VU Magazine 1993 - pagina 372
Ik vroeg het Van Delden en twee andere artsen: dr. Tom Huizinga, internist in opleiding in het Academisch Ziekenhuis Leiden, waar hij werkt als zaalarts op oncologie, en een echte deskundige, dr. Hans van der Hoeven, internist gespecialiseerd in intensive-care, uit hetzelfde ziekenhuis, die komende winter zal promoveren op een onderzoek naar de techniek van het reanimeren. Is er de laatste tien jaar veel veranderdl D e arts-ethicus: "Dat weet ik niet. Ik heb tien jaar geleden geen onderzoek gedaan." De zaalarts: "Ja, ik denk beslist dat artsen minder agressief zijn gaan behandelen. De man in de straat vindt dat m e dici te ver gaan. Dat sijpelt door. Artsen horen dat op feestjes. Zo verandert hun mentaliteit." De deskundige: "Er is veel veranderd, ja. Langzamerhand wordt meer van te voren nagedacht over wel of niet reanimeren en heel langzamerhand wordt daar meer over gepraat met patiënten. Maar ik vind dat er nog steeds teveel wordt gereanimeerd. Veel te vaak naar mijn zin gaat de bel, vliegen wij als reanimatieteam naar zo'n afdeling en komen we terecht bij een patiënt, van wie niemand iets weet. De dokter die de patiënt behandelt is er niet. De avondzuster heeft de patiënt nog nauwelijks gezien. Als ik niets weet, moet ik natuurlijk beginnen met reanimeren. Wanneer dan achteraf blijkt dat reanimeren gezien de ziekte van de patiënt zinloos was, of dat die patiënt helemaal niet langer wilde lijden, vind ik dat uitermate vervelend. Uitermate vervelend."
^amÊÊim^ÊÊÊm Timmermansoog De feiten. Van Delden rekende uit dat bij zes procent van de mensen die in een ziekenhuis worden opgenomen, wordt besloten niet te reanimeren in het geval van een hartstilstand. Dat komt neer op zo'n negentigduizend niet-reanimeerbesluiten per jaar, in Nederlandse ziekenhuizen. Vijfentwintigduizend mensen worden jaarlijks wel gereanimeerd. D e kans op een succesvolle reanimatie is verbazend klein. Krap veertien procent van degenen die een reanimatie ondergingen, verlaten levend het ziekenhuis, een derde daarvan met lichte tot ernstige hersenschade. Voor oude mensen is de kans goed uit een reanimatie te komen niet drastisch kleiner dan voor jonge mensen: bij zeventig-plussers is die kans zo'n tien procent. Bepaalde ziektebeelden maken de kans op een geslaagde reanimatie heel klein: nierdialysepatiënten komen bijvoorbeeld in circa vier procent van de gevallen goed uit een reanimatie en bij kankerpatiënten met uitzaaiingen is die kans nul. Bij een hartstilstand ten gevolge van hartritmestoornissen is een reanimatie eenvoudig uit te voeren - "één klapje" - en is de kans op succes groot. Van Delden onderzocht hoe artsen in de praktijk komen tot een besluit om niet te reanimeren. De aanleiding voor zijn onderzoek was zijn ervaring als arts-assistent. Natte vingerwerk, zo typeert hij het Nederlandse niet-reanimeerbeleid. "De grote visite loopt de zaal af. Dan zegt de verpleegkundige: 'Moeten we die mevrouw nog wel reanimeren, als er iets gebeurt?' 'Nja.. ', denkt de arts dan even na, 'moesten we maar niet meer doen..' Hij beslist met een soort timmermansoog. Er is te weinig kennis van de feiten: er zijn talloze gegevens over welke mensen relatiefveel en welke weinig kans hebben een reanimatie behoorlijk te overleven. Begrijp me goed: ik ben geen doedokter. Ik ben de laatste die zal zeggen 'we gaan er tegen-
18 vu
MAGAZINE
OKTOBER
1993
Dr. Hans van Delden: "Ik ben geen
doe-dokter.
aan, we reanimeren iedereen', maar als je het niet doet m o e t j e argumenten hebben. Gebruik de informatie die er is en bespreek het met je patiënt." Van Delden sprak met artsen over de criteria die ze dachten te hanteren om te komen tot een niet-reanimeerbesluit en hij legde ze casussen voor. D e wens van de patiënt bleek het meest gebruikte argument: als die per se wel gereanimeerd wil worden gebeurt dat ook. Als hij het beslist niet wil wordt die wens in de meeste gevallen gerespecteerd. Het te verwachten ziekteverloop zou een belangrijk argument moeten zijn, vinden de artsen, maar in de praktijkcasussen hielden ze daar weinig rekening mee. Voor leeftijd gold het omgekeerde. D e artsen vonden dat je niet mag beslissen iemand niet meer te reanimeren, omdat hij al zo oud is, maar in de casussen bleek dat een zwaarwegend argument. Van Delden: "Leeftijd wordt gezien als een graadmeter voor succes. Dat klopt niet, dus er is geen reden om daarom oude mensen niet te reanimeren. Maar er dreigt weer misverstand. Ik ben niet zo'n arts die niets leuker vindt dan reanimeren. Het is een heel vervelende ingreep. Toch heeft hij zijn plaats. Inderdaad, bij het voorkomen van de ontijdige dood. Als ik nu dood neer val, hoop ik dat iemand mij reanimeert. "Sommige mensen m o e t j e niet reanimeren. Maar ik wil dat niet categorisch regelen, niet zo van 'mensen boven de tachtig worden niet gereanimeerd', 'nierdialysepatiënten worden niet gereanimeerd'. Beslis per individueel geval, in overleg met de patiënt." Zaalarts Tom Huizinga heeft ter voorbereiding van het interview aan een aantal verpleegkundigen gevraagd op grond waarvan zij beslissen om bij een patiënt die ze dood aantreffen wel of niet met reanimeren te beginnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's