Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 162

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 162

2 minuten leestijd

Eric Le Gras

Behoorden de in 1979 plechtig begraven resten wel toe aan Floris V en zijn familie? Een onthullende uiteenzetting over een wetenschappelijke controverse die lange tijd werd stil gehouden.

28 v u AAAGAZINE APRIL 1992

.

HET ORAf ^^^^F oningin Juliana was persoon^ • ^ ^ k Hjk aanwezig geweest. Het • • vBk. ging tenslotte om haar verre voorouders, de graven van HoUand, die in juli 1975 in een tombe in Rijnsburg werden bijgezet. De skeletten waren gevonden tijdens een archeologisch onderzoek en geïdentificeerd door de Groninger arts Dijkstra. Maar de natuurkundigen twijfelden. Lagen in de tombe wel de skeletten van Floris V, van Floris IV of van WiUem I? D e archeologische en medische gegevens wezen in die richting, maar de datering van de gebeenten met de C14-methode van de natuurkundigen deed dat bepaald niet. De botten uit Rijnsburg leken eenjaar of tweehonderd te oud. D e controverse begon in 1948. In dat jaar kocht de Nederlands Hervormde Gemeente van Rijnsburg een stuk land dat moest dienen als uitbreiding van de begraafplaats. Omdat er resten zouden Hggen van de verdwenen Rijnsburgse abdijkerk, gingen arbeiders onder leiding van de Groninger archeoloog

W. Glasbergen aan de slag met kruiwagens, schoppen en planken. Achter de twaalfde-eeuwse toren en de zestiende-eeuwse kerk van Rijnsburg vonden ze inderdaad de tufstenen fundamenten van de o m streeks 1130 gestichte abdijkerk en zestien bij zettingen van wat wel eens leden van de HoUandse grafelijke familie konden zijn. Vanwege de manier waarop de stoffeHjke resten in de grond waren aangetroffen - ze lagen onder een hoop bloemenafval - konden de grafkuilen niet eenvoudig weer worden gesloten. Er moest een herbegrafenis k o men en daarvoor was het nodig te weten om wie het ging. Waren het de graven van het HoUandse Huis of niet? O p dit punt van het verhaal valt voor het eerst de naam van de Groninger keel-, neus- en oorarts B.K.S. Dijkstra. Omdat hij enige ervaring had in pathologisch onderzoek van botten kreeg hij het verzoek de skeletten te identificeren, het zou het begin worden van een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's