VU Magazine 1992 - pagina 270
u wieso tot de onmogelijkheden. Maar daar zullen de transseksuelen zich al bij voorbaat geen enkele illusie over hebben gemaakt. Wil men toch nog de indruk van een stijve penis oproepen, zal men zich, zegt Hoge, moeten behek pen met een uitwendige prothese, (KN)
E Op de bijsluiter van bijna elke geneesmiddel staat dat niet bekend is of het betreffende medicijn tijdens de zwangerschap gebruikt kan worden. Er is zeer weinig bekend over het gevaar van medicijnen voor het ongeboren kind, daarom wordt zwangere vrouwen geadviseerd om als het kan helemaal geen medicijnen te gebruiken. L.T.W. dejong-van den Berg promoveerde in Groningen op een onderzoek naar medicijngebruik bij zwangere vrouwen. Zij concludeerde dat vrouwen in de loop van de negen maanden steeds méér medicijnen gebruiken. De Jong ging als volgt te werk: via apotheken bracht ze het medicijngebruik van tweeduizend zwangeren in kaart en daarnaast interviewde ze driehonderd pas bevallen vrouwen. Ongeveer vierhonderd vrouwen binnen haar onderzoeksgroep hadden tijdens hun zwangerschap een recept gekregen voor een medicijn waarvan bekend was dat het risico's met zich mee bracht, Soms was dat niet nodig geweest. In plaats van het antibioticum tetracycline, dat bekend staat als riskant voor de vrucht, had de arts een ander antibioticum kunnen voorschrijven. IJit De Jongs onderzoek bleek (dat was ook al bekend uit ander onderzoek) vu MAGAZINE JUL/AUG 1992
T dat vrouwen die hun zwangerschap te danken hebben aan ovulatie-opwekkende middelen, vaker een kind krijgen met een neuraalbuisdefect (open rug) of een neuro-ectodermale tumor, een bepaald soort hersentumor. Óp grond van haar gegevens schat ze dat er jaarlijks twee tot veertien kinderen met een neuraalbuisdefect en vierentwintig kinderen met zo'n hersentumor 'extra' worden geboren. Nog een opmerkelijke conclusie is dat drie procent van de onderzocnte zwangeren aan het begin van de zwangerschap nog anticonceptiepillen slikte. Die zijn dus zwanger geworden ondanks (slordig?) gebruik van de pil. De kinderen die deze vrouwen kregen hadden niet meer afwijkingen dan gemiddeld, maar volgens De Jong zou je hen een lange tijd moeten volgen om iets zinnigs te kunnen zeggen over het gevaar van oestrogeen en progesteron voor het ongeboren kind. (RB)
I Bloeddruk Dementie is een ziekte waarover betrekkelijk weinig bekend is. Er zijn zelfs mensen die er aan twijfelen of het wel om een 'echte' ziekte gaat; het is immers heel gewoon dat oudere mensen vergeetachtig zijn en de gebeurtenissen uit hun jeugd zich nog heel goed herinneren maar absoluut niet meer weten wat ze de vorige dag ge- . daan hebben. Dementie zou in die zin gezien kunnen worden als een verheviging van het natuurlijke proces van het afsterven van de hersencellen. Dit proces lijkt onomkeerbaar te zijn, er zijn maar weinig deskundigen die zeggen dat ze dementie wel even-
G
E
tjes zullen genezen. Als er al enige hoop daarop bestaat, verwacht niemand dat op korte termijn een pik letje gevonden wordt waarmee ook dit kwaaltje eventjes verholpen kan worden. Hoewel genezing niet mogelijk is, kan het toch zinvol zijn om naar de oorzaken van dementie te zoeken. Wie immers de oorzaken van een ziekte kent, kan aan preventie doen. Maar ook over die oorzaken van dementie lopen de meningen uiteen. Vroeger schreven artsen dementie toe aan hersenverschrompeling als gevolg van aderverkalking. Nu lijkt echter dementie toch door iets anders bevorderd
te worden: hoge bloeddruk. De Utrechtse neuroloog John van Swieten heeft onderzoek gedaan naar het verband tussen bloeddruk en dementie en gevonden dat dit verband inderdaad bestaat. Hij onderzocht onder anderen 1 1 1 bewoners van de Rotterdamse Ommoord-wijk die tussen de 65 en 85 jaar oud waren, allen mensen met een verhoogde bloeddruk. Bij een kwart van de mensen constateerde men 'verbleking'; dat wil zeggen dat de zenuwvezelschede, het isolatiematenaal, los raakt van de zenuwvezels. Deze verbleking wordt gezien als een mogelijke aankon-
Het ei & vs^ij
Midas Dekkers, Caret Blotkamp, Evert Waffel, Madies Philippa en Aalf Bast. Van Maanen zelf is onder meer verantwoordelijk voor de proeven en goocheltrucs met eieren, waarmee het boek verlucht is, en voor het encyclopedisch samengestelde ABC van het ei. Eieren staan aan de basis van een bonte verscheidenheid aan leven hier op aarde. Niet alleen vogels beginnen hun bestaan als ei, maar bijvoorbeeld ook reptielen, vissen en insekten doen dat. Ja, zelfs voor zoogdier mens geldt
Men bakt geen omelet zonder een ei te breken. Bekend gezegde. Er worden dan ook nogal wat eieren stukgeslagen in 'Het boek van het ei', dot eigenlijk maar één ding mist: de receptuur namelijk van zo'n omelet of van de talloos andere culinaire variaties die het consumeren van eieren veraangenamen. Aan variatie ontbreekt het overigens in geen geval in deze publicatie aie, onder redactie van bioloog, wetenschapsvoorlichter en -journalist Gert van Maanen, de verrassende veelzijdigheid van het verschijnsel ei belicht. Niet alleen de meest voor de hand liggende aspecten ervan - het biologische en het chemische bijvoorbeeld - komen aan bod, maar ook het ei van Columbus en het ei in de kunst, het ei in de wiskunde en in de taal, worden behandeld door publicitaire en wetenschappelijke vogels van diverse pluimage, zoals Boudewijn Büch,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's