Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 427

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 427

5 minuten leestijd

zig. Maar de populariteit en het succes van het slachtofferschap duiden eerder op het omgekeerde. Het klagen over onderdrukking kan alleen effect hebben in een samenleving die daarvoor ontvankelijk is, die de gelijkheid der mensen hoog in het vaandel heeft staan. In een samenleving die het kastenstelsel algemeen aanvaardt, zullen paria's niet veel sympathie ondervinden. Chantage De afkeer van geweld en wreedheid behoort tot de essentiële verworvenheden der beschaving. Niemand wil graag aan de kant van het onrecht betrapt, of van harteloosheid beticht worden. Verhalen over mensehjk lijden laten weinigen onberoerd. Juist die hedendaagse gevoeligheid biedt mogelijkheden tot chantage door mensen die privileges opeisen en hun zin willen doordrijven. Soms kan de cultus van het slachtofferschap een lucratieve bezigheid zijn. Misschien ook dat juist omdat de onderdrukking vermindert, de verhalen daarover steeds krachtiger worden. Zeker bij minderheidsgroepen draagt het gevoel van gekwetstheid, een gemeenschappelijkheid in een geschiedenis van lijden, bij tot saamhorigheid. Als voor zwarten, homoseksuelen, vrouwen of wie dan ook, het onrecht aan het verflauwen is, wordt soms de herinnering daaraan des te sterker levend gehouden. Wie het groepsverband intact wil houden, moet steeds krachtiger doses gekwetstheid toedienen. Veel slachtofilers zijn egocentrisch. De klaagcultuur waar Robert Hughes het over heeft is vooral een cultuur van het zelfbeklag. Het vermogen zich met het leed van anderen te identificeren is doorgaans niet sterk ontwikkeld. Krasse voorbeelden daarvan geeft Rudy Kousbroek in zijn kritiek op het 'Oostindisch kampsyndroom'. Veel is geklaagd over het gebrek aan voedsel van Nederlandse gevangenen in de Japanse interneringskampen. Maar de rantsoenen die de Nederlanders kregen in oorlogstijd waren dezelfde als die van de Indonesiërs in vredestijd. Daar hoorde je nooit iemand over. Bovendien waren degenen die het luidste jammerden niet zelden degenen die er niet voor terugschrokken de Indonesiërs op de meest brute wijze te koeioneren en zijn zij degenen die

de Japanners in de meest racistische stereotypen beschrijven. " Z o is er altijd wel iets dat maakt dat ik Kever mijn mond houd", merkt Kousbroek op. Banalisering Het zelfbeklag leidt gemakkelijk tot overdrijving. Tot leugen zelfs. Het is bijvoorbeeld lange tijd niet ongebruikelijk geweest de geschiedenis van de homoseksualiteit voor te stellen als bestaand uit louter inktzwarte repressie. Homo's die in de Tweede Wereldoorlog minstens zo zwaar vervolgd heetten te zijn als joden. Relativerende opmerkingen daarover werden niet in dank afgenomen. De Indiëgangers zijn nog vasthoudender in het gelijkstellen van het eigen lot aan dat van de joden. O n der andere in een roman als 'Bezonken rood' van Jeroen Brouwers wordt gesuggereerd dat de interneringskampen te vergelijken waren met de concentratiekampen. Hij beschrijft de meest beestachtige martelingen, en op de wachttorens stonden, naar Brouwers beweert, de machinegeweren permanent paraat. Minstens zo erg als de Duitse concentratiekampen. Dat er ook een verschil bestond, zoals Kousbroek niet moe wordt te benadrukken, negeert men liever. In de 'Jappenkampen' stierven zo nu en dan mensen als gevolg van verwaarlozing en incidentele wreedheden. In de concentratiekampen daarentegen was de moord op systematische wijze gepland en ten uitvoer gebracht. Voor veel ex-geïnterneerden zijn dat verwaarloosbare details. Eerst zegt men het net zo erg gehad te hebben als de joden, maar wanneer daar kritiek op komt zegt men dat leed niet met elkaar vergeleken mag worden. Wie met de vergelijking was begonnen, is dan allang weer vergeten. Het gevolg is een banalisering van leed. Als hele bevolkingsgroepen claimen het net zo erg gehad te hebben als de joden, lijkt het lot van de joden ineens minder erg geworden. Er komt een inflatie in ellende op gang; een inflatie die daadwerkelijk een waardevermindering is. De 'echte' slachtoffers doen vaak niet mee aan deze inflatoire wedloop. Wie verschrikkelijke dingen heeft meegemaakt, hoeft niet zonodig zijn leed uit te venten. Tegenover het pathos van Jeroen Brouwers, die

op vakkundige wijze menselijke ellende exploiteert, staat de bescheidenheid van een schrijver als Primo Levi. Hij heeft de uitgeschreeuwde verontwaardiging niet nodig; op ingetogen wijze beschrijft hij de verschrikkingen van het kamp alsmede de lichtpuntjes van humaan gedrag. Begrijpen doet hij de Duitsers niet, maar wraakzucht en onverzoenlijkheid zijn hem vreemd. In het nawoord van 'Is dit een mens' schrijft hij aan zijn Duitse vertaler: "Ik heb het Duitse volk nooit gehaat, en als ik dat wel had gedaan zou ik nu, nu ik u heb leren kennen, van die haat genezen zijn. Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens niet beoordeelt naar wat hij is, maar naar de groep waartoe hij toevallig behoort." Misschien dat de banalisering van het leed en het mateloze zelfbeklag een ongevoeligheid voor daadwerkelijke misstanden in de hand werkt. Toen een Roemeense vluchteling een ernstige hersenbeschadiging opliep doordat marechaussees zijn mond afplakten en de betrokkenen vrijuit gingen omdat nergens in de reglementen stond dat het afplakken van monden verboden was, riep dat niet veel verontwaardiging op. Toen beelden vertoond werden van asielzoekers in maïsvelden, kwam er weinig gevoel van medeleven los. Meer gevoel van ergernis: wat doen die mensen daar, wat hebben ze er te zoeken? Wij sympathiseren met onze groepsleden en beklagen het eigen lot. Het medeleven gaat uit naar diegenen die zich op de luchthavens de lastige asielzoekers van het lijf moeten houden. Zielig zijn de medeburgers die in kleine gehuchten ineens de aanwezigheid van grote groepen buitenlanders moeten dulden. Van buitenaf worden wij door ontwrichtende krachten belaagd. Wij dreigen zelf het slachtoffer te worden. Langzaam timmeren we daarom de ramen dicht en stoppen de oren vol met was. De ellende van een ander, daar kun je maar beter niet teveel mee te maken hebben. We hebben het al moeilijk genoeg met onszelf.

Naar aanleiding van: Robert Hughes, The culture of complaint; The fraying of America, Oxford University Press, ƒ 54,35. v u MAGAZINE NOVEMBER 1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 427

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's