VU Magazine 1992 - pagina 341
Koos Neuve
ARNOLD SCHWARZENEGGER MOET DE PERSOONLIJKHEID VAN BUSH BIJKLEUREN.
behoefte aan 'sterke persoonlijkheden' is levendiger dan ooit. In de jaren vijftig en zestig was dat allemaal nog wat ridicuul. ledere partij had zijn eigen ideologie en een vaste achterban. De partijpoHticus was slechts een nietig pionnetje, een inwisselbaar karakter, in een spel waarbij de regels vaststonden. Maar met het afkalven van de ideologische tegensteUingen en het gaan zweven der kiezers, verdween ieder houvast. Het enige wat schijnbaar resteert is de persoon van de politicus. Een belangrijke overweging in het stemhokje luidt: IS hij of zij het type aan wie je met enig vertrouwen de staatszaken kunt overlaten?
DE SCHREEl De tnodeme politicus is op zoek naar charisma. Alles wil hij doen om over te komen als een gezaghebbend leider. Maar de moderne kiezers zijn niet meer de gedweeë schaapjes van weleer. Als het moet laat de kiezer de politicus keihard vallen.
C
30 v u MAGAZINE SEPTEMBER 1W2
.
harisma. Het woord heeft een bijzondere klank. Exotisch en mysterieus, zo zou je het kunnen omschrijven. En de inhoud van het woord is niet veel minder magisch. Wat is charisma eigenlijk? Wie heeft het? H o e kun je het krijgen? Heeft het te maken met bepaalde eigenschappen? Vragen die zich lenen voor eindeloze en onbesHsbare discussies. Charisma, zou je bij wijze van o m schrijving kunnen zeggen, is het ongrijpbare aureool dat een leider omgeeft. Hij heeft iets - maar wat dat iets nu precies is? - waardoor mensen naar hem luisteren; meer dan dat, hij weet ze in zijn ban te brengen, ze mee te slepen. D e leider heeft het vermogen om zijn gehoor in trance te brengen, de kritische rede wordt voor een poosje buiten gevecht gesteld. Elk woord slurpt de luisteraar naar binnen, alles valt ineens op zijn plaats. De charismatische leider heeft het vermogen om dolende, geïsoleerde individuen samen te voegen tot een hechte, eensgezinde massa. Hij wijst de richting, de rest volgt. Het merkwaardige is dat charisma niet voor iedereen op elk moment zichtbaar is. Charisma is vaak een groeps- en tijdgebonden aangelegenheid. Iemand als Abraham Kuyper stond bekend als een charismatisch leider, maar buiten de kring der gereformeerden hebben maar weinigen zijn aureool zien opHchten. En die Duitsers, geen wonder dat ze zich gek lieten maken door Hitler, zijn duivelse redenaarstalenten waren toch ook onweerstaanbaar? Maar wie nu toespraken van de Führer hoort, luistert naar een schreeuwerig ventje met een koude, metalige
Plakband
stem. Het miHtaristische charisma heeft in deze pacifistisch te noemen tijden kennehjk zijn wervende kracht verloren. Ieder pr-bureau had Hitler kunnen vertellen dat het zo echt niet meer kan. Geen brullende demagogen meer, de markt ligt open voor beleefde, vriendelijke huisvaders. Het charism.atisch aureool laat zich niet vastspijkeren in definities of schema's. Maar voor de ordelievende geest is nog niet alle hoop verloren. Ongeacht de vraag wat charisma nu precies is, kan het charismatisch leiderschap vergeleken worden met andere vormen van leiderschap. Dat heeft de socioloog Max Weber (1864-1920) aan het begin van deze eeuw gedaan. Allereerst onderscheidde hij het traditionele leiderschap dat onder andere berust op erfelijkheid en overlevering; maar k o ningen, grafen en hertogen hebben veel van hun gezag verloren en spelen vooral nog een rituele, decoratieve functie in de samenleving. Daarvoor in de plaats is het rationele leiderschap gekomen. Eigenlijk kun je daarbij nauwelijks nog van leiderschap spreken; de macht is in handen van betrekkelijk anonieme politici en ambtenaren die weinig meer
