Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 387

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 387

5 minuten leestijd

het alleen van die praktijk moet hebben, krijg je misschien een heel ander verhaal." Juist zo'n carrière naast die van huisartsen - liever gezegd: het ontbrekend perspectief daarop - levert volgens de Nivel-onderzoekers echter nogal wat problemen op. Er zijn weinig mogelijkheden om door te groeien, zo blijkt uit het rapport. "Klopt", zegt Spreeuwenberg, "dat is een probleem dat meer aandacht verdient. Vroeger lag dat anders. Voor een beleidsfunctie nam men graag een ervaren en wat oudere huisarts. N u zie je dit soort banen over het algemeen naar jongere, pas afgestudeerden gaan. Wie eenmaal huisarts is, komt niet zo gemakkelijk meer weg uit zijn praktijk." Dat laatste feit wordt vaak gehoord als mogelijke oorzaak van het opgebrand raken. Maar ook andere elementen spelen hierbij naar verluidt een rol: de meeste risico's lopen in dit verband de hoger opgeleiden in beroepen die veel 'intermenselijk contact' vergen. Vaak zijn dit soort beroepsbeoefenaars ooit met hooggestemde idealen aan het werk getogen, maar gaandeweg in de dagelijkse praktijk teleurgesteld geraakt. Ze hebben moeite een evenwicht te vinden tussen betrokkenheid en het houden van de noodzakelijke afstand.

Slopend Deze schets van bedreigde beroepsgroepen lijkt zeker ook van toepassing op de huisarts. Spreeuwenberg: "Dat is juist. Maar toch heb ik mijn twijfels over de invulling die de N i vel-onderzoekers aan het begrip ' o p gebrand-zijn' geven. Als het werkelijk zo is, dat één op de vijf huisartsen emotioneel is uitgeput, waarom zijn er dan niet meer ziekmeldingen? Uit de literatuur over stress weten we dat emotionele uitputting over het algemeen gevolgd wordt door langdurig ziekteverzuim. Dat is bij de huisartsen niet het geval. Ik heb me afgevraagd of we die toestand dan wel 'opgebrand' moeten noemen, en niet veeleer veeleer moeten zien als een uiting van onvrede met het vak?" Onvrede met het vak is niet het belangrijkste uitgangspunt in de bundel 'Weekendleed; verhalen uit een doodgewone huisartsenpraktijk' van de onder pseudoniem publicerende huisarts Patrick Bosboom (een uitgave

van Harlekijn). Wel vormt het boek een illustratie in afleveringen, van de zwaarte van het beroep van huisarts. "In geen enkel ander vak krijg je zo gemakkelijk de kans om mensen in hun eigen omgeving te leren kennen. Geen enkele andere discipline binnen de geneeskunde herbergt zoveel boeiende materie voor wetenschappelijk onderzoek, stof om over na te denken, en is tegelijk zo'n onuitputtelijke bron voor creatieve processen", schrijft Bosboom in het laatste hoofdstuk van 'Weekendleed'. Maar, zo voegt hij daaraan onmiddellijk toe: "De ironie wil dat het tegelijk zo'n slopend vak is." Wie de vijfentwintig korte schetsen uit de bundel heeft gelezen, heeft een stoet klagende en claimende, zeurende en eisende patiënten voorbij zien komen die treffende overeenkomsten vertoont met de in het Nivel-rapport opgenomen lijst "lastig" geheten patiëntcontacten. Irritant en belastend in het huisartsenbestaan is het volgens het Nivelrapport vooral om uit bed gebeld te worden voor een visite die achteraf niet nodig blijkt. Bosboom beschrijft het fenomeen op realistische wijze. Midden in de nacht staat hij aan het bed van een man met maagklachten. '"Mijnheer, hoe lang slikt u deze pillen?' 'Al jaren, dokter.' 'En heeft u ze gisteren ook ingenomen?' 'Nee, dokter, want ik had last van mijn maag.' 'Maar deze pillen dienen toch voor de maag ?' 'Oh, maar dat wist ik niet, dokter.'" Dit is teveel voor de oververmoeide huisarts: uit bed gebeld worden voor iemand die stomweg zijn medicijnen niet heeft geslikt. "Onderweg naar huis erger ik mij over de stuitende domheid van mensen als die dikzak. Van mij mag hij doodvallen, denk ik hardop in de wagen, op voorwaarde dat het niet tijdens mijn dienst gebeurt", aldus een tot het uiterste geïrriteerde Bosboom.

Karakter De reacties op Bosbooms dagboeken zijn vaak net zo fel van toon als het dagboek zelf. Sommigen zijn het van harte met de schrijver eens, verheugd over het feit dat eindelijk iemand de irritaties en problemen bij de naam durft te noemen. Maar een

Ignace Schretlen: "Het gaat fout als de aanspraken van de patiënten groter zijn dan wij als huisarts en als mens kunnen waarmaken."

ander vindt dat Bosboom het vertrouwen in de medische stand schaadt door zó over zijn vak te schrijven. D e auteur kan zijn werk blijkbaar niet aan, zo luidt de aanklacht, en moet dus maar snel een ander beroep kiezen. Het gaat in de discussie over de opgebrande huisarts in veel gevallen over de persoon van de dokter. Het gevoel opgebrand te zijn heeft namelijk niet alleen met de objectieve werkdruk te maken, maar vooral ook met manier waarop die belasting wordt ervaren. Wat de één een ondraaglijke last vindt, levert voor een ander geen enkel probleem op. Het heeft - anders gezegd - met karakter te maken. Dat onderscheid wordt onderschreven door de Bossche huisarts en p u blicist Ignace Schretlen die veel over de problemen van het huisartsenbestaan heeft geschreven. "Er zijn twee typen huisartsen", zegt hij. "De één kan emotioneel afstand houden en heeft alles onder controle. Conflicten met patiënten kan hij goed hanteren. Het andere type handelt vanuit een hoog ingesteld verwachtingspatroon en een diepe emotionele betrokkenheid bij zijn patiënten. Die laatste categorie is veel kwetsbaarder." Huisartsen van deze tweede categorie, waartoe Schretlen overigens ook zichzelf rekent, kunnen volgens hem gaandeweg moeilijkheden gaan ondervinden in het contact met patiënten. "Het gaat fout bij deze artsen als de aanspraken van de patiënt groter zijn dan hij als huisarts en als mens kan waarmaken."

33

v u MAGAZINE OKTOBER 1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 387

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's