Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 350

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 350

4 minuten leestijd

DEUITSPRAAK Lubbets. ^i^arre situa- | .^^t IS toch een ^^^^ om ^ • vïpt eaat bier Ï^^*-*; ^ dit ^ l correcte o^^gf^^jE,'', aW^s e^n din msteekpartt3en • ^an de

1ministerraad. Xdig-^-^l'riS «^ s ^gaat'^ .- ^^ °^^.^; geen Prototaal De dag moest nog beginnen. Ik parkeerde de auto m één van de rond dit tijdstip snel schaars wordende vakken en wilde de radio uitzetten. Het gesprek dat ik tijdens de rit met een half oor had beluisterd, was net aan een afronding toe. "Optimisme is functieeis", hoorde ik de geïnterviewde vakbondsman antwoorden op de slotvraag hoeveel heil hij zelf nu eigenlijk zag in de akties waarvoor hij medeverantwoordelijk was. Een uitspraak, bedacht ik me uitstappend, waarmee je de dag wel doorkomt; is het niet vanwege de raadselachtige beknoptheid van de zin, die prikkelt tot een nauwkeurig achterhalen van de gedachtensprongen die heel geraffineerd tussen vraag en antwoord liggen verscholen, dan wel omwille van het als vanzelfsprekendheid verkochte, aanstekelijke zelfvertrouwen dat eruit spreekt. Want hier klonk, kordaat en overtuigend, nog de ouderwetse filosofie van 'waar een wil is is een weg'. En van het onverflauwd geloof dat de wens nog altoos de vader der gedachten is. Maar dan vermomd in een flitsende, nieuwmodische outfit. Uiteraard geloofde hij in een goede afloop, zo luidde vrij vertaald de boodschap die deze vakbondsman, naar eigen zeggen, "graag even wilde wegzetten".

40 v u MAGAZINE SEPTEMBER 1993

Hoewel we, na alle valse Verlichtingsverwachtingen uit de vorige eeuw, nu als mens en wetenschapper steeds vaker moeten toegeven hoe machteloos en onkundig onze soort wel niet is, lijken vakbondslieden, politici en aanverwante neringdoenden nog altijd hardnekkig te geloven in de 'maak-

gens van ^^^ .^f^oor opioopt;^., P ° ^ ^ ^ ' ' ^ 4 i ^ v l n l het s e e t ^ ' ^ Door D. Prinsen baarheid' van de samenleving. Die indruk wordt althans gewekt door de taal waann deze beroepsgroepen hun boodschap doorgaans verpakken; taal die hoekig is en beknopt en voor alles wilskracht en dadendrang uitstraalt. Hoe smal de marges in de politiek ook mochten wezen toen Joop de Uyl zulks voor het eerst verkondigde (een versmalling die er alleen maar benauwender op geworden is), het politieke taalgebruik werd sindsdien nóg krachtdadiger en geharnaster dan het destijds al was. Meest opmerkelijke fenomeen m die ontwikkeling lijkt, dat het bestaande idioom, en het arsenaal aan staande uitdrukkingen en zegswijzen dat bij het Nederlandse taaltuincentrum steeds uit voorraad leverbaar is, blijkbaar tekort schiet voor de nimmer stagnerende behoefte aan verbale viriliteit van de doorsnee-politicus. En wat IS nu krachtdadiger dan, waar een adequate terminologie ontbreekt, er eenvoudig ad hoc en stante pede zelf één te maken? Want zo er al iets maakbaar is m dit leven, dan toch de taal. Uitblinker in het introduceren van krachtige en kernachtige vormen van nieuwspraak is zonder twijfel Ruud Lubbers. De eens om zijn wollig taalgebruik zo omstreden politicus, komt nu elke week wel met één of meer nieuwe, spitsvondige termen op de proppen. Voorbeelden te over. Maar ik noem er twee.

"Dit zijn msteekpartijen!", nep Lubbers boos toen de oppositie het op onheuse wijze op één van zijn ministers gemunt bleek te hebben. De samenvoeging van het suggestieve woord 'steekpartij' met de nieuwvorm 'insteek' (waarmee m ambtelijke kringen tegenwoordig zoiets als 'visie', 'inzet', dan wel 'uitgangspunt' bedoeld blijkt) oogt briljant. Maar het is niet uitgesloten dat dit neologisme op een verspreking berustte. Ronduit geniaal is echter het oorspronkelijke, want figuurlijke, gebruik van een woord dat wegens de concrete verbondenheid met {nota bene: door de poHtiek verordonneerd) dierenleed, nog pijnlijk vers in het actuele geheugen ligt. "De regering laat zich niet oormerken als een krachteloze club die alleen maar de rit uitzit." Oormerken. Het is eigenHjk hetzelfde als kenmerken, maar dan minder neutraal. Iemand oormerken is een rotstreek. Oormerken doet pijn. Insteekpartijen en overdrachtelijk oormerken. Twee voorbeelden van wat ik nu eens graag 'prototaal' zou willen noemen. Prototaal? Prototaal, ja. En die bestaat uit termen en gezegden waarvan alleen nog maar het prototype bestaat: in het hoofd namelijk van de bedenker. Eenmaal gelanceerd - in druk, op radio of tv - zal het door een geestdriftig volk in massaproduktie worden genomen, om enkele jaren later in de jongste druk van de Van DaIe te worden bijgeschreven. Zoals het woord 'prototaal'. Ook voor mij is optimisme tenslotte functie-eis!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 350

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's