Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 357

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 357

5 minuten leestijd

E Z o C HT zvi^iMmmsmmmmimm^smmwjs&T^^^

nes, eten uitsluitend onbespoten groente en slaan geen dag hun rondje hardlopen over. Zo niet jongeren. Sterker nog, als er één onderwerp is waar jongeren zich geen zorg om maken, is het wel die gezondheid. Dat blijkt uit een tussenrapportage van een gezamenlijk onderzoek van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Liefde, dat vinden zowel jongens en meisjes, is iets om je veel drukker om te maken. De gezondheid komt pas op de dertiende en laatste plaats van belangwekkende onderwerpen. Natuurlijk, ook jongeren hebben wel eens wat. Uit het onderzoek dat gedaan is bij vierhonderd scholieren tussen elf en zeventien jaar blijkt dat bijna iedereen wel eens last heeft van hoofdpijn en een kwart heeft er zelfs regelmatig last van. Maar die klachten leiden niet tot een gezondheidsobsessie. De problemen komen eerder voort uit een vergaande zorgeloosheid. Wie tot diep in de nacht in kroeg en disco blijft hangen, moet zich er niet over verbazen de volgende dag niet erg uitgerust op school te verschijnen.

De pogingen jongeren te bewegen gezond voedsel te nuttigen, lijken tot mislukken gedoemd. Een op de drie leerlingen eet op school niets of alleen snoep en snacks. Na schooltijd eet maar liefst 65 procent van de jongeren uitsluitend snoep of chips.

Een zorgelijke situatie voor pedagogen en gezondheidsdeskundigen, maar niet voor de jongeren zelf. Die malen niet om wat gezond is, zij malen om wat lekker is. Een ongezonde houding is dat niet. (KN)

j Omzichtig Omzichtig taalgebruik in de spreekkamer van de arts is niet uitzonderlijk. De onderzoekster Wies Weijts heeft een proefschrift geschreven, waarop zij aan de Rijksuniversiteit Limburg gepromoveerd is, over de indirecte strategieën die patiënten tijdens een consult hanteren. Vaak lijkt het alsof patiënten zich puur passief opstellen, maar die schijn kan bedriegen. Een voorbeeld: een patiënt vertelt een verhaal dat wordt afgesloten met een veronderstelling als "dus ik dacht dat het wel iets met hormonen te maken zou hebben". Op deze manier vragen patiënten eigenlijk: "Ik denk er als leek zo over, wat denkt u als expert ervan?" Patiënten worden het meest indirect en omzichtig als het gaat om zaken als kanker en seksualiteit. De angst te lijden aan een vreselijke ziekte wordt doorgaans naar voren gebracht in vage bewoordingen als: "Ik denk steeds maar dat er iets zit wat niet deugt". Inzake seksualiteit maken zowel patiënt als arts omtrekkende bewegingen. De patiënt durft meestal pas aan het einde van het consult de seksuele problematiek naar voren te brengen. De arts heeft het over 'van onder' wanneer hij de vagina bedoelt en over 'het gebeuren zelf' wanneer hij praat over de geslachtsgemeenschap. Weijts vindt dat direct taalgebruik effectiever is en bevorderd moet worden. Daar zit wat in, maar misschien is het te veel gevraagd. Niet ie-

wmmmmMMmmw^i'

der onderwerp leent zich immers even goed voor een vrijmoedig, openhartig gesprek; sommige zaken zijn en blijven te persoonlijk om onmiddellijk bloot te geven. Er zijn tamelijk hardnekkige taboe's. Je zou het ook van de andere kant kunnen benaderen en het bestaan van die indirecte

strategieën accepteren. Artsen kunnen ook leren wat ontvankelijker te zijn voor omzichtige mededelingen en meer proberen de signalen op te pikken wanneer achter een klacht eigenlijk een verborgen angst voor kanker schuil gaat. Misschien is er heel wat gewonnen als een arts aan een half woord genoeg heeft, (KN)

centreerd, vloeibaar wasmiddel geen eenvoudige zaak is. Zo'n produkt zal binnen afzienbare tijd het vertrouwde waspoeder gaan verdringen als het 'systeemwassen' zijn intrede doet: kort wassen bij lage temperaturen waarbij voorgeprogrammeerde wasmachines zelf het type en de optimale hoeveelheid van het wasmiddel bepalen. Het ontwikkelen van de juiste chemische structuur van zo'n produkt kostte zoveel hoofdbrekens, dat7.C. van de Pas, een 'research scientist' bij wasmiddelenfabrikant Unilever, er een proefschrift aan wijdde. De Chemiewinkel van de Universiteit van Amsterdam heeft zich, naar aanleiding van vragen uit de milieu- en de consumentenbeweging, ook al over het fenomeen wasmiddel gebogen. Hier is de voornaamste conclusie dat het sterk toegenomen gebruik van enzymen in wasmiddelen, die als chemische 'sleutelstof' het effectief was-

I Beweging Aan wasmiddelreclames ergert de gemiddelde tv-kijker zich. Dat is niet alleen het gevolg van het feit dat dit soort spots exclusief gericht lijkt op het type vrouw dat, slechts oog hebbend voor de witheid van heur wasgoed, na al die feministische vloedgolven allang niet meer bestaat (of zou horen te bestaan). Het vindt ook een oorzaak in het feit dat niemand ook maar enig geloof hecht aan al die praatjes over vetoplossers en enzymen. Toch schuilt er enige waarheid in al dat 'nieuw-nieuwer-nieuwst'-geschreeuw. Dat mag blijken uit een tweetal persberichten waarvan onderzoek naar wasmiddelen het onderwerp vormt. Zo meldt de Rijksuniversiteit Groningen, onder het toepasselijke kopje 'Wasmiddelen in beweging', dat het ontwikkelen van een gecon-

sen bij lagere temperaturen mogelijk maken, een energiebesparende en minder milieubelastende uitwerking heeft. Die reklamespots wekken dus ten onrechte irritatie op. Wellicht is het derhalve wijs om, in plaats van tv-kijken, eens een avondje respectvol voor de wasmachine plaats te nemen en, starend naar het sopje achter de ruit, zelf te constateren hoezeer het wasmiddel dankzij de wetenschap in beweging is. (GJP) ILLUSTRATIES A A D MEIJER

v u MAGAZINE SEPTEMBER 1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 357

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's