VU Magazine 1992 - pagina 294
Mocht het waar zijn, veronderstel ik, dat de hulpverlenerswereld in meerderheid bestaat uit radicale bevlogenen, zou je dan niet enig corrigerend effect mogen verwachten van politie en justitie? Heerst in die wereld niet wat meer nuchtere rationahteit? Maar nee, zegt Truus van den Broek. "Het is doodeng om te zien hoe de politie bij ons in Enschede onder de indruk is van Francien Lamers. Ik ben zelf orthopedagoge en weet hoe moeilijk het is o m diagnoses te stellen. Maar de mensen hier zijn heel autoriteitsgevoelig, zo'n doctorandus zal het wel w e ten, denken ze. Als Lamers zegt dat een kind seksueel misbruikt is, dan is dat zo. Dan kun je daar net zoveel empirische feiten tegen inbrengen, het interesseert ze niet. In het artikel in het Maandblad voor Geestelijke Volksgezondheid schrijft ze dat een interview geen waarheidsserum bevat. Ik durf te stellen dat ze met zulke interviews justitie gewoon zekerheidsgif wil geven." In het najaar van '91 kwam de Enschedese politie nog op sensationele wijze in het nieuws: een jongen zou in twee jaar tijd, toen hij elf, respectievelijk twaalf jaar oud was, maar liefst tweehonderd kleuters seksueel misbruikt hebben. Sceptici noemen deze 'vangst' een nieuwe aanfluiting, na Oude Pekela en De Bolderkar, en de zoveelste uiting van zedenangst en massa-hysterie. Francien Lamers had de interviews niet zelf gehouden, wel was ze betrokken bij de voorbereiding van de persconferentie en verscheen ze in het NOS-journaal. "Ter plekke bij een nieuw wereldrecord seksueel misbruik", merkt Truus van den Broek cynisch op. Als van de politie klaarblijkeHjk weinig tegenwicht te verwachten is, moet de correctie maar van justitie komen. Soms is dat ook zo: de eerder genoemde tachtigjarige opa kreeg uiteindelijk vrijspraak. De praktijk lijkt echter te zijn dat men bij een rechtbank vooral afgaat op de conclusies van een door Justitie uitgekozen deskundige, en dat men vaak minder goed op de hoogte is van de wijze waarop de conclusies tot stand zijn gekomen. Daar zou wel eens wat preciezer naar gekeken mogen worden, vindt pro/". mr.J. Doek, hoogleraar jeugdrecht en plaatsvervangend kinderrechter. "In mijn opvatting zou het al lang standaard moeten zijn dat van alle interviews geluids- en beeldbanden gemaakt worden. In de Verenigde Staten is dat al lang gebruikelijk".
i^HHHHHHi
28
Autoriteitsgeloof
Als ik vraag waarom getuige-deskundigen tijdens rechtszittingen niet kritischer aan de tand gevoeld worden, zegt Doek dat dit in ons rechtsstelsel nu eenmaal niet gebruikehjk is. "In de angelsaksische rechtsstelsels Ugt een zwaar accent op het kruisverhoor. Wij pakken dat anders aan, wij zijn minder gespitst op een heel kritische analyse van wat er ter tafel komt. Of dat nu autoriteitsgeloof is? Je moet inderdaad van zeer goede huize komen om een stelling van een getuige-deskundige in twijfel te trekken. Dat laatje doen door een andere getuige-deskundige. En dan moet de rechter maar beslissen wie het meeste gehjk heeft. Wat wij in Nederland niet aardig vinden is dat de betrouwbaarheid en de kwaHteit van de getuige-deskundige kritisch tegen het licht worden gehouden. In Amerika gebeurt dat wel. Daar zitten ook wel negatieve aspecten aan, er wordt onder andere gevraagd hoeveel een deskundige met een optreden verdient. Maar ik vind dat we af en toe wel wat kritischer mogen zijn; dat het
vu MAGAZINE JUl/AUG 1992
PROF. MR. J. DOEK: MINDER GESPITST OP HEEL KRITISCHE ANALYSE.
de advocatuur moet worden toegestaan te reageren op de kwaliteit van de getuige-deskundige." Zeker is wel dat hulpverleners, in het bijzonder de deskundigen die ten dienste van justitie staan, op het terrein van seksueel misbruik een macht zijn geworden. De conclusie van de deskundige is soms het belangrijkste materiaal op grond waarvan een verdachte veroordeeld of vrijgesproken wordt. En als de hulpverlener het vermoeden heeft van seksueel misbruik, kan het kind op zijn of haar advies, nog voordat het strafrechtelijke bewijs geleverd is, uit huis geplaatst worden. O p grond van een vermoeden van mishandeling kan een kind gedurende zes weken 'gedetineerd' en geïsoleerd worden, zonder dat er ook maar een rechter naar hoeft te kijken. En als de kinderrechter dat dan uiteindeHjk doet volgt hij meestal het advies van zijn deskundigen. Z o ' n uithuisplaatsing wordt alom gezien als een nogal dramatische gebeurtenis voor een gezin, misschien meer nog voor het kind dan voor de ouders. Er zijn zelfs mensen die vinden dat het middel - uithuisplaatsen - erger is dan de kwaal - seksueel misbruik. O p de macht van de hulpverlener bestaat nauwelijks enige controle. Sancties op een verkeerd gebruik van macht bestaan er vrijwel niet. In de Bolderkarzaak werden gezinnen uiteengerukt op een al te voorbarig vermoeden van incest. Niemand heeft tegen Carla van Deutekom gezegd dat ze op grond van grove fouten beter kon o m zien naar een andere werkkring. Wel was er kritiek op haar werkwijze, maar een echte berisping heeft ze nooit gekregen. De interviews in de zaak-Schwagten vonden plaats na D e Bolderkar-affaire. Ze Het niet merken haar werkwijze sindsdien ook maar iets veranderd te hebben. "Die heeft dus niets geleerd. Het gaat gewoon door", merkte prof dr. H. Crombag op. In dat verband kunnen de klaagzangen die de deskundigen van de kinderbescherming de laatste tijd aanheffen, een tikkeltje schijnheilig genoemd worden. De deskundige is de kop van jut, een zielig iemand die in de beklaagdenbank gezet wordt, zo heet het. Dat lijkt op een krasse omdraaiing van de verhoudingen. De kabouter kietelt de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's