VU Magazine 1993 - pagina 348
Het Vondelpark: een en al afwisseling
Woeste natuur is doorgaans ondoordringbaar en onoverzichtelijk. Een ideale plek voor bandieten, struikrovers en politieke vijanden om zich te verbergen en verrassingsaanvallen voor te bereiden. Elke machthebber droomt daarom van een doorzichtige samenleving, van een samenlevmg zonder donkere schuilplaatsen v/aar samenzv/eringen uitgebroed kunnen worden. D e ideale samenleving is er een zonder geheim. En de tuinen van Het Loo vormen zo'n mini-samenlevinkje zonder geheim. De vorst kan precies zien v/aar zijn onderdanen die de tuin voor hem bewerken, mee bezig zijn. Die onderdanen zelf kunnen hun blik richten op de heggen, de planten of de fonteinen; iedere draaiing van het hoofd leidt tot een verandering in perspectief, maar men ziet altijd alleen maar gedeeltes van de tuin. De enige die altijd alles ziet is de vorst. De gecultiveerde, doorzichtige tuin kent voor hem geen bedreigingen. Wie alles ziet wordt niet verrast. Hier, stel ik mij voor, moet Willem III zijn rust gevonden hebben. O p dit terras moet hij zijn bezoekers hebben laten meegenieten van het uitzicht, van zijn utopie in zakformaat.
Wildheid
38 VU MAGAZINE SEPTEMBER 1993
Drie eeuwen later is van het ideaal van een geometrisch geordende natuur weinig te bespeuren. Ik bezoek een wijknatuurtuin in Haarlem. Als ik er kom is alles verlaten. Venijnige windvlagen en plotseling opduikende regenbuien maken een verblijf in de tuin op dat moment niet direct aantrekkelijk. Niettemin maakt de tuin een indruk waarvoor het woord
'pittoresk' uitgevonden lijkt. Schijnbaar zonder plan sHngeren de paadjes zich door de tuin, het ene moment moetje als wandelaar een klein stukje klimmen, daarna daal je ^veer een half metertje. In de tuin bevinden zich verschillende grondsoorten; duinzand bijvoorbeeld v/aarop de duinroos, de doornappel en walstro kunnen groeien.
Rust De natuurtuin heeft pedagogische bedoeHngen; een ontmoetingsplaats voor buurtbewoners, ze kunnen er een praatje maken of de grond be^verken. Men leert er het nut van het gescheiden verzamelen van afval en van het verwijderen van 'zwerfvuil', zoals plastic zakken. Opdat men ook het eigen straatje schoonhoudt. In de hedendaagse, pedagogische optiek is de stad een oord van asociaal gedrag, van normvervaging en langs elkaar heenleven. Precies het omgekeerde van de traditionele visie waarbij de stad een vluchtheuvel van beschaving v/as. N u heet het dat de natuur de mensen dichter tot elkaar brengt en het gemeenschapsgevoel versterkt. De natuur brengt het beste in de mensen naar boven. Heel anders dan de tuin van Paleis het Loo straalt de natuurtuin een zekere onoverzichtelijke wildheid uit. Maar het is geen verontrustende wildheid. Integendeel, tegenwoordig heet het dat in de natuur de mens tot rust kan komen om er vervolgens weer des te beter tegen aan te kunnen. Aan de natuur wordt een kalmerende werking toegeschreven worden. Geen beter middel om tot jezelf te komen dan een lange boswandeling; geen betere plek voor meditatieve gedachten dan het strand met de ruisende zee als akoestische
achtergrond en de schuimende golven als decoratie op het netvlies. In het 'echte' leven heerst het barse regime van de snelheid en de drukte. Maar in de natuur lijkt alles tijdloos en onveranderlijk. De wildheid van de wijknatuurtuin in Haarlem is, zoals alle natuur in Nederland, door mensenhand georganiseerd. Wilde natuur als special effect. De kronkelpaadjes zijn in werkelijkheid zorgvuldig zo aangelegd. Het muurtje is niet oud maar nieuw, het cement tussen de stenen is met veel precisie schots en scheef aangebracht. Aan de houten leuning moet lang geschaafd zijn om haar de benodigde grilligheid te geven. D e verschillende grondsoorten zijn van alle kanten aangesleept en naast elkaar gelegd. In de tijd van Willem III bestond grote angst voor de natuur, nu bestaat er een angst voor de ondergang van de natuur. Werd het destijds als een triomf van het menselijk vernuft gezien om zo'n prachtige, keurig geordende tuin te kunnen aanleggen, tegenwoordig heeft de mens zijn trots verloren. De zelfkritