VU Magazine 1992 - pagina 369
ook allemaal op eikaars verjaardagen. Zij vonden dat verhaal over vrouwenstudies in de N R C goed en dan ben ik gerustgesteld." Toch nog bijval; voor Christien Brinkgreve heel belangrijk. Als ik vraag met welke reactie op een column ze het meest blij was vertelt ze over een telefoontje dat ze kreeg van de Amsterdamse communistische huisarts Ben Polak,
Ons zeggen ze weinig meer, die Bataven waar wij van af zouden stammen. Tacitus (Ie eeuw n.Chr.) had erover geschreven in zijn 'De moribus Germanorum' (over de levenswijzen der Germanen), maar dit geschrift was in de donkere Middeleeuwen verloren gegaan, om pas weer aan het begin van de Renaissance op te duiken. De stam der Chatti zou volgens Tacitus in het huidige hHessen hebben gewoond. De Bataven zouden zich van hen hebben afgesplitst en de Rijn zijn afgezakt naar cfe Lage Landen bij de zee. Bij Lobith, zo noudt de vaderlandse geschiedschrijving de basisschooljeugd voor, kwamen ze ons land binnen. Met gretigheid wierp men zich in de drie eeuwen na 1470 op dit gegeven. Tot dan toe had men zich geen voorstelling kunnen maken over het voorgeslacht, nu hadden we die fiere Bataven die vanuit de burcht van Nijmegen naar de kim staarden, op wacht tegen de romeinse legioenen die wraak zouden komen nemen voor de Bataafse opstand. Johan van Heemskerck, jurist van de V.O.C, te Amsterdam, schreef een vermaarde 'Batavische Arcadia' (1647), waarin dat roemruchte verleden aan de orde komt geënt op de klassieke herders-idyllen die immers werden gelokaliseerd in Arkadia op de Peleponnesus. De hoofdstad van de Insulinde kwam Batavia te heten; Rembrandt schildert zijn magistrale samenzwering van de Bataven-hoofdman Claudius Civilis voor het Amsterdams stadhuis (welk doek te wild werd bevonden, en nu - destijds al gemutileerd omdat het te groot was voor iets anders dan het stadhuis - te Stockholm hangt: vaut Ie voyage, zou de Michelin zeggen); P.C. fHooft schrijft zijn treurspel Baeto (Bataaf zou van die naam zijn afgeleid); en, in de tijd van de Verlichting, gingen de Patriotten, die in opstand kwamen tegen het afgetakelde stadhouderlijke Bewind, zich Bataven noemen. In
die lang wethouder is geweest voor de C P N . Hij belde om haar te complimenteren met haar vrouwenstudiescolumn. "Hij vond dat ik heel erg mooi had beschreven hoe verscheurd j e je kan voelen in zo'n sektarische beweging. Die loyaliteitsconflicten kende hij natuurlijk uit de C P N . Door zijn reactie kon ik weer tegen een stootje."
COLUMN ERIK
J U RG E N S
EXIT DE BATAAF
] 795 werd de Bataafse Republiek uitgeroepen, in 1 7 8 9 gezegend met de mooiste en uitvoerigste grondwet die we gehad hebben. Auke van der Woud schetst ons in de 'Bataafse Hut' [Meulenhoff, 1990) hoe inmiddels het beeld van onze voorouders over de geschiedenis was gaan schuiven, met name door feitelijk oudheidkundig onderzoek (hunebedden, en zo). Tot de achttiende eeuw was geschiedenis een onderzoek naar geschriften inclusief de bijbel. De beweringen uit het verleden werden klakkeloos overgeschreven en verfraaid. Maar of er vóór de Romeinen en de Bataven iets geweest was, daarvan had men geen idee, noch ook hoe het was vergaan tussen die tijd en de periode waarvan al documenten bestonden. Ging men immers niet tot Darwin toe er vanuit dat de wereld zo'n zesduizend jaar oud was, omdat dit uit de geslachtslijsten van het Oude Testament zou blijken? Wij kunnen ons geen voorstelling maken hoe het is om geen idee van de geschiedenis te hebben. W i j kennen allemaal (?) de kerngegevens, hoe summier ook: voorhistorie, ijstijd, tijdperken waarin steen, ijzer en brons gebruikt werden, grottekeningen in de Dordogne, de eerste beschavingen in Mesopotamië en
Egypte, de chronologische structuur is ongeveer duidelijk. Voor onze voorouders bestond dit niet, er was slechts duisternis. f-|et begrip prehistorie komt pas in de negentiende eeuw op, en wat oude nistorie betreft leek onze moerassige delta onderbedeeld. Geen wonder dat het Scheppingsverhaal zo letterlijk werd opgevat, het gaf tenminste enige verklaring waar alles vandaan kwam. Ik heb wel eens geprobeerd mij voor te stellen hoe mijn kijk op de wereld zou zijn als ik deze structuur in de menselijke historie niet gekend had. hlet bleek niet te doen: ontwikkeling, evolutie, groei, en de ene beschaving voortbouwend op de andere, kortom het gevoel van het voortkomen uit iets en de vooruitgang naar iets bepaalt sinds de Verlichting ons wereldbeeld. Vijfhonderd jaar geleden voer Columbus naar het westen, denkend het oosten te zullen vinden. Zijn wereldbeeld werd toen nog geheel bepaald door wat zich afspeelde rond de Middellandse Zee, navel van de schepping. In het oosten was nog van alles, maar dat had mythische proporties. Er was nog altijd weinig meer bekend don wat Marco Polo, nog twee eeuwen eerder, had geschreven over zijn beroemde tocht over land naar China in 'II Milione, De beschrijving der wereld'. De Islam beheerste toen de toegang overzee naar dat mythische oosten, Columbus hoopte daarom via het westen een toegang te vinden. De aarde was nog plot, de zon draaide daar omheen, de wereld over de kim was onbekend. En toch ging hij. W i j weten. En zelfs met die kennis blijft een tocht per caraveel over de oceaan geen peuleschil. De mogelijkheid om onzekere wegen te gaan lijkt nu alleen nog voor natuurwetenschappers weggelegd: de quantumtheoretici, de DNA-combineerders, de heelalspeurders. En de Bataven? Daaraan gelooft geen mens meer.
15
v u AMGAZiNE OCTOBER 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's