Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 388

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 388

5 minuten leestijd

Betrokkenheid en verwachtingspatroon zijn dus van belang voor een antwoord op de vraag of een huisarts al dan niet het gevaar loopt voortijdig op te branden. Maar er is nog een vraag aan de orde. Van •wie of wat raakt de dokter overspannen? Wie of wat put hem emotioneel zo uit? Het Nivel-rapport wijst ondubbelzinnig op de toegenomen m o n digheid van de patiënt als boosdoener. Was de arts tot voor kort de autoriteit en durfde de patiënt nauwelijks iets te zeggen, te vragen, laat staan te eisen, tegenwoordig wordt de spreekkamer bezocht door patiënten met wie terdege rekening moet worden gehouden. Zij zijn mede door toedoen van tal van m e dische tv-programma's - goed geïnformeerd, stellen vragen, vormen een eigen oordeel en nemen hun eigen beslissingen. Kortom: patiënten zijn mondige consumenten geworden, die als gelijkwaardige partners een behandelcontract met hun huisarts afsluiten.

Tuchtraad

34 v u MAGAZINE 0KT08ER 1993

Spreeuwenberg ziet die toegenomen mondigheid ook, maar juicht deze toe. Sterker nog: "Wat mij betreft zijn patiënten vaak nog veel te volgzaam. Hoe mondiger ze zijn, des te volwassener de communicatie." Mondigheid, zo blijkt, is op zichzelf ook niet het probleem; lastig wordt het pas als de arts en zijn mondige patiënt het niet eens zijn over de te volgen behandeling. Wat gebeurt er als de arts de therapie die de patiënt voorstelt, nonsens vindt? Of als de hij de medicijnen die de patiënt verlangt, medisch niet-noodzakelijk of zelfs ongewenst acht? Veel patiënten zetten in zo'n geval de dokter - op subtiele of minder subtiele wijze - onder druk: zij blijven bijvoorbeeld onophoudelijk bellen of dreigen in sommige gevallen met de Medische Tuchtraad. "Dan", zegt Ignace Schretlen, "ontstaat er een conflict tussen de arts als ondernemer en als medicus. Je wilt de patiënt als klant te vriend houden, terwijl je het vanuit medisch oogpunt volstrekt met hem oneens bent. Dan sta je voor een dilemma." Het gaat echter niet alleen om die ene spreekkamer, waarin een veeleisende patiënt zijn dodelijk vermoeide huisarts onder druk zet, meent de Bossche huisarts. "Je moet zo'n geval niet geïsoleerd bekijken", benadrukt

van de door het Nivel ondervraagde artsen zei ooit zelf in welke vorm ook bedreigd te zijn. "Dat is veel", vindt Spreeuwenberg die zelf als huisarts nooit iets dergelijks heeft meegemaakt. "Ik heb natuurlijk wel eens een boze patiënt in mijn spreekkamer gehad, maar bedreigd ben ik nooit. Zoiets is zeer ingrijpend. Het raakt je in je persoonlijke levenssfeer. Van zo'n ervaring kun je psychisch ontregeld raken." o o

Dr. C. Spreeuwenberg: "Dat moeilijke gedrag is vaa/c onderdeel van het ziektebeeld. Daar kun Je iemand toch niet voor op straat zetten ?"

hij. "De maatschappij is de afgelopen jaren sterk veranderd, en dat vindt z'n weerslag in de rol en de positie van de huisarts. De sociale problemen worden heviger, de klachtendrempel is verlaagd." Een en ander leidt, aldus Schretlen, tot een regelrechte paradox. Terwijl de huisarts het aan de ene kant zwaarder kreeg, met name in de grote steden waar de sociale problemen het sterkst gevoeld worden, is tegelijkertijd zijn werkveld enorm ingekrompen. De huisarts heeft steeds meer terrein moeten prijsgeven. Schretlen: "Verloskunde is het werk van de vroedvrouw; er is aparte zuigelingenzorg, er zijn consultatiebureaus, RIAGG's, Rutgersstichtingen, noem maar op. Minder werk voor de huisarts? Vergeet het maar! Want je moet nu wèl de weg weten te vinden in een woud van instanties. Vooral in de steden is dat niet eenvoudig."

Fysiek geweld Spreeuwenberg beaamt het bestaan van deze paradox wat betreft de grote steden. "Het is er onoverzichtelijker, er zijn daar meer schijven waarover alles moet lopen, en de mobiliteit van mensen is er groter omdat ze veel vaker verhuizen", zegt hij. " O o k een tot voor kort nog onbekend verschijnsel als het bedreigen van de huisarts, komt in de steden vaker voor dan op het platteland." Die bedreiging met fysiek geweld is een zaak apart; een uitzondering gelukkig ook, hoewel toch 46 procent

Ziektebeeld De afgelopen jaren zijn de ontwikkelingen snel gegaan. De rol van de huisarts is veranderd, zijn positie in de maatschappij is niet meer dezelfde. En daarnaast heeft de patiënt zich geëmancipeerd. De maatschappelijke verschuivingen hebben ook in juridisch opzicht hun weerslag gekregen. De toegenomen mondigheid van patiënten heeft bijvoorbeeld in 1989 geleid tot de 'Modelregeling arts-patiënt'. De publicatie daarvan leverde nogal wat reacties op. Een arts noemde de regeling zelfs "een dictaat", waarin weliswaar de rechten van de patiënt zijn vastgelegd, maar de arts met louter plichten wordt afgescheept. Spreeuwenberg: "Ik zou het geen dictaat willen noemen. Het uitgangspunt is de gelijkwaardigheid tussen arts en patiënt. Het gaat hier uiteraard om een ideaal. Zover zijn we nog lang niet. Naarmate we verder groeien in de richting van gelijkwaardigheid, zal er ook meer evenwicht komen in het geheel van rechten en plichten." Eén van de weinige plichten die het reglement de patiënt evenwel oplegt is die van betaling. "Wanbetaling is een lastig punt", meent Spreeuwenberg. "Zoiets kan een reden zijn voor de arts om het contact met de patiënt te verbreken." Voor Schretlen is wanbetaling echter nauwelijks een punt: "Voor mij tellen andere conflicten veel zwaarder. Als het vertrouwen tussen mij en de patiënt verdwenen is, of als iemand bij herhaling de voor mij geldende grenzen overschrijdt, me onder druk zet, een behandeling afdwingt - dan zou ik de mogelijkheid willen hebben het contact met zo'n patiënt te verbreken." Spreeuwenberg meent echter dat je niet voorzichtig genoeg kunt zijn, alvorens je als arts een patiënt de deur wijst. "Het gaat vaak om heel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 388

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's