpuistjes Overigens is lang niet al het onderzoek dat popmuziek tot onderwerp heeft even to the point. Het lijkt er soms verdacht veel op dat een academisch gevormde 'oudere jongere' uit een jeugdhobby - het draaien van popplaatjes op z'n zolderkamertje een quasi-serieus studie-object tracht te puren. Die verdenking laadt bijvoorbeeld Paul Rutten op zich in zijn proefschrift 'Hitmuziek in Nederland; 1960 - 1985', dat onlangs m de serie 'Studies in communicatie en informatie' verscheen bij uitgever Otto Cramwinkel. Rutten, geboren in 1958, oogt als een popartiest, zoals te zien is op de achterzijde van zijn boek, maar bUjkt een oppassend en arbeidzaam leven

Met andere woorden: Rutten komt er niet uit. En zijn studie is een frustrerende ervaring; zo al niet voor hem, dan toch zeker voor de lezer. Frustrerend alleen al vanwege het feit dat de wetenschappelijke eis tot eenduidig formuleren en definiëren van de te onderzoeken verschijnselen, in zijn geval leidt tot tal van open deuren, vele cliché's en een reeks lachwekkende parmantigheden die van elke relevantie gespeend zijn. O f dit veroorzaakt is door het door hem gekozen onderwerp - hitmuziek - of aan zijn eigen aanpak is te wijten, valt niet direct te zeggen. Maar ik moest de tranen van het lachen regelmatig uit de ogen wissen. Zoals na het lezen van bijvoorbeeld Ruttens definitie van het verschijnsel hitparade. Dat is, volgens hem, en voor een ieder die het nog niet wist, "een lijst van aanduidingen van stukken muziek, die op een geluidsdrager zijn uitgebracht, gerangschikt naar populariteit in een bepaalde periode, meestal één week." Daar kijkt men van op! Evenals van het feit dat hij, na geconcludeerd te hebben dat pop- en rockmuziek mogehjk debet zijn geweest aan het verspreiden van een "alternatieve liefdesmoraal", "nader onderzoek naar deze problematiek" gewenst acht. Lovesongs De meeste Uedjes die tussen '60 en '85 op de hitparade hebben gestaan, gaan over de liefde, zo luidt de belangrijkste conclusie uit Ruttens onderzoek. En of die mededeling al niet schokkend genoeg is, voegt hij daar nog eens aan toe dat de inhoud van veel lovesongs zich, wat de liefde betreft, kenmerkt door een "onzeker toekomstperspectief'. Rutten: "In om en nabij de helft van alle geanalyseerde teksten is hiervan sprake. Een onzeker toekomstperspectief wil zeggen dat de loop die de toekomst zal nemen, afhankelijk wordt gesteld van het al dan niet plaatsvinden van bepaalde gebeurte-

35

vu MAGAZINE JUNI 1 9 9 2

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 256

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's