Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 356

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 356

4 minuten leestijd

T

en eerste

H I

Gynaecologen die tegen abortus zijn, komen vaker voor. Gynaecologen die onder bepaalde voorwaarden prille, menselijke embryo's zouden willen gebruiken voor medisch relevante experimenten, zijn ook wel te vinden. Maar een gynaecoloog die een strikt anti-abortusstandpunt combineert met een pleidooi voor beperkt en voorwaardelijk experimenteren met zulke embryo's, lijkt zeldzaam. Onlogisch? Inconsequent? Integendeel. Wie het omslagverhaal van deze maand leest, en de redenering volgt die prof.dr. J. Schoemaker hanteert, zal moeten toegeven dat zijn argumentatie consistent is. Dat wil overigens nog niet zeggen dat er geen ander oordeel denkbaar en mogelijk zou zijn. Want experimenteren met embryo's blijkt een gevoelige zaak, net als alle medisch-ethische kwesties, en dan met name die welke de erfelijkheid en ons nageslacht betreffen. Het uitvoerige verhaal dat u in dit nummer aantreft is niet bedoeld om u inzake dit onderwerp een eenduidig standpunt voor te schrijven. Het toont hooguit de vele facetten van dit vraagstuk en de talloze dilemma's die het oproept. En bovendien illustreert het eens te meer hoe de medisch-technische vooruitgang ethische problemen kan genereren die tevoren niet voorzien waren. Maar het belangrijkste doel van het artikel is, te bewijzen dat een simpel ja of nee bij dit soort zaken weinig hout snijdt; soms zelfs zinloos dan wel contra-produktief kan zijn. Wie zich werkelijk in dit onderwerp verdiept, zal moeten constateren dat tussen een absoluut verbod op deze experimenten en een ongereglementeerd toestaan ervan, zich een moreel mijnenveld uitstrekt waaruit alleen een waakzaam oog en een redelijk gevoel voor nuances een uitweg kan bieden. Oordeelt u zelf.

GertJ. Peelen v u A^AGAZINE CXT06ER 1992

u I Heideveld Enthousiaste berichten over de hei, die op vele plaatsen weer mooi paarsroze stond te bloeien deze zomer. Door de zure regen dreigden de Nederlandse heidevelden te vergrassen. De toegenomen hoeveelheid stikstof in de bodem maakte dat de struikheide en de dopheide werden verdrongen door de grassoorten Pijpestrootje en Bochtige Smele. De Utrechtse bioloog prof.dr. Werger heeft net een acht jaar durend onderzoeksproject afgesloten met de verheugde uitspraak: "We hebben het probleem opgelost!" fHet is weinig effectief om vergraste ex-heidevelden in de herfst te maaien of af te branden, want de wortels van het gras blijven dan gewoon zitten. Het enige dat helpt is het afplaggen van de grond. Daardoor wordt het teveel aan stikstof afgevoerd. Op de op die manier verarmde bodem maken de heideplanten weer een kans. Na dit verhaal is niet helemaal duidelijk waarom de kuddes koeien die de laatste jaren grazen op de heidevelden, wel het gewenste effect bereiken. Namens de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten heeft een Wageningse onderzoeker tien jaar lang de verrichtingen van een groep koeien op een heideveld bij Wolfheze bestudeerd. "De koeien hebben het goed gedaan," bericht het blad Natuurbehoud. Als de koeien gedurende het voorjaar en de zomer constant de graspollen kort houden blijft er genoeg ruimte en licht over voor de jonge heideplantjes. f-loewel de koeien het gras natuurlijk niet met wortel en al opeten, kan het bestudeerde

T G perceel bij Wolfheze met recht weer een heideveld genoemd worden. Een aantal van de koeien die er los waren gelaten, graast nu elders. Er was te weinig gras voor ze overgebleven, (RB)

Patat Een persbericht dat je meteen met een plaatje associeert: een dikke moeder die een f-lemaworst loopt te eten met in haar kielzog een paar kinderen aan de patat met mayo en frikadellen. Kinderen uit lagere sociaal-economische milieus zijn minder gezond dan hun leeftijdsgenoten uit hogere milieus, luidt het bericht. Negenhonderd kinderen uit Drente en Groningen vulden een vragenlijst in over voeding, sport, slaaptijden en andere leefgewoonten, hlun ouders werden ook ondervraagd. Schoolartsen leverden informatie over de gezondheidstoestand van de kinderen. De medicus F. van der Lucht, die op het onderzoek promoveerde, keek daarnaast of er verband was tussen gezondheidsproblemen en schoolprestaties. Als geheel blijken de Nederlandse kinderen goed gezond, in vergelijking met andere landen. Er is dus wel een klasseverschil gevonden: kinderen uit lagere milieus zijn minder gezond, omdat ze minder verantwoord eten en minder aan sport doen. Ook constateerde de Groningse arts dat kinderen uit de lagere milieus achteruit gaan op school als ze veel ziek zijn. Bij kinderen uit hogere milieus lijden de schoolprestaties niet onder gezondheidsproblemen. Hun ouders zijn blijkbaar beter in staat daarvoor oplossingen te vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 356

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's