VU Magazine 1993 - pagina 373
Want zij zijn het die beslissen, volgens hem. Huizinga: " O p grond van gezond verstand. Ze weten niet precies bij wie N R is afgesproken. Dat staat ergens in een klapper. Bij een jong iemand, die in principe beter wordt, springen ze er gelijk bovenop. Als iemand van tachtig met een slechte prognose een hartstilstand heeft, beginnen ze niet meteen met reanimeren. Dan zoeken ze eerst eens op wat er in de klapper staat - dat is uit medisch-technisch oogpunt natuurlijk het domste watje kunt doen bij een reanimatie - en beslissen dan het maar zo te laten." Natte vingerwerk. Huizinga: "Ja, dat is toch de hele geneeskunde."
^m^m^ammm
Oude mensen
Met hun timmermansoog beoordelen verpleegkundigen en artsen in de acute situatie van een hartstilstand of ze zullen reanimeren. Bij een bejaarde gaan ze minder snel tot actie over dan bij een jonge patiënt. Want, over wel of niet reanimeren is nog niet nagedacht en overlegd en als dat wel is gedaan weet de dienstdoende verpleegkundige niet precies wat er is afgesproken. Is dit een kwalijke zaak? Is het verkeerd om oude mensen niet te reanimeren? Van Delden citeert in zijn proefschrift de Amerikaan D. Callahan die meent dat er iets is als een natuurlijke levensloop, in fasen. R o n d de tachtig belanden we in de ouderdomsfase. Het sterven moet in die fase niet meer als een kwaad worden beschouwd maar als een natuurlijk einde van het leven. Mensen boven de tachtig moeten ui-
teraard goed verzorgd worden, maar levensverlengende technieken als reanimaties zijn voor hen niet bedoeld, vindt Callahan. De arts-ethicus: "Het is mooi wanneer iemand voelt dat zijn leven is voltooid en hij de dood eerder als vriend dan als vijand beschouwt, maar het punt is datje een ander mens deze ervaring niet mag opdringen. Callahan zei dit in de discussie over bezuinigen in de gezondheidszorg. Ik zie dat anders. Onze welvaart is voor een deel verdiend door de mensen die nu oud zijn, dus die hebben evenveel recht op dure medische zorg als jongeren." De zaalarts: "Het is geen mooie dood, een mislukte reanimatie. Als je dan toch kiest voor het reanimeren van oude mensen, m o e t j e een redelijke kans op succes hebben. Die hangt helemaal af van de diagnose, die je - ook in een acute situatie - probeert te stellen. Iemand van vijfentachtig met een hartritmestoornis, omdat hij teveel plaspillen heeft geslikt, waardoor zijn electrolytenbalans is verstoord, die is met één keer klappen weer terug in het leven. Dat doe je natuurlijk. Maar als je ziet dat iemand ledematen mist ten gevolge van suikerziekte, of als zijn vingers bruin zijn van de rook, is de kans dat het lukt zo klein datje eerder beslist om niet te reanimeren." De deskundige: "Het is niet terecht om oude mensen niet te reanimeren, want de kans op succes wordt weinig door leeftijd beïnvloed. Je moet dit met patiënten bespreken, wanneer ze op je afdeling komen. De ene tachtigjarige wil dolgraag nog een paar jaar langer leven, de ander heeft het wel gezien."
GETRAIND AMBULANCEPERSONEEL REDT EEN OP DE VUF HARTSTILSTANDEN
R
eanimeren wil zeggen: pogen ademhaling en bloedsomloop weer op gang te brengen, wanneer deze lichaamsfuncties zijn gestopt, hlet begin van een reanimatie bestaat uit mond-op-mond-beademing en hartmassage. Wanneer een reanimatieteam arriveert met de nodige apparatuur en medicamenten, zal de patiënt machinaal worden beademd en is er de mogelijkheid met behulp van elektrische schokken het hartritme te herstellen. Zo'n veertigduizend mensen per jaar worden getroffen door een hartinfarct. In een kwart van de gevallen stopt, door een hartritmestoornis, de bloedsomloop. Voor die tienduizend gevallen van 'acute hartdood' is de reanimatietechniek ontwikkeld. Reanimeren is een kunst. Weinig mensen blijken die kunst redelijk te beheersen. "Bedroevend", noemt de onlangs gepromoveerde Utrechtse arts Bart Berden de resultaten van zijn onderzoek naar de vaardigheid in het reanimeren van huisartsen, verpleegkundigen en leken die een cursus reanimeren van de Hartstichting volgden. Berden constateerde dat van de anderhalf miljoen leken die door de hlartstichting zijn opgeleid, maar een derde deel de kunst van het reanimeren voldoende beheerst. Slechts twintig procent van de huisartsen toonde zich kundig in het re-
animeren en maar vijf procent van de verpleegkundigen bracht er iets van terecht. Reanimeren moet je minstens ieder half jaar oefenen op een reanimeerpop, anders verleer je het, concludeerde Berden. In Berdens onderzoek kon negentig procent van het ambulancepersoneel voldoende reanimeren. Aanleiding voor het onderzoek van de Leidse internist hHans van der hloeven was de indruk dat in de regio Leiden het ambulancepersoneel niet goed kon reanimeren. In die regio kwam tien procent van de 'hartstilstanden' waarbij het ambulancepersoneel een reanimatie startte, levend uit het ziekenhuis. Nu, nadat het ambulancepersoneel in het kader van Van der Hoevens onderzoek is geïnstrueerd en getraind, is die overlevingskans met tien procent gestegen. Of een reanimatie buiten het ziekenhuis slaagt, hangt volledig af van het ambulancepersoneel. Arriveert de patiënt zonder hartritme en bloedsomloop op de Acute Opname, dan heeft verder reanimeren geen zin. De kans op hersenschade is dan al te groot. Van der hHoeven vertelt dat het beleid op zijn afdeling is te abstineren (stoppen met beademen) wanneer de geschatte hersenschade te groot is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's