VU Magazine 1992 - pagina 393
R
H
zich tegen hemzelf. Explosieve wapens kunnen al het leven in één forse klap wegvagen; het streven naar welvaart maakt dat we stikken in ons vuil; de verlenging van de levensduur bewerkstelligt dat binnenkort op deze planeet alleen nog staanplaatsen te vergeven zijn. Wetenschap en techniek blijken zich tot Frankensteinachtige verschijnselen te ontwikkelen. Onbeheersbare monsters. Vertolkte de Club van R o m e enerzijds het wantrouwen in de wetenschap, anderzijds was zij ook weer een uitdrukking van ongebroken geloof in het wetenschappelijk kunnen. De ondergang scheen namelijk op wetenschappelijk verantwoorde wijze voorspeld te kunnen worden. Dat hadden we nog niet eerder gezien. De onheilsprofeten van alle tijden moesten zich altijd behelpen met hun intuïtie of hun bovenzintuiglijke ingevingen om het fatale moment te voorspellen. D e Club van R o m e slaagde erin om de ondergang m grafieken vast te leggen. Een aantal elkaar kruisende lijnen gaven aan hoe en wanneer - binnen honderd jaar, dat in ieder geval - het definitief mis zou gaan. Heel wat anders dan de kruisende lijnen waarmee een handlezer naderend onheil meende te kunnen voorspellen. De meest imponerende troefkaart die Club van R o m e uitspeelde was die van de exponentiële groei. Het idee van zo'n exponentiële curve was buitengewoon verontrustend. Het principe daarvan laat zich verduidelijken aan de hand van een Frans raadseltje. Daarin v/ordt verhaald van een waterlelie in een vijver die zich iedere dag verdubbelt. Bij een ongestoorde groei zal in dertig dagen de waterleHe de hele vijver bedekken en al het leven verstikken. Wanneer zal de lelie de helft van de vijver bedekken? Antwoord: op de negenentwintigste dag. En wanneer de hele vijver? Antwoord: een dag later. En zo zal het ook zijn, hield de Club van R o m e ons voor, met de bevolkingsgroei, de milieuverontreiniging en de uitputting van de grondstoffen. Het idee van de exponentiële curve behelst een ernstige waarschuwing. We kunnen betrekkelijk zorgeloos naar buiten kijken en wat zien we op een mooie dag: de bomen staan
A
A
L
in bloei, het stoepje is geboend en de moeders brengen hun kinderen naar school. Die rust en kalmte is slechts schijn, ondertussen verdubbelt het kwaad zich van dag tot dag. Alleen - we merken het niet. En op de dag dat we het wel merken, is het te laat. W e moeten ons, alle schijn van rust ten spijt, nu al ernstige zorgen maken. Die boodschap probeerde de Club van R o m e over te brengen. Het rapport van de Club van R o m e is van diverse kanten scherp bekritiseerd. In wetenschappehjk opzicht schijnt er weinig van te deu-
D
kunnen, zo lijkt het, té verpletterend zijn. De Club van R o m e meende de Ondergang 'objectief te kunnen vaststellen. Wehswaar bestond er nog wel enige ruimte voor menselijk handelen, het noodlot was niet onwrikbaar, maar in het Hcht van de geschetste problemen moest een dramatisch gevoel van machteloosheid zich wel van ieder mens meester maken. Die pretentie van wetenschappelijke zekerheid maakt fatalistisch; als de toekomst al zo'n beetje vaststaat, waar zou j e je dan druk om maken, zeker als het alledaagse leven zo
microgram
/
200
b /
100
30 20 10
^»
™ 1750
•
^^^ ^
1800
^
• "
• "
u.. • "
z e e z o u t / k g sneeuw
- - "
c a l c i u m / k g sneeuw
_ft ^
9
1850
— «
_ _ _ Jl 1900
r*
1950
eeftijd van s n e e u w l a g e n
LOOD IN DE GROENIANDSE IJSKAP: EEN EXPONENTIELE CURVE
gen. Een projectgroep uit Eindhoven stelde dat de wiskundige m o dellen die in het rapport gehanteerd werden zich op het peil van eerstejaars studenten bevonden. De boodschap van de Club van R o m e om met de groei te stoppen, kon niet uit de modellen afgeleid worden. Er volgden her en der zuchten van verlichting: alweer een valse profeet - ditmaal gehuld in een wetenschappelijke mantel - ontmaskerd. Die afweerreactie na de aanvankelijke opschudding over het rapport had iets begnjpelijks. Het rapport maakte een verpletterende indruk, iedereen in rep en roer inzake de belabberde wereldsituatie. Maar de milieu-verontrusting ebde ook weer snel weg. Sommige boodschappen
slecht nog niet is. Na ons de zondvloed; of dansen we hever nog wat op de vulkaan? Het eerste rapport van de Club van R o m e verschilde niet in alle opzichten zoveel van vroegere Apocalyptische Visioenen. Het projecteerde naar goed gebruik het onheil m een min of meer nabije toekomst waarbij plotseling het leed zou toeslaan. Tegenover de onmetelijke dreiging van de Grote Catastrofe kon slechts een Totaalplan op Wereldmveau een antwoord bieden. Ieder streven om het concreet bestaande leed te verminderen en kleine castastrofetjes af te wenden, kreeg in dat licht iets fiatiels. Een druppel op een gloeiende plaat. Wat maakt het allemaal uit? Laten we dan maar gelaten wachten tot Het Moment daar is.
39
v u hAA.GAZn-if:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's