Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 59

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 59

5 minuten leestijd

ioufer opfiiff isnte Het NINT in Amsterdam is een modern museum over wetenscliap en techniek, vol spannende proefjes en veel, heel veel knoppen waar je op kunt drukken. Tot eind 1993 is in een van de zalen van het gebouw in de Pijp een tentoonstelling over biotechnologie ingericht. Althans, zo wordt het aangekondigd, en dat lijken de vele recente kranteknipsels bij de ingang ook te beloven. Maar wie de zaal binnenstapt merkt al snel dat die belofte niet wordt waargemaakt. Op een aantrekkelijke wijze - daarover geen kwaad woord - wordt de bezoeker duidelijk gemaakt dat alle levende wezens uit cellen bestaan, hoe die cellen in elkaar zitten, dat ze een kern hebben die DNA bevat, dat DNA een wenteltrapvormig molecuul is dat de sleutel tot alle levensprocessen vormt, en dat het DNA in iedere cel evenveel informatie bevat als een stapel telefoonboeken van twee meter hoog. Allemaal interessante informatie, maar eigenlijk meer geschikt voor een tentoonstelling over celbiologie, de wetenschap van het functioneren van de cellen. We spreken immers pas van biotechnologie als onderzoekers in deze complexe machinerie gaan in-

grijpen, bij voorbeeld door het DNA uit te breiden met een extra gen - een extra velletje in de stapel telefoonboeken. Maar juist daarover valt de informatie op de tentoonstelling bitter tegen. Er wordt vooral veel gesuggereerd; aan de wanden tientallen grote kleurenfoto's van verse tomaten, fleurige bloemen, akkers, bestrijdingsmiddelen, supermarkten, etcetera. Het heeft allemaal met biotechnologie te maken, dat begrijpen we, maar wat? In de schaarse informatie die wel verstrekt wordt, klinken louter optimistische geluiden: wasmiddelen, planten en dieren zullen er op vooruit gaan. Over de gevaren en ethische dilemma's geen woord. Wie toch nog wat wijzer wil worden loopt in arren moede terug naar de knipselcollectie bij de ingang. Helaas blijken de krantestukken in een speelse bui allemaal over elkaar heen geplakt te zijn. In een tijd die vraagt om maatschappelijke discussie heeft het NINT de even ouderwetse als eenvoudige boodschap dat wetenschap synoniem is aan vooruitgang. Laat die onderzoekers maar schuiven, lijkt het credo.

Verder zal Nederland in mei van dit jaar, onder auspiciën van N O T A en de Stichting Pubheksvoorlichting over Wetenschap en Techniek, de primeur beleven van het pubHeksdebat. Een dwarsdoorsnede van de N e derlandse samenleving laat alle pro's en contra's van genetische modificatie bij dieren op zich inwerken en komt daarna met een afgewogen eindoordeel. Dat is de gedachte. De panelleden (gedacht wordt aan vijftien mensen) zijn zelf op geen enkele manier betrokken bij de biotechnologie. 'Genetische modificatie bij dieren, mag dat?', luidt het motto van het project dat van start gaat met twee voorbereidende 'werkweekends'. Tijdens het eerste moeten de deelnemers zich de materie eigen maken door middel van artikelen, video's en lezingen; tijdens het tweede stellen zij vragen op voor door hen zelf uit te nodigen deskundigen. Kennis over het onderwerp hebben de deelnemers niet nodig, integendeel: het

enige wat een paneUid hoeft mee te brengen is een portie nieuwsgierigheid en gezond verstand. Na deze voorbereiding volgt het eigenlijke, driedaagse debat. Daarin mogen de geselecteerde deskundigen een presentatie houden waarin de vragen worden beantwoord. O o k het aanwezige publiek kan nog vragen stellen. Daarna zal een slotverklaring worden opgesteld, die nog eens aan de deskundigen wordt voorgelegd, om eventuele feitelijke onjuistheden te corrigeren. H e t panel bediscussieert tenslotte het resultaat nog eens met het pubUek (dat ongetwijfeld een aantal krachtige voor- en tegenstanders zal tellen). De slotverklaring wordt naar de Tweede Kamer gestuurd. "Het moet een pittig debat worden, een leuke gebeurtenis", zegt Bart Crouwers, medewerker van N O T A , "maar de deelnemers mogen hun standpunt niet al te snel innemen. Het gaat erom dat ze zich goed informeren."

Het idee voor het pubHeksdebat in deze vorm komt uit Denemarken, waar lekenpanels zich al bogen over voedseldoorstraHng, biotechnologie in landbouw en industrie en het menseUjk-genoomproject. De Deense ervaringen waren overwegend positief. Het debat bleek een directe invloed te hebben op discussies in het parlement, die in dezelfde tijd speelden. Radio en tv zonden regelmatig samenvattingen uit van het schouwspel. N O T A hoopt dat ook in N e derland de media geïnteresseerd zullen bhjken. "We verwachten en h o pen dat de discussie zich als een oHevlek zal verspreiden", zegt Crouwers. Dat N O T A genetische modificatie bij dieren tot onderwerp gekozen heeft, is natuurHjk geen toeval. Zoals ook uit het Kamerdebat over Herman blijkt, raken dieren in elk geval hier en daar nog een gevoeUge snaar. "Het volk is niet geïnteresseerd in dit soort discussies", zegt Crouwers. "We moeten ze dus eerst zien te bereiken met iets dat wel aanspreekt, dan komt de rest vanzelf." Archiefmappen Zou het? O o k in het verleden zijn dappere pogingen ondernomen om het maatschappehjk debat over biotechnologie op gang te krijgen. Van Overbeeke heeft zich er zelf regelmatig in gestort, zoals voUe archiefmappen demonstreren. Maar het bleef steeds bij kleine groepjes; nooit sloeg de discussie echt aan. Laat staan dat de werkehjke opinieleiders in Nederland zich er mee bemoeiden. Het is dan ook geen al te gewaagde voorspeUing dat het met die olievlek wel los zal lopen. En dan: wat gebeurt er met het eindrapport van het panel? Wie herinnert zich nog de uitkomst van de Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie, die al snel in de Haagse papierversnipperaars belandde? Van Overbeeke vindt het N O T A debat een interessant initiatief, maar sceptisch blijft hij: "Misschien gebeurt er wat mee. Als er een kamerlid aanwezig is, die er een punt uithaalt waarvan hij denkt, 'daar kan ik mee scoren', misschien dat het dan een politiek vervolg krijgt. Maar dat hangt altijd mede af van toeval, van geluk. Wordt het door de media o p gepikt? Als er net die week een vliegtuig neerstort, heb je kans dat er niks mee gebeurt. Dan hoor je er nooit meer wat van."

13

v u MAGAZINE FEBRUARI 1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's