VU Magazine 1992 - pagina 152
3e ourna Balanceren tussen scoop en canard
GertJ. Peelen
W^etenschapsjournalistiek krijgt, meer dan andere journalistieke specialismen, kritiek te verduren. Hoe (on)kritisch zijn de scribenten die de kolommen van w^etenschapsbijlagen en populairwetenschappelijke tijdschriften vullen? Hoe (on)geletterd is het lezerspubliek in wetenschappelijk opzicht? En hoe komt dat? Het Chriet Titulaergehalte ter discussie.
en casus uit eigen keuken. In de herfst van 1989 kom ik via-via in contact met een hoogleraar die me revolutionair nieuws toevertrouwt: het HlV-virus, waarvan algemeen wordt aangenomen dat het aids veroorzaakt, zou onmogelijk de aanstichter van deze dodelijke ziekte kunnen zijn. Een moleculairbioloog, Peter H. Duesberg, zou met geloofwaardige argumenten de HlV-theorie onderuit hebben gehaald in een Amerikaans vaktijdschrift. Mijn zegsman toont me de bewuste pubhkatie. Ik moet maar zien wat ik ermee doe. Zelf blijft hij Hever buiten schot; het is per slot van rekening zijn vakgebied niet.
18
Wat te doen? Als de HlV-theorie inderdaad niet klopt zal dit ingrijpende consequenties hebben voor het onderzoek naar aids, voor de bestrijding èn de preventie ervan. Een rondje telefoneren langs wat geleerden met zekere
v u MAGAZINE APRIL 1992
r:
deskundigheid op dit terrein levert niets op. Men heeft van de revolutionaire theorie nog niet vernomen of weigert kortweg elk commentaar. Vermoedelijke oorzaak van dit stilzwijgen: Robert C. Gallo en Luc Montagnier ~ de ongekroonde koningen van het aidsonderzoek, die beiden de ontdekking van het HlV-virus claimen en daarom onderling een vete uitvechten - hebben zich over de dissidente theorie van Duesberg nog niet uitgelaten. En daar is kenneHjk het wachten op. Ik kies er daarom voor juist dit uitbHjven van een reactie van de zijde van deze en andere HlV-goden tot kern van mijn betoog te maken. 'Twijfels rond het aids-virus' heet het artikel dat in het VU-Magazine van november 1989 verschijnt. (Wie precies wil weten hoe volgens Duesberg de vork in de steel zit, kan het daarin nog eens nalezen.) De bedoeling is een discussie uit te lokken. Want hoe merkwaardig en in wetenschappehjke kring ongebruikelijk is het, dat op een zo fundamentele aanval op de
-TTU HlV-theorie - waarmee de huidige onderzoekspraktijk op het gebied van aids valt of staat - ook na vele maanden, geen enkele reactie volgt. Speelt de onmin tussen Gallo en Montagnier een rol? Zijn er andere, niet-wetenschappeHjke Overwegingen in het spel? Reacties op mijn artikel bHjven uit. D e media pikken het niet op. En ik bhjf achter met de vraag of ik, in plaats van een scoop te scoren, geen canard heb geschoten. Heb ik me - al dan niet in commissie - misschien in de luren laten leggen door een moleculair-biologische nitwit wiens naam ik nooit eerder had gehoord. Het Hjkt erop. Zeker wanneer een coUega-journalist van een ander blad me meedeelt onder geen beding zijn vingers te willen branden aan deze heikele kwestie ("Jij Hever dan ik!"). Het zal uiteindelijk bijna tweeëneenhalf jaar duren voor de zaak - ditmaal in de kolommen van de Volkskrant aan de orde wordt gesteld. Duesberg handhaaft nog steeds zijri\anti-HIV-theorie, zo blijkt daarin, en heeft inmiddels
een groepje deskundige medestanders om zich heen verzameld. En wetenschappelijk is zijn visie nog steeds niet weerlegd. Mondjesmaat komt de discussie nu op gang. Wat dit praktijkvoorbeeld illustreert, zijn niet alleen de twijfels van de w e tenschapsjournaHst die zijn kritischinformerende taak serieus neemt. Het is ook de huiver je als nieuwsgaarder te mengen in discussies die kenneHjk (mede) door andere dan puur wetenschappelijke belangen worden gestuurd. De vrees ook, je volstrekt belachelijk te maken door je te begeven op zeer ondoorzichtige onderzoeksterreinen die, als het zo uitkomt, door wetenschappers op hooghartige wijze van de nieuwsgierige bukken van het journaille worden afgegrendeld. De angst, kortom, voortdurend te moeten balanceren tussen scoop en canard. Die angst nu, Hjkt, meer dan voor journalisten die zich op andere aandachtsgebieden begeven, kenmerkend voor de wetenschapsjournalist. Wellicht is dat ook de oorzaak waarom de wetenschapsjournaUstiek, vaker dan andere speciaHsmen uit deze bedrijfstak kritiek te verduren krijgt. Terecht often onrechte?
Doorgeefluik Intern is er op dit moment onder de beoefenaars van de wetenschapsjournaHstiek een discussie gaande over het eigen speciaHsme. Twee zaken komen in dit debat steevast bovendrijven: de (on)kritische houding van dejournaHst jegens zijn vakgebied en de wetenschappehjke (on)geletterdheid van het lezend pubHek. Anders gezegd: hoe doen ze het? En: voor wie doen ze het eigenlijk? In Iota, een primair op de media gerichte maandelijkse uitgave van de Stichting voor PublieksvoorHchting over Wetenschap en Techniek (PWT), stelt filosofe Barbara Noske het.falen van de wetenschapsjournaHstiek in ons land onbarmhartig aan de kaak. Achter het masker van zogenaamde objectiviteit gaan scribenten schuü die volstrekt onkritisch staan tegenover het verschijnsel dat ze beschrijven. De wetenschapsjouralist, aldus Noske, "fungeert als ogenschijnlijk neutraal doorgeefluik", doet
19
v u AAAGAZINE APRIL 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's