VU Magazine 1993 - pagina 369
eerste aquaria, waar een cameraploeg van Veronica doende is het eetgedrag van een uit de kluiten gewassen kraker of octopus op de beeldband vast te leggen. De jongeren uit het toegestroomd publiek v/illen er niets van missen; van de cameraploeg dan, want in aanbidding opkijkend naar de jeugdige omroepgoden missen ze helaas wel het moment suprème, waarop de kraker op de krab toeschiet en hem in een flits in zijn zakvormig lichaam laat verdwijnen. Dat zien we straks wel op tv, hoor je de jeugd denken. Pas na enige aandrang weet ik mijn tienjarige dochter los te weken uit het gewoel. "Kom", hoor ik mezelf met geforceerd en plotseling oeroud klinkend stemgeluid zeggen, "gaan wij alvast gezellig naar de haaien." Haaien en krakers, het klinkt nogal uitheems. Maar dat is schijn. De opzet van de Sea Life Centres is juist volledig op de meest direkte maritieme omgeving gericht: hier geen tropische baden vol exotische vissen, maar bassins vol schol, schar, wijting, tarbot en makreel, kabeljauw, tong, rog en rode poon: des visboers mortuarium, kortom, dat plots tot leven is gekomen. Inktvis vindt men weldegelijk ook in de Noordzee. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de hondshaai; een heuse haai - dat wel - die echter alleen al vanwege zijn geringe omvang eerder ach-gut-gevoelens dan schrikreacties oproept. Groot zijn de haaien hier geen van alle, en gevaarlijk evenmin. Riskant in dit Scheveningse vispaleis is hooguit de venijnige stekel aan de inplant van de staart van de majestueuze stekelrog. Wie al dat.leven onder water zo beziet, kan tot haast geen andere conclusie komen, dan dat het met die overbevissing van de Noordzee wel losloopt. Want wanneer - zoals het geval is - ook minder bekende types als steur, kliplipvis, snotolf en slijmvis de nauwe, met zeewater gevulde trechter tussen Neerlands west- en Engelands oostkust weten te vinden, dan lijkt er toch nog niet direkt een man overboord. Het probleem van de overbevissing, zo kan men in dit Sea Life Centre leren, bestaat echter vooral uit het feit dat de mens een zeer kieskeurig viseter is: meer dan de helft van de zeventigmiljard kilo vis die jaarlijks aan land wordt ge-
bracht, bestaat uit slechts zes soorten: kabeljauw, poUak, makreel, haring, sardines en ansjovis. En daarbij komt dan nog dat de menselijke soort niet alleen vissend, maar vooral ook vervuilend een ernstige bedreiging vormt voor de zee en al wat daarin groeit, leeft, bloeit en zwemt. Die dubbele bedreiging is trouwens een belangrijk motief achter het opzetten van steeds meer Sea Life Centre-filialen, zo blijkt. Hoe meer kennis van en inzicht in de zee en haar bewoners, luidt de simpele en sympathieke redenering achter deze educatief bedoelde vermakelijkheidsoorden, des te groter het persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel en des te sterker de aandrift om de zaak ongeschonden in stand te houden. Die kennis doen we dus gehoorzaam op in dit, vandaag helaas wat overbevolkte. Sea Life Centre. Aanvankelijk denken we dit nog braaf te doen aan de hand van de gratis bij de ingang verstrekte 'quiz': een kleurig vel met krasplaatjes, waarop we door het met de nagel wegkrassen van het verflaagje op een vis naar keuze, geconfronteerd worden met onze kennis (of het gebrek daaraan) van het leven onder water. De tien vragen zijn op borden langs de looproute aangebracht; de vier antwoordmogelijkheden in verschillende kleuren op een draaibaar blok eronder. In tegenstelling echter tot wat gebruikelijk is bij opvoedkundig bedoelde, museale vragenlijsten als deze, die de aandacht en oplettendheid van de jeugd tijdens het museumbezoek beogen te verhogen, zijn de vragen van het onzinnige radenmaar-type en zijn de antwoorden in of op het tentoongestelde nergens terug te vinden. Hoeveel harten heeft een kraker? Geen idee! H o e lang leeft een schol? Al slaat u ons dood! H o e zwaar is een manta? Andermaal krassen wij teleurgesteld het verkeerde, verdrietig kijkende visje bloot. Dan doen we het dus maar zonder, en verhogen wij onze parate kennis door zoveel mogelijk van de wèl vermelde feitjes en weetjes in ons op te nemen (die overigens voor een groot deel van hetzelfde asjemenousoort zijn). Natuurlijk is het aardig om te weten dat een handvol zand
wel 250 miljoen korrels telt, maar onze liefde voor het onderwaterleven valt of staat daar niet mee. Daarentegen groeien de gevoelens van sympathie voor bijvoorbeeld de Sint Jacobsschelp tot onvermoede hoogten na kennisname van het feit dat het met 32 oogjes behepte wezen bij de minste of geringste dreiging op de vlucht slaat door heftig met zijn schelphelften te klepperen. Zelfs doorgaans ongenaakbaar lijkende zeedieren als rog en rode poon krijgen iets aandoenlijks als men ziet hoe ze uit pure nieuwsgierigheid steeds 'weer langs de rand van het bassin opduiken om een nieuwe bezoeker te monsteren. Dit liefdevol begrijpen komt tenslotte tot een hoogtepunt in het zeelaboratorium waar men ongeboren roggen en haaien in hun eikapsels kan zien bewegen, en door drijvende vergrootglazen allerlei jong zeeleven kan observeren. Met enig inlevingsvermogen kan de bezoeker van het Scheveningse Sea Life Centre bijna ervaren hoe het is om over de zeebodem te lopen en deel uit te maken van dat leven onder water. Uiteraard is dat met name het geval in de geheel doorzichtige tunnel die tv/ee van de zijden van een 150 duizend liter metende bak Noordzeewater met elkaar verbindt. Daar klapwiekt de manta rusteloos voort, krabbelen kreeften onhandig tussen het zeewier, terwijl de haaien recht boven onze hoofden een middagdutje doen, het onschuldig witte buikje rustend op de transparante koepel. O f het de aldus versterkte sympathie voor het zeeleven is, weet ik met. Maar na afloop laten wij Den Dulk's viskraam (slogan: "Voor wie het beter weten, komen hier hun haring eten") links liggen. Lekkerbek noch broodje makreel kan ons op dit m o ment bekoren. Doe ons maar even alleen een ijsje.
Sea Life Centre, Strandweg 13, Scheveningen is dagelijks geopend van 10.00 tot 18.00 uur ('s zomers tot 22.00 uur).
15 v u MAGAZINE OKTOBER 1993
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's