VU Magazine 1992 - pagina 190
de waarin hij scherp protest aantekende tegen deze ontslagen. Drion behoorde destijds tot de toehoorders. "Dat was een groot evenement waarbij Cleveringa omstu\vd werd door leden van de juridische faculteit. Er waren ook heel veel anderen dan alleen maar juridische studenten", herinnert Drion zich. "Die rede van Cleveringa was een zeer moedige daad want hij wist dat er sancties tegen hem genomen zouden worden. Het viel uiteindelijk nog mee, maar hij had ook tegen de muur gezet kunnen worden. Studenten gingen in staking, maar het was niet zo dat Cleveringa tot die staking opgeroepen had. Doe geen dwaze dingen, zei hij. Hoewel het mij als student teleurstelde, was dat heel begrijpeHjk. D e docenten hadden zich namelijk eerder zelf helemaal niet zo heldhaftig gedragen. D e Duitsers vroegen de docenten een niet-joodverklaring te tekenen. Een grote groep wees dat plan af, maar haalde net geen meerderheid. D e goeden hadden daar wel de pest over in." B Deed u zelf aan die staking mee? "Och", zegt Drion ironisch, "je zou wel een ongelooflijke lapzwans moeten zijn om toch college te lopen. Bovendien is een staking voor een student zo'n gratuite zaak. Ik kan niet zeggen dat daar veel moed voor nodig was." H U bagatelliseert de zaak? "Nee, het was belangrijk dat het gebeurde en met zo'n actie ergerde je de Duitsers ook wel. Maar Cleveringa nam een duidelijk risico, of liever gezegd een onduideHjk risico en dat maakte zijn actie nog moediger. Maar studenten namen door te staken op dat moment geen enkel risico. W e hadden ook helemaal die illusie niet. Het was gewoon boosheid." De belangrijkste taak van intellectuelen, verklaarde Drion ooit in een essay uit 1967, ligt ook niet in het directe verzet tegen fascistische of anderszins dictatoriale machten: "Als de Mussolini's, de Hitlers, de Seyss-Inquarts e tutti quanti het heft eenmaal in handen hebben, bHjft er voor het intellect niet veel anders meer over dan zijn eigen moreel zo goed mogelijk te beschermen en misschien een beetje dat van anderen." De verantwoordelijkheid van intellectuelen ligt voor hem in de fase vóór de ineenstorting, als het erom gaat het vertrouwen in de democratie levend te houden. Drion constateert in diverse essays dat intellectuelen in die taak tekort geschoten zijn. Een toonaangevend denker als Menno ter Braak bijvoorbeeld, deed lange tijd laatdunkend over de democratie; de burgerij was vóór de democratie, dus - het woordje 'dus' verraadt hier een duizelingwekkende logica - kon hij als creatief denkend intellectueel er onmogelijk enthousiast over zijn. Pas toen het fascistisch gevaar in al zijn brutaliteit en anti-intellectualisme zich o p drong, veranderde hij van mening. En ook toen was zijn redenering niet erg principieel; hij constateerde dat de burgerij zich afkeerde van
de democratie, dus toen kon hij er juist weer wél voor zijn. De wortels van het anti-democratische denken, liggen voor Drion in een romantische, aristocratische minachting voor de burger. "Intellectuelen en kunstenaars hebben sterk de neiging zichzelf als elite op te vatten", constateert hij. "Men denkt: wij zijn de aristocraten van de geest, in de maatschappij draait het om ons. Wij staan ver boven al die proleetjes en burgermannetjes met hun koehandel en partijpolitieke gedoe. In de cultuur van de negentiende eeuv/ is dat een continue lijn. Iemand als Flaubert schrijft buitengewoon onvriendelijk over de burger. Voor een deel heeft hij gelijk maar het curieuze is dat zulke schrijvers in hun eigen leven ook geweldig burgerlijk konden zijn. Die bourgeois-haat was in zekere zin zelfkritiek op de eigen burgerlijkheid." I
Zit het aanstootgevende niet ook hierin, dat in een democratie de kunstenaar gewoon een van de velen is en dat de ene stem niet zwaarder telt dan de andere? "Precies, dat is strijdig met hun aristocratische denken dat zegt dat zij zoveel meer waard zijn dan die burgermannetjes. Men heeft een voortdurende drang om zich te onderscheiden, te laten zien hoe anders men wel niet is. Men houdt permanent afstand tot alles wat de massa denkt en voelt. Tegelijk hebben intellectuelen een behoefte om aan anderen voor te schrijven wat er in de samenleving dient te veranderen. Daar moet niet een of andere vervelende kerel aan te pas komen die nog nooit een gedicht gelezen heeft." I
Ongeveer zoals Multatuli dacht dat wanneer het landsbestuur maar aan hem werd overgelaten, alles wel in orde zou komen? "Multatuli is eigenlijk een van onze meest geprononceerde romantici in de negentiende eeuw. Een geweldig schrijver, een heel groot en begaafd romanticus, maar ook met alle b e perkingen ervan. Je kunt moeilijk zeggen dat hij een betrouwbaar democraat was." H
Is het niet opvallend dat alle grote schrijvers in zekere zin anti-democraten zijn geweest? "Veel van hen wel. Van iemand als Proust kun je moeilijk zeggen dat hij een anti-democraat was, zijn schrijversschap ging helemaal buiten de politiek om. Heel belangrijk is de grote invloed van Nietzsche op de literatuur. Hij belichaamde een aristocratisch radicaHsme, het kweken van een Uebermensch, daar moest het allemaal naar toe. Nietzsche was geen pohtiek denker maar voor zover mensen politieke conclusies uit zijn werk probeerden te trekken, heeft hij een slechte invloed uitgeoefend. Hij heeft op veel niet-democratische mensen grote indruk gemaakt. "Wat intellectuelen en kunstenaars altijd vergeten is dat grote geesten op diverse terreinen ook grote onzin kunnen uitkramen. Dat zie je bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's