Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 141

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 141

6 minuten leestijd

Renée Braams

kunnen handelen? In het eerste geval zou het Leeuwarders Nederlands zijn met restjes Fries, in het tweede geval zou het stadsfries Fries zijn met wat Nederlandse woorden er door. Met dit onderzoek willen de Leidse neerlandici aantonen dat de eerste theorie waar is. Leeuwarders is volgens Van Bree "Nederlands in Friese mond". Dit betekent dat de woordenschat en het gedeelte van de grammatica waar de spreker zich van bewust is, voornameüjk Nederlands zijn. Maar die aspecten van de taal •waar we niet over nadenken, zuUen voor de Leeuwarders Fries gebleven zijn. De woordvolgorde is daarvan een voorbeeld.

"Je mag niet zeggen dat ik professor ben, want dat kan mensen huiverig maken." Met dialectonderzoeker Cor van Bree en zijn studenten op de fiets door Leeuwarden. "Veldwerk, dat hóórt op de fiets."

Sfnkvroog

OP DE FIÊfd NEI WIDER KIMMEN E en blauwe jas met een rode sjaal. En een baard. O p station Utrecht kan ik prof.dr. Cor van Bree gemakkehjk vinden. Hij heeft bandrecorders bij zich, vragenlijsten, adressen, kaarten van Leeuwarden, en drie studenten. Met z'n vieren maken ze een studie van het Leeuwarders, dat ook wel 'stadsfries' of 'stedsk' wordt genoemd. In de trein vertellen de vier Leidse neerlandici om beurten over het onderzoek, en over hoe je dat organiseert, veldwerk. "Heb je wel een sterke maag?" vraagt Van Bree. "In Twente kreeg ik altijd de hele dag door koffie. Dan had ik 's avonds maagpijn. Maar in Limburg kreeg ik de hele dag bier!"

v u MAGAZINE APRIL 1992

Vandaag zullen we acht bejaarde Leeuwarders bezoeken. Via een dienstencentrum, waar oude mensen komen om te klaverjassen, zijn Van Bree's studenten aan adressen gekomen. Voor hun onderzoek vonden ze zestig-plussers het meest geschikt, omdat het Leeuwarders een uitstervend dialect is. In de Friese hoofdstad spreken jonge mensen steeds meer Standaardnederlands. H o e weet je nou zeker dat die bejaarde informanten niet juist netjes gaan spreken omdat er mensen van de universiteit op bezoek zijn? Een van de studenten, Leen, legt uit dat de meeste informanten snel begrijpen dat het juist gaat om hun dialect. Het is wel belangrijk om ze thuis te

interviewen, waar ze zich op hun gemak voelen. "Maar je mag nooit zeggen dat je ze niet goed verstaat, want dan gaan ze meteen op Nederlands over!" De trein rijdt over de Veluwe. Van Bree vertelt over het ontstaan van het Leeuwarders. Daar zijn twee theorieën over. In de zestiende eeuw kwamen veel Hollanders naar Friesland. Vonden de Leeuwarders dat Hollands een erg deftige taal en probeerden ze daarom die taal te spreken? Stadsmensen hebben immers behoefte zich te onderscheiden van bewoners van het omringende platteland. Of waren de Leeuwarders gewoon genoodzaakt enig HoUands te leren om met de Hollanders te

"Leeuwarders zuUen dus de bandlekconstructie gebruiken", voorspelt Patrick. Tegen zijn docent: "Die term heeft u verzonnen, hè?" "Ja", zegt Van Bree, "dat is geloof ik de enige term die ik heb toegevoegd aan de wetenschap. In Noord- en Oostnederland zegt een fietser met pech 'Ik heb de band lek'. Dat is een constructie die in het Standaardnederlands niet voorkomt." Frido legt uit hoe de vragenlijst in elkaar zit. "Van deze zinnetjes moeten ze zeggen of het goed Leeuwarders is, of hoe je er goed Leeuwarders van kunt maken. Je moet opletten bij dit zinnetje: 'Ik had mijn boek nyt bij'. Dat is een strikvraag, want dat is Brabants. Als iemand dat beschouwt als goed Leeuwarders is hij geen betrouwbare informant. Dan gaan we weg." De zon schijnt en het landschap wordt gaandeweg Frieser. Van Bree: "Er is een bundel artikelen over het stadsfries, die heet 'Nei wider kimmen'. Naar wijdere horizonten, betekent dat. Daar moet ik altijd aan denken op dit traject." Leen: "Ik dacht dat het betekende 'nooit meer terugkomen'!" In Leeuwarden huren we fietsen en splitst het gezelschap zich. Frido gaat met Patrick mee. Leen: "Dan kom ik met de echte professor aanzetten." Van Bree: "Je mag niet zeggen dat ik professor ben, want dat kan mensen huiverig maken. Ze moeten zich op hun gemak voelen als je wilt dat ze spontaan hun dialect spreken." Genietend fietsen we op deze zonnige zaterdag door Leeuwarden. O p iedere straathoek stoppen we even

omdat Leen op de kaart moet kijken. Van Bree: "Veldwerk, dat hóórt op de fiets. Kloeke (bekend dialectonderzoeker, RB), die ging vaak w e kenlang op de fiets op pad. Dan hield hij een dagboek bij. 'Vanmorgen kletsnat in Wildervank aangekomen ...' "s Avonds in bed Tsjechov gelezen ...'." De stemming is uitmuntend. W e zijn bij het eerste adres. Bloempotten in de vorm van zwaantjes, met Kaapse viooltjes erin, voor de ramen. Een man met een pet op doet open. "Mijn vrouw ligt op bed met longontsteking, dus het kan niet doorgaan." Zelf spreekt de man geen Leeuwarders. Teleurgesteld staren Van Bree en Leen de straat in. "Daar in die tuin staat een oude man, vraag hem maar", spoort Van Bree Leen aan. Maar de man voelt er niet veel voor; een stugge Fries. "Zal ik die vrouw daar vragen?" stelt Leen voor. "Doe maar als je dat wilt", zegt Van Bree, "zelf durf ik dat niet."

Skunen aan de futen Vijf minuten later zitten we rond de eettafel van een vrouw die wel zes keer vertelt dat zij écht niet zo plat Leeuwarders praat. "Die echte ouwe Leeuwarders, die hebben het over skunen aan de futen", gruwelt ze. "Zo gek praat ik niet hoor." Geen goede informant dus, maar Van Bree stelt voor de beleefdheid toch een paar vragen. Ik zie een klein triomfantelijk glimlachje als hij haar aan de hand van de vragenlijst toch een band-lekconstructie weet te ontlokken. 'Die man het pech had, want hij had de voorruit van z'n auto stuk.' "Waar komt u weg?" vraagt hij later met een onschuldig gezicht. En na haar antv/oord zegt hij vriendelijk: " U vond het niet gek dat ik vroeg waar u weg komt, in plaats van waar u vandaan komt." Toch nog een beetje Fries! O p de fiets vertelt van Bree dat vrouwen altijd veel 'beschaafder' spreken dan hun mannen. En hij doet na hoe vreselijk bekakt de dames in Oegstgeest (Van Bree komt uit Leiden) bij de groenteboer een kilo appeltjes bestellen. Gelukkig is de volgende informant perfect. Een broodmagere oude man met een dikke sigaar. Hij woont m een bejaardenflat. Hij spreekt tegen ons eerst Nederlands, maar als hij v u MAGAZINE APRIl 1992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's