VU Magazine 1992 - pagina 165
SCHETS VAN DE VINDPIAATSEN IN DE OPGEGRAVEN RESTANTEN VAN DE ABDIJKERK TE RIJNSBURG. HET EERSTE ZWARTE GRAF VAN LINKS WORDT BESCHOUWD ALS DAT VAN FLORIS V; UITERST RECHTS HET GRAF VAN WILLEM I. HET KLEINE BOOGJE MET DE WITTE LIJNEN LINKSONDER IS DE GRAVENKAPEL DAARIN IS EEN GERECONSTRUEERDE WAPENTEGEL TE ZIEN DIE OP DIE PLEK TIJDENS DE OPGRAVINGEN WERD AANGETROFFEN.
cus, met een achtergrond in de exacte wetenschappen. Die achtergrond stelt hem in staat de resultaten van de C14-dateringen te beoordelen, een vaardigheid die zijn collega's nogal eens ontberen. Vandaar de geringe aandacht uit hun kringen voor dergelijke dateringen. "Als je me een paar jaar geleden had gevraagd naar de identificaties van Dijkstra", aldus Lanting, "dan had ik glashard beweerd dat hij ernaast zat. Maar als ik de nieuwste ontwikkelingen in het C14-onderzoek erbij betrek, dan is er toch wel wat te zeggen voor de conclusies van Dijkstra." Lanting heeft een collegezaal speciaal ingericht om zijn verhaal te vertellen. De collegebanken zijn bezaaid met fotoboeken, wetenschappelijke artikelen en computeruitdraaien. " O m te beginnen moet ik zeggen dat de opgravingen in Rijnsburg naar de maatstaven van die tijd goed zijn uitgevoerd. De plaatsen van de grafkuilen zijn dus bekend en die plaatsen kloppen over het algemeen met wat j e verwachten zou bij belangrijke personages als de graven en gravinnen van Holland. Bovendien is er een ander skelet," aldus Lanting, "dat volgens de C14-datering veel te oud is. Dat is van pastoor Thidbald die rond 1160 in Vlaardingen overleed. Zijn stoffelijke resten zijn volgens de C14-datermg een
kleine tweehonderd jaar ouder, maar het is zeker dat die resten van Thidbald zijn. Dat wil zeggen dat we nog eens moeten kijken naar de C14-methode. In de loop der jaren zijn de dateringen al regelmatig bijgesteld, omdat bleek dat de hoeveelheid C14 in de atmosfeer niet altijd constant is geweest. W e moeten ons ook afvragen waar het organisch materiaal vandaan komt. Eskimo's, die vrijwel alleen vis eten, blijken een jaar of vierhonderd te oud te zijn bij C14-dateringen."
Enthousiast Het verhaal van Dijkstra kan dus kloppen, wanneer de graven en gravinnen van Holland viseters zijn geweest. Ze moeten ongeveer de helft van hun proteïne hebben binnen gekregen door het eten van vis. Lanting: " O p grond van de archeologische en anatomische gegevens kan aan de identificatie van een aantal skeletten niet getwijfeld worden. In Rijnsburg Üggen inderdaad Floris IV en Floris V begraven, hun verwondingen wijzen daar duideUjk op." Het verhaal over de overstromingen onderschrijft hij niet: "Natuurüjk waren er wel eens overstromingen, maar die waren er voordien en nadien ook. Bovendien werd zelden het hele kustgebied ge-
troffen en als er al eens voedselschaarste was, dan vrees ik dat de grafelijke familie daar wel het minst last van zal hebben gehad." Al met al is het volgens Lanting wel waarschijnlijk dat in het Hollandse kustgebied regelmatig vis op tafel kwam. De grafeHjke famiHe, vermoedt hij, zal vaak een zalm, steur of oester opgepeuzeld hebben. En o m dat zo langzamerhand vaststaat dat het eten van voedsel dat uit zee afkomstig is, invloed heeft op C l 4-dateringen, kan hij vrede hebben met de meeste identificaties van Dijkstra. Met die constatering is voor Lanting de kous nog niet af Hij haalt er de statistiek bij en legt uit dat C l 4-dateringen nooit een precieze datum opleveren, maar een bepaalde periode v/aarin het organische materiaal waarschijnlijk is ontstaan. Hoe langer die periode, hoe groter de kans dat de datering juist is. Het blijft alleen vreemd, dat ook bij een lange periode alle dateringen aan de oude kant blijven. "Volgens de statistiek zou je verwachten dat de ene datering wat aan de oude kant is en de andere juist wat jong", aldus Lanting. Lanting maakt nog een tweede voorbehoud: "In een aantal gevallen vraag ik me af of Dijkstra niet al te enthousiast is geweest en of er geen verwisseUng met andere grafkuilen heeft plaatsgevonden." De skeletten die de arts aan de graven Dirk I en Gerolf II toeschrijft zijn waarschijnlijk echt te oud. Dat is in overeenstemming met het voorbehoud dat ook Vogel al maakt. "Vogel komt de eer toe," aldus Lanting, "dat hij de eerste C14-onderzoeker was die met Dijkstra meedacht." Z o komt er dan waarschijnlijk een eind aan de controverse over de graven van het Hollandse Huis. Dat is maar goed ook; er is al genoeg met hun stoffelijke overschotten rondgezeuld. Ze zouden in zakken op het Biologisch Archeologisch Instituut hebben gelegen, in kistjes met zilveren naamplaten erop in de woning van Dijkstra aan de Groninger Ubbo Emmiussingel en onder een trap in het gemeentehuis van Rijnsburg. In de tombe hggen ze nu waar ze h o ren. Blijft de vraag of er niet een enkel ouder skelet tussen de edele delen van het Hollandse Huis is geslopen.
31 vu MAGAZINE APRIL W 9 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's