VU Magazine 1993 - pagina 384
Kan schijnt nog voor de tv te komen." Een van deze studenten, Kees van Kooten, herinnerde zich jaren later op een Bescheurkalender dat zijn sussende woorden hoogstens agressie opwekten ("Dan ga je toch naar huis?") en dat de onderzoeksleider zelf "met jeep en al op zijn kop was gezet door een twintigtal jongens van de Gouverneurlaan." Buikhuisen deed een ongelukkige keuze: de rellen in de Haagse nieuwjaarsnacht zijn slecht te overzien. Maar hij ging tenminste zelf kijken. Dat is volgens Adang meer dan andere onderzoekers deden: "Er wordt al meer dan honderd jaar over rellen geschreven, maar er is nooit systematisch naar gekeken. Mijn verwijt aan de traditionele gedragswetenschap van psychologen en sociologen is dat die zich te weinig met gedrag bezighouden. Ze vertrouwen te veel op wat mensen over zichzelf zeggen. Maar mensen zeggen niet wat ze doen en doen niet wat ze zeggen. Psychologen doen onderzoek met interviews en vragenformulieren, ze doen proefjes met eerstejaars psychologiestudenten. Dat heeft maar beperkte waarde. Ik geloof niet dat mensen goede waarnemers zijn van hun eigen gedrag en motieven." D e meeste beweringen over massagedrag berusten volgens Adang op ondeugdelijk onderzoek. Het is, zegt hij, een misvatting dat menigten zich irrationeel, instinctief en zelfs dierlijk gedragen. Het is ook niet zo dat alle leden zich hetzelfde gedragen. En het is evenmin waar dat mensen in een massa sneller tot geweld neigen dan in andere omstandigheden.
Compromis
30 v u MAGAZINE OKTOBER 1993
Een van de opvallende bevindingen in Adangs rapport 'Geweld en politie-optreden in relsituaties' (1990) is dat het aantal geweldplegers erg laag is: per incident gemiddeld drie a vier, zelden meer dan vijftig en nooit meer dan tien procent van een m e nigte. Adang: "Als ik in de krant lees dat duizenden of zelfs tienduizend mensen rellen schopten, heb ik daar grote twijfels bij. Dat er tienduizend mensen op straat waren kan zo zijn, maar niet dat die alle tienduizend geweld pleegden. De groep die risico's wil nemen is beperkt. Anderen vinden een rel wel leuk, maar gaan niet zover. Ze maken dus - bewust of onbewust - een afweging." Politie-optreden bij demonstraties
hoort volgens Adang te worden afgestemd op de aan- of afwezigheid van zo'n op geweld beluste groep. Wanneer potentiƫle geweldplegers ('bivakmutsdragers') ontbreken, moet de politie zich terughoudend opstellen, maar wel nadrukkelijk contact houden met de demonstranten. Adang: "Die demonstranten hebben een lange-termijndoel. Ze willen bijvoorbeeld dat de regering naar huis gaat, maar weten ook wel dat dat vandaag niet gebeurt. Ze hebben ook een korte-termijndoel, en daar m o e t j e op inspelen. Je kunt een compromis sluiten. Blokkeren mag niet, dus als mensen op straat gaan zitten, kun je zeggen: we rammen ze ervan af. Je kunt ze ook laten zitten tot ze zelf opstaan. Ze hebben dan laten zien dat ze verontwaardigd zijn." Adang constateerde bovendien dat de politie bij blokkades met twee maten mat: protesterende groepen werknemers of buurtbewoners werden langer gedoogd dan actievoerders tegen militarisme of kernenergie, ongeacht de overlast die ze b e zorgden. Geweld bij blokkades brak meestal pas uit nadat de politie in actie kwam. Wanneer er wel 'bivakmutsdragers' opdagen, vindt Adang, kan de politie het vredestenue echter beter in de kast laten. "Die groep lacht om terughoudendheid. Daarom moet je hen duidelijk laten zien datje in staat bent om in te grijpen. Ik zeg dus niet dat de politie tegen zo'n groep harder moet optreden, maar ze moet laten zien dat ze er klaar voor is. Anders escaleert de zaak en blijft de p o -
litie achter de feiten aanhollen. Als ze zelf klappen krijgen, raken politiemensen gefrustreerd. Wanneer ze dan eindelijk de gelegenheid krijgen om te slaan, is de kans groter dat ze hard optreden."
Nummers " O o k als de politie optreedt in de vorm van ME," aldus de brochure van het PIOV, "worden demonstranten e.d. behandeld als aanspreekbare mensen en niet als anonieme onderdelen van een redeloze massa." O p 8 mei in Den Haag en bij andere gelegenheden blijkt dit eerder een ideaal te zijn dan de dagelijkse praktijk. Adang: "In de eerste plaats zijn ook ME'ers mensen met hun frustraties en angsten. In hun opleiding leren ze daarmee om te gaan in stressvolle situaties, maar dat wil niet zeggen dat het altijd lukt. Het is heel gemakkelijk om mensen geweld te laten gebruiken. Je moet ze juist trainen om geweld op een goede wijze te hanteren, en terughoudend te zijn." Adang constateert dat tegen demonstranten vaak anders opgetreden wordt dan tegen voetbalsupporters: "In zijn algemeenheid hebben ME'ers geen hekel aan demonstranten of aan voetbalsupporters. Maar ik denk wel datje als voetbalsupporter een grotere kans hebt om een klap te krijgen of door een hond gebeten te worden dan als student. Bij
Otto Adang: "Ik heb zelf niet de behoefte om metstenen te gooien, maar als je diep in Jezelf kijkt, moetje toegeven: geweld is leuk."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's