Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 254

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 254

4 minuten leestijd

"Ik geef toe dat het verschil tussen mens en dier veel minder groot is dan we bijvoorbeeld honderd jaar geleden meenden. Z o weten we dat apen, net als mensen, ontzettend veel kunnen leren. Dit neemt echter niet weg dat de mens, anders dan het dier, met een tekort ge-

- 1 * 1 ^ ^

boren wordt. Een dier dat ter wereld komt draagt het grootste deel van z'n gedragsrepertoire al mee in z'n genen, de mens beschikt wat dat betreft over een nog onvoltooide programmatuur; als hij niet wordt opgevoed, is hij zelfs niet in staat zichzelf in leven te houden. Dat tekort wordt dus opgevangen door de cultuur. Ik vind dat een heel essentieel verschil tussen mens en dier. "Ik ben het met de heer Smelik eens dat het streven naar macht niet specifiek menselijk is. Maar ik houd vol dat dit machtsstreven bij de mens niet noodzakelijkerwijs in dienst staat van de biologische drang tot zelf- en soortbehoud. En ook dat is volgens mij een wezenlijk onderscheid tussen mensen en dieren." Hersenschors Jurgens: "Ik constateer dat beide heren van het bestaan van aandriften en behoeften overtuigd zijn. Maar waar komen die vandaan? Zijn ze erfelijk of vooral cultureel bepaald?" Smelik: "Als ik u een dwarsdoorsnede zou kunnen tonen van de hersenen van mensen en andere zoogdieren, dan zoudt u zien dat het verschil vooral bepaald wordt door de omvang van de hersenschors. Die is bij de mens aanmerkelijk groter dan bij zoogdieren. Haalt u die schors weg dan zijn de resterende hersenen ongeveer identiek bij alle zoogdieren. Die hersenschors hebben we niet nodig om in leven te bhjven. Haal je hem weg bij bijvoorbeeld een hond, dan heeft dat nauwelijks gevolgen voor het gedrag van het dier; hij wordt iets agressiever, maar voor het overige eet, drinkt en kwispelt hij als vanouds. "In die resterende hersenen zetelt onder meer het gevoelsleven: affecten, driften en het behoeftcnsysteem. Dat behoeftensysteem hebben

32 JUNI

1992

we gemeen met andere zoogdieren, en is - uiteraard, zou ik bijna zeggen - gericht op zelfbehoud en soortbehoud. Tot dat systeem behoort onder andere ook het streven naar macht, naar controle over de situatie en over anderen om ons heen. Het streven naar geborgenheid - een ander aspect van veiligheid - en naar sociale contacten, behoort eveneens daartoe. Daar zijn programma's voor bij alle zoogdieren; ook bij de mens. Alleen bij de mens is daar zoveel bijgekomen aan cultureel erfgoed, dat de herkomst van bepaalde behoeften bij de mens minder gemakkelijk te onderscheiden zijn als bij het dier. Vraagje: zijn het de genen of is het cultureel?, dan zeg ik: de genen. In feite gaat het hier om programmatuur die we gemeen hebben met alle zoogdieren, net als het hebben van één mond, twee ogen en twee oren." Tennekes: "Het valt met te ontkennen dat de mens heel veel aandriften en andere zaken met het dier gemeen heeft. Hoe dat in de hersenen zit, heeft de heer Smelik zojuist prachtig uitgelegd. Het essentiële punt is mijns inziens echter, dat, vanaf het allereerste moment, een groot deel van die aandriften cultureel worden gearticuleerd; ze worden door de opvoeding op een bepaalde wijze ingevuld, ingekleurd, cultureel gestempeld. Daardoor krijgt de mens in feite ook van begin af aan de mogelijkheid mee zich van die aandriften te distantiëren, er een eigen draai aan te geven. Het streven naar macht komt voort uit de natuurlijke drang tot zelf- en soortbehoud, maar kan door de opvoeding een zodanige vorm aannemen dat het uiteindelijk dit doel niet meer dient en de biologische herkomst ervan zelfs niet langer herkenbaar is." Jurgens: "Ik denk dat de contouren van de tegenstelling tussen de twee opponenten daarmee wel geschetst zijn. W e stellen in onze traditie, met enige pretentie, de mens centraal. Maar als ik Richard Dawkins en zijn baanbrekende boek 'The Selfish Genes', goed heb begrepen, dan zijn wij, levende wezens, slechts de voedingsbodem voor genen die in ons aanwezig zijn, maar alleen hun eigen overleven op het oog hebben. Die genen leven voort, terwijl wij, hun tijdelijk onderdak, afsterven. Dat biedt een geheel nieuwe kijk op de zielsverhuizing, denk ik! Dawkins heeft gelukkig ook een troost voor de «MrfMre-aanhangers. Hij gaat uit van het bestaan van culturele genen, die hij memen noemt. Die dragen het aangeleerde over. O o k daar zijn we slechts de tijdelijke dragers en erflaters. Het blijft echter een klap voor onze pretentie het middelpunt te zijn van het gcschapene...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 254

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's