doen dan bureaucratische netwerken verfijnen, regels opstellen en ten uitvoer brengen. Het is een vorm van leiderschap die zich beweegt in een nauw omsloten raamwerk. Vernieuwing gebeurt altijd mondjesmaat, nooit revolutionair. Het charismatisch leiderschap, heeft daarentegen als karakteristiek, dat het zich weinig van regels aantrekt, ze zelfs zonder schuldgevoel overtreedt. De charismatische leider is creatief- 'geniaal' zeggen zijn aanhangers - en weet verstarde gewoonten en denkbeelden tot ontploffing te brengen. Extremisme Max Weber zag een zekere rol voor het charisma weggelegd. Met enige zorg keek hij naar die anonieme, gebureaucratiseerde systemen waarin het individu platgedrukt dreigde te worden. Een vleugje charismatische anarchie kon daarom geen kwaad. Weber was een gematigd man, maar al snel ontstond in zijn vaderland een radicalere stemming. De democratie met zijn ambtelijke procedure-gerichtheid, zijn middelmatigheid, zijn gelijkwaardigheid van iedere stem, heette de uitdrukking te zijn van een slaafse kuddementahteit. H o o g tijd
voor een inspirerende leider, iemand die in de alledaagse chaos door zijn persoonhjk gezag orde weet te scheppen, iemand die een duidelijk plan heeft waar het met de samenleving naar toe moet. Waar die behoefte aan een Grote Leider op uitgelopen is, behoeft verder geen betoog. Charisma is in de tweede helft van deze eeuw een ietwat verdacht begrip geworden. "Charisma is een recept voor extremisme en buitensporigheid", merkte de Amerikaanse Glosoof Allan Bloom op. Bij alle verhchte geesten heerst sinds de Tweede Wereldoorlog een scepsis ten aanzien van zogenaamde Grote Leiders. W e weigeren ons te laten meeslepen en onze kritische vermogens op slot te draaien. Aan grootse politieke avonturen geen behoefte. Het doel moet zijn: "bewust kiezen voor de betrouwbare saaiheid en de middelmatigheid van beproefde democratieën", om met György Konrdd te spreken. En toch is het verlangen naar charisma gebleven en zelfs sterker geworden. In gematigde vorm, dat wel. Niemand die zal voorstellen om een charismatisch leiderschap in de plaats van de democratie te stellen. De democratie is vast verankerd maar de
' O p zoek naar charisma' heet het proefschrift waarop de politicoloog Sjaak Toonen gepromoveerd is. Een mooie titel. Het geeft het bijna wanhopige karakter van de speurtocht aan. Charisma, het moet ergens te vinden zijn maar, alsjebheft toch, waar dan? ledere politicus zou graag wat uitstraling bezitten, maar wanneer komt dat aureool te voorschijn? Moet hij de wijze staatsman spelen, de jonge hond, de weifelmoedige intellectueel, de man die de taal van het volk spreekt? Moet hij zalvend en verzoenend zijn, of keiharde waarheden durven uitspreken? moet hij pragmaticus of visionair zijn? Het aantal opties is legio, bijna te veel om te kiezen. In dat verband spreekt Sjaak Toonen over 'pseudo-charisma'. Hadden p o Htieke leiders als Kuyper en Schaepman nog een charisma dat je in zekere zin authentiek en spontaan kon noemen, iets dat uit de persoon zelf leek voort te komen, bij de huidige generatie poHtici is dat niet meer het geval. Tegenwoordig wordt door reclame-bureaus doelbewust een effect gecreëerd. Zij voorzien de politicus van een imago waarvan verwacht wordt dat het zal scoren bij de kiezer. Het aureool verschijnt niet uit zichzelf, met een schaar en wat plakband wordt het op maat verstrekt. Wat een beetje huisvhjt al niet kan doen. Toch vind ik de term 'pseudo-charisma', die Sjaak Toonen hanteert, ietwat misleidend. De uitdrukking suggereert een hiërarchie. Lang geleden, laten we zeggen een eeuw, had je de ware charismatische leiders en heden ten dage, in dit armzahge
31
v u MAGAZINE SEITEMBER I W 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's