VU Magazine 1992 - pagina 358
u Aanhangsel Blinde-darmontsteking werd in het verleden meestal net zo beschouwd als het weer: het overkwam je, maar te voorkomen was het niet. Veel mensen overkwam het inderdaad. Chirurgisch werd dit nutteloos geachte wormvormige aanhangsel dan verwijderd, zodat uiteindelijk ongeveer de helft van de bevolking de rest van hun leven met een lidteken op de buik liep. Anders dan een malse regenbui, valt blinde-darmontsteking echter wel degelijk te voorkomen. Dat wil zeggen: het aantal gevallen is te verminderen. Het is de belangrijkste conclusie uit het proefschrift van Igantius Riwanto die onlangs aan de Vrije Universiteit promoveerde. Als medicus werkzaam op het Indonesische MiddenJava viel hem op dat, met name onder jongeren daar, het aantal blindedarmontstekingen zorgwekkend toenam. En steeds ging zo'n ontsteking gepaard met een abnormaal hoge druk in het deel van de dikke darm waarvan het betreffende aanhangsel een uitstulping is. Die hoge druk, constateerde Riwanto al snel, kon niet anders dan het gevolg zijn van een verstopping. En verstoppingen ontstaan, zoals inmiddels algemeen bekend is, waar niet vezelrijk gegeten wordt. Een andere risicofactor voor een ontsteking bleek het vóórkomen van amoeben in de darmen; de meest gangbare veroorzakers van darminfecties in de tropen. Zulke infecties laten bovendien niet zelden vergroeiingen in de darmen achter die op hun beurt ook weer het ontstaan van een blinde-darmontsteking kunnen bevordevu MAGAZINE onceER 1W2
T ren. Vanwege dat laatste vraagt de promovendus een grotere oplettendheid van chirurgen en gynaecologen. Zij kunnen bij de buikoperaties die zij toch al verrichten, mooi meteen even de blinde darm inspecteren en, in geval er van zo'n vergroeiing sprake is, deze uit voorzorg ook maar het best meteen verwijderen. Een hygiënisch bereide, vezelrijke maaltijd is echter de beste preventie. En een door Riwanto op te zetten, landelijke voorlichtingscampagne moet de Indonesische consument van de noodzaak daarvan gaan overtuigen. Dat wordt dus voortaan volkoren boterhammen eten in plaats van kroepoek oedang. En bruine rijst in plaats van witte, maar met een flinke lik sambal en een geurige portie ajom besengen proef je dat verschil toch niet. (GJP)
Slimme meid De campagnes 'kies exact' en 'een slimme meid is op haar toekomst voorbereid', hebben weinig uitgehaald. Nog altijd kiezen heel weinig meisjes voor een technische opleiding. Het percentage vrouwelijke studenten aan de technische universiteiten bedraagt niet meer dan acht procent. Is techniek dan toch 'typisch mannelijk'? In een artikel in 'Wetenschap & Samenleving' proberen Saskia Everts en Harro van Lente een antwoord te geven op die vraag. Ze hebben een onderzoek uitgevoerd naar de 'mannelijke' en 'vrouwelijke' eigenschappen (aangeboren of aangeleerd, dat vraagstuk laten zij terzijde) van technische onderzoekers. Daaruit blijkt dat mannelijke technologen inderdaad ook zeer
G mannelijk zijn: ze vertonen een groot zelfbewustzijn (mannelijk) en zijn niet erg onzeker of gevoelig (vrouwelijk). Ook de vrouwen van technische studierichtingen hebben die eigenschappen in sterke mate. Ze zijn zelfs 'mannelijker' dan de mannen van niettechnische studierichtingen. Vrouwen in technische studierichtingen blijken nogal af te wijken van andere vrouwen. Everts en Van Lente concluderen dat het beeld dat overheid en universiteit proberen te propageren van een neutrale techniek, tot mislukken gedoemd is. Het beeld van een typisch
E mannelijke techniek, blijkt wat hen betreft wel degelijk op feiten te berusten. AAaar is dat niet een wat overtrokken conclusie? Wat uit hun onderzoek blijkt is dat niet zozeer de techniek, maar de technologen erg mannelijk zijn. En daar Kunnen sommige vrouwen maar matig tegen. Een studente aan de universiteit van Twente stopte onlangs met haar studie omdat zij genoeg had van het permanente 'hengstenbal'. En zolang vrouwelijke studenten zich door dot wereldje laten afschrikken, zal het in de relatie tussen vrouwen en techniek in ieder geval nog
-^ss^JiMsm'^-È^ma^/^'^'-!
Crisis Filosofen twijfelen. Dat ligt zo in hun aard. Ze betwijfelen of onze wereld echt zo ordelijk in elkaar zit, of de tooi die we hanteren wel geschikt is voor communicatie, of onze wetenschappelijke kennis eigenlijk wel houdbaar is. Maar vooral twijfelen filosofen - en dot gevoel is de laatste jaren steeds sterker geworden - aan
zichzeir Voor een buitenstaander die de debatten die filosofen onderling voeren volgt is die zelftwijfel buitengewoon in het oog springend. Er is waarschijnlijk geen academische discipline die zo sterk de behoefte heeft zichzelf voortdurend ter discussie te stellen, hieeft filosofie bedrijven nog wel enige zin, is de rol van de filosofie niet erg marginaal geworden, waar blijven de filosofen in de media? Vroeger, ja vroeger, gold
de filosofie nog als koningin der wetenschappen. Alle onderzoeksresultaten van de vakwetenschappen zouden door de filosofie in één grote synthese, één omvattend wereldbeeld, ondergebracht moeten worden. Maar niemand die nu nog in die mogelijkheid van omvattende wereldbeelden gelooft; nou ja, op de filosofen van het holisme en de new age na dan. Maar geen serieuze academische filosoof wenst zich met dot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's