Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 412

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 412

5 minuten leestijd

geen uitspraak over doen." Toch hjkt Schwartz' vakgebied er op uit zo'n scheppende kracht voorgoed buiten spel te zetten. Het einddoel is immers een aannemehjke route te schetsen voor het spontane ontstaan van het leven. Zal, v/anneer die pogingen in de verre toekomst tot een goed einde zijn gebracht, de

14 v u MAGAZINE NOVEWMR1992

Als de Koningin op Prinsjesdag de Verenigde Vergadering van beide Kamers aanspreekt met "Leden van de Staten Generaal" dan wijkt zij af van een Besluit van de Algemeene Staaten van 7 February 1653, waarbij de aanspreektitel werd vastgesteld als "Hoogmogende Heeren, Myn Heeren, de Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden", Hunne Hoogmogenden waren toen geen leden van de Staten Generaal, zij waren de Staten Generaal. Zeker, zij waren afgevaardigden van de Staten (fietgeen betekent 'standen') van de zeven provinciën, die op fiun beurt bestonden uit vertegenwoordiging van de ridderscfiap en de steden (de tweede stand, de klerezij, was uitgevallen toen de Reformatie Fiem afschafte). Maar blijkbaar zag men hoge staatscolleges als een verzameling van ambtsdragers, en in mindere mate als een abstracte entiteit, een rechtspersoon, waarvan men lid kon zijn. Een koning was ook geen lid van het koningschap, hij was het ambt. De overheid als verzameling ambten, een visie die ook nu voordelen biedt omdat dan niet met een abstractum als de staat hoeft te worden gewerkt. J.H.A. Logemann ("oud hoogleraar te Batavia") wijdde er in 1948 zijn "Over de theorie van een stellig staatsrecht" aan. Hunne Hoogmogenden vergaderden aan het Binnenhof in een zaal grenzend aan de Treves-kamer (tegenwoordig, chic maar ten onrechte, Trèves-zaal genoemd). Zij zaten rond een lange tafel overdekt met een groen kleed en omringd met zesentwintig stoelen. Eén (met armen) voor de President, die bij toerbeurt voortkwam uit elk van de provinciën, voor een week (het voorzitterschap van de Europese ministerraad gaat net zo, zij het voor een half jaar). Gelderland en Holland hadden elk zes stemmen, Zeeland en Vriesland drie Utrecht, Groningen en Overijssel twee. Blijft een stoel over voor de stadhouder en voor de griffier. Als de gewesten

idee van een schepper niet definitief overbodig zijn geworden? " N e e , " vindt Schwartz. "Je moet die twee niet als elkaar uitsluitende verklaringen zien. O o k als wij het ontstaan van het leven volledig zouden kunnen nabootsen, betekent dat niet dat er geen schepper is. Wij zijn op zoek naar het hoe, naar het mecha-

COLUMN ERIK

J U RG E N S

HUNNE HOOGMOGENDEN

meer afgevaardigden hadden gestuurd dan "houden de overigen zig over einde", zo staat beschreven in de "Hedendaagsche Historie of tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden", verschenen bij Isaac Thirion, Amsterdam, 1739. De Raadspensionaris van Holland (dat wil zeggen; de juridisch adviseur die een "pension", een vast salaris kreeg) wordt niet genoemd, hoewel hij de machtigste ambtsdrager was in de Republiek (denk aan Johan de Witt!). Deze oefende zijn macht uit via de vergadering van de Staten van Holland, het gewest dat in macht verre uitstak boven de andere zes. De vergadering om die lange tafel werd elke dag gehouden, ook 's zondags, een reces was er niet. De griffier leest de ingekomen berichten en notities voor, de leden uiten terzake hun gevoelens, zij stemmen, en de President "besluit met de meerderheid, behalve in zaken die eenpaarigheid vereischen, als oorlog en vrede, belastingen en andere zaaken, die niet altijd even net te bepalen zijn". Die eenparigheid bij oorlog en vrede is interessant voor degenen die het verdrag van Maastricht over de Europese Unie kennen. Daar is besloten tot het voeren van een 'gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid', waarover alleen met eenparigheid van de twaalf lidstaten kan worden beslist. De Staten-Generaal van toen had

nisme. D e vraag naar het waarom, daar kom je niet uit, die wordt door zulk onderzoek niet beantwoord. "Als je een schepper nodig hebt om het leven op aarde zinvol te maken, wat verandert er dan als je het m e chanisme van de schepping kent?"

beperkte bevoegdheden. Immers de Republiek was een statenbond, de provinciën behielden hun bevoegdheden, de afgevaardigden zaten in de Algemene Staten "met last en ruggespraak" van de zesenvijftig steden en de zeven ridderschappen van de provinciën. Een aantal zaken was aan de Generaliteit overgedragen, maar daarover kon niet altijd bij meerderheid gestemd worden. Het buitenlands beleid, inclusief de koopvaardij, was duidelijk een generaal belang. En naarmate de macht en de rijkdom van de Republiek groeide (Johan de Witt kon tot het rampjaar 1672 Frankrijk en Engeland tegen elkaar uitspelen) nam de positie van Hunne Hoogmogenden toe. In het boek van Isaac Thirion worden vele bladzijden besteed aan de buitenlandse betrekkingen. De Republiek had in 1 739 een keur van gezanten: ambassadeurs in Parijs, Madrid en Konstantinopel; extraordinaris envoyés in Wenen, Londen en Stockholm; ministers in Berlijn, Warschau en bij de Rijksdag in Regensburg; residenten in Kopenhagen, Moskou, Lissabon, Brussel, Frankfort, Hamburg en Keulen; kommissarissen te Elzeneur en Dantzig (niet Gdansk, zoals wij tegenwoordig, na eeuwen Dantzig, worden gedwongen te schrijven!); een agent te Aken. tn konsuls in nog drieëntwintig plaatsen. Er werd hoge waarde gehecht aan het aanzien van Hunne Hoogmogenden, met name ook in het verkeer met vreemde mogendheden. Thirion beschrijft uitvoerig de ceremoniën waarmee HH. de Heren Staaten Generaal buitenlandse gezanten in gehoor ontvingen, inclusief een intocht vanuit de Hoornbrug vergezeld van tachtig koetsen, benorende aan de Haagse haute volée. Ontvangen bij fHH. sprak de president de gezant aan met Mijnheer of Monsieur. De Republiek erkende geen Excellenties. In Amsterdam komt de Herengracht vóór de Keizers- en de Prinsengracht. Dat waren nog eens tijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 412

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's