VU Magazine 1992 - pagina 258
nissen." Geen wonder, aldus de promovendus, dat juist de jeugd zich door dit soort teksten voelt aangesproken. Ze sluiten aan "bij de dagelijkse ervaring van jongeren. Zij zijn immers bezig zich een plaats te verwerven binnen de structuur van de samenleving. Vergaande onzekerheid met betrekking tot de eigen toekomst is immanent aan 'levensfase jeugd'. Jongeren zetten hun 'eerste schreden' op weg naar volwassenheid op het gebied van liefde en relaties, maar ook op andere terreinen." Want ze zijn (en hier plaatst Rutten een geraffineerde knipoog naar de ware popliefhebbers, met name de fans van David Bowie) "absolute beginners". Wat Ruttens onderzoek in feite nog het meest tot irrelevantie veroordeelt, is zijn exclusieve gerichtheid op de liefdesmoraal, zoals die tot uitdrukking komt in de teksten van popsongs. Hij baseert die eenzijdige keus op het weinig overtuigende argument dat slechts het thema "liefde, relaties en sexualiteit" betrouwbaar te coderen, en dus te onderzoeken is. En hij ziet zich in de juistheid van zijn keus bevestigd door het eerste resultaat van zijn inhoudsanalyse: inderdaad heeft iets meer dan de helft van de onderzochte songteksten de liefde, en al wat daaruit aan lust en leed kan voortvloeien, tot enig hoofdthema. Zou het echter niet veel interessanter zijn geweest te w e ten te komen waar de rest van al die
liedjes dan wel over gaan? Als we Rutten mogen geloven - en daar is au fond geen bezwaar tegen is er in de inhoud van hitteksten een ontwikkeling te bespeuren, die een veranderende houding jegens de liefdesmoraal indiceert. Was die houding in de jaren vijftig nog traditioneel te noemen (houen en trouwen, en vooral veel en bitter wenen wanneer de liefde onbeantwoord blijft), in het volgende decennium valt in popteksten steeds vaker een pleidooi te beluisteren voor wat Rutten een "alternatieve Hefdesmoraal" noemt; pakken wie je pakken kunt, en wie een kindje krijgt mag het houden. 'Let's spend the night together, een onvervalste rocksong van - daar zijn ze weer! - The Stones, vormt daarvan een treffende illustratie. Het is de periode waarin ook de flowerpower zich aandient: make love not war, weetjewei! Als die rage in de jaren zeventig weer is uitgeraasd, keert ook het romantische liefdesideaal weer terug in de teksten van de hits, aldus Rutten. That's all. Boodschap v Rutten gaat ervan uit dat jongeren ook werkehjk een boodschap hebben aan die in hitmuziek uitgedragen boodschap inzake de liefde. Het Hjkt me zeer twijfelachtig. Meer dan de teksten, die zangers niet zelden onverstaanbaar temidden van scheurend gitaargeweld en bonkende bas-
drums ten gehore trachten te brengen, is vooral de vorm, het muzikale totaalplaatje en, in deze tijd van de videocHp, het uiterlijk van doorslaggevende betekenis. Aan dat laatste het uiterlijk en gedrag van een popgroep - nemen jongeren pas een voorbeeld, als ze het eerste okay, dan wel 'onwijs te gek gaaf hebben bevonden. Je moet op popmuziek toch eerst en vooral 'flink uitje dak kunnen gaan'. De rest is flauwekul. The medium is the message; communicatiedeskundige Marshall MacLuhan zei het al eerder. En dus ook in de popmuziek is de vorm de boodschap, niet tekst en inhoud. Maar als we het dan toch over boodschappen moeten hebben: er is in de hitmuziek uit de periode die Rutten onderzocht, warempel nog wel meer uitgedragen dan een melig I love you, love me do. In de jaren zestig, de periode waarin Rutten de opkomst van de 'alternatieve liefdesmoraal' situeert, ontstaat bijvoorbeeld een heel nieuw type popmuziek dat niet ten onrechte het inmiddels wat ouboUig klinkende predikaat protestsong meekrijgt. De Amerikaan Bob Dylan (als artiestennaam leende hij de voornaam van schrijver Dylan Thomas) maakte er furore mee. De Ier Donovan volgde zijn voorbeeld, terwijl in Nederland Armando ('Ben ik te min?) en Boudewijn de Groot ('Mijnheer de President, slaap zacht!') met protestliederen grote hits wisten te scoren.
WAREN THE ROLLING STONES IN DE JAREN ZESTIG NOG DE SCHRIK VAN BEZORGDE OUDERS, IN DE JAREN NEGENTIG TELT HUN PUBLIEK DRIE GENERATIES.
< 7.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's