VU Magazine 1993 - pagina 391
project. Of het om de diefstal van een gummetje of een gewapende roofoverval ging, maakte niet uit. Criminelen in de dop die begeleiding van het proefproject accepteerden, tekenden een contract met hun individuele hulpverlener. Een mooie aanpak zou je zeggen. Kennelijk dacht de overheid, voortbouwend op de ideeën van de C o m missie-Roethof die zich destijds bezighield met de bestrijding van de veel voorkomende criminaliteit, dat ook. Het proefproject kreeg subsidie onder voorwaarde dat er een wetenschappelijk onderzoek zou komen naar de effecten van wat inmiddels het Proefproject 'Preventie van de kleine knminaliteit' heette.
Pretentie Een paar jaar bleef het rustig rond proefproject en onderzoek, maar in april van dit jaar viel er een persbericht van de Rijksuniversiteit van Groningen op de deurmat. "Hulp helpt niet" luidde de kop en de eerste zin loog er ook niet om: "Bieden van hulp aan jongeren die in de crimmaliteit terecht zijn gekomen, is in het algemeen geen effectief middel om de criminaliteit onder deze j o n geren te bestrijden." Het voorbehoud "in het algemeen" slaat op een
maar beter lijken te kunnen omscholen. H u n werk is toch zinloos. Maar is die conclusie gerechtvaardigd als je niet meer dan één project hebt onderzocht? Thuis, in zijn woonkamer in Drachten, overdenkt Duipmans die vraag rustig. Hij is een bedachtzame prater, die niet snel tot boude uitspraken komt. "Louter op grond van mijn onderzoek in Groningen mag je zo'n conclusie natuurlijk niet trekken," zegt hij. "Maar ik heb b o vendien een literatuuronderzoek gedaan naar de effecten van vergelijkbare projecten in binnen- en buitenland. Die waren niet bemoedigend en wat ik vervolgens in Groningen tegenkwam paste in dat patroon." In zijn onderzoek vergeleek Duipmans de criminaliteit bij jongeren uit het arrondissement Groningen, met uitzondering van de stad overigens, met een groep jonge Friese delinquenten. Het enige verschil tussen die twee groepen was dat de Groningers direct na hun eerste politiecontact met het proefproject te maken kregen. De Friese jongeren moesten het daarentegen met de gebruikelijke vorm van hulpverlening doen, de hulpverlening die pas op gang komt wanneer de problemen al een flinke omvang hebben gekregen. "We hebben 1800 dossiers op drie manieren geanalyseerd," aldus Duip-
werden doorgestuurd spreekt socioloog Duipmans over de 'aanzuigende werking' van het proefproject.
Belazerd Geen leuke conclusies voor de hulpverleners. En inderdaad, Sprint-directeur Eddie van Hierden heeft zich behoorlijk kwaad gemaakt. "Het ontbreekt mij helaas aan rechtsmiddelen om deze promotie te verhinderen," schreef hij aan het Sociologisch Instituut, dat optrad als 'aannemer' van het onderzoek. Hij beëindigde zijn brief met de opmerking dat hij zich door het instituut "bedonderd en belazerd" voelt. Duipmans wil nog wel kwijt dat volgens zijn informatie Van Hierden zich tot de Groningse rector magnificus Kuipers heeft gewend met het verzoek de promotie vooreerst maar af te blazen. Van Hierden zou eenzelfde boodschap aan het W O D C , het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en de opdrachtgever van het onderzoek, hebben gericht. Van Hierden, die lid was van de begeleidingscommissie van het onderzoek, onthoudt zich van een oordeel over de wetenschappelijke kant van de promotie: "Dat kan ik niet bekijken, daarvoor ben ik niet opgeleid." D e Sprint-directeur noemt het onderzoek echter onvolledig. Het doet geen recht aan het proefproject, dat niet alleen op het voorkómen van recidive was gericht. Men beoogde ook een verbetering van de samenwerking tussen politie, justitie en hulpverlening en een verbetering van de leefsituatie van de jonge criminelen. In de onderzoeksopdracht van het Sociologisch Instituut stonden die drie elementen duidelijk vermeld en het is eenzijdig, vindt Van Hierden, alleen de preventie uit te pikken. Het onderzoek is gewoon niet afgerond. Bij de conclusies van Duipmans zet Van Hierden vraagtekens. Hij toont cijfers uit het jaarverslag van de Raad voor de Kinderbescherming waaruit blijkt dat het aantal jongeren dat in het driehoeksoverleg tussen Officier van Justitie, Kinderrechter en Raad voor de Kinderbescherming besproken werd, daalde van 580 in 1987 naar 370 in 1991. D e hoeveelheid recidivisten daalde van 235 naar 129. "Ik zeg niet dat die positieve ontwikkeling alleen aan het proefproject is te danken" aldus Van Hierden, "maar het geeft wel te denken."
EIUENINO kleine groep jongeren die pas op latere leeftijd met de politie in aanraking komt. Het persbericht ging over het proefschrift van de socioloog Dirk Duipmans, werkzaam bij de R U Groningen, dat een deel van het verslag bevatte van het onderzoek naar het proefproject. Duipmans had zijn dissertatie de prikkelende titel 'Preventie of pretentie?' meegegeven. Gezien de inhoud van het persbericht lag de conclusie voor de hand: veel pretentie, weinig preventie. En inderdaad concludeert Duipmans dat er geen bijdrage van het experiment valt vast te stellen in het terugdringen van door jongeren gepleegde criminaliteit. Een harde conclusie, vooral voor de hulpverleners die zich, wanneer het om criminaliteitsbestrijding gaat.
mans, "en steeds bleek dat er geen wezenlijk verschil tussen de twee groepen optrad. Vandaar mijn conclusie dat de hulpverlening geen of heel weinig effect heeft. Misschien is dat geen leuke constatering voor de hulpverleners, maar zo liggen de feiten nu eenmaal." Het enige gevolg van het proefproject dat Duipmans kon waarnemen was een toename van het aantal processen-verbaal dat de politie doorstuurt naar het Openbaar Ministerie. En dat is een ongewenst effect, want het project was juist bedoeld om de jongeren niet in aanraking te laten komen met justitie. Hulpverleners en politie hadden wel afgesproken dat tijdens het proefproject meer verbalen zouden worden gemaakt, maar die waren vooral bedoeld als stok achter de deur. Omdat ze toch
37 v u MAGAZINE OKTOBER 1993
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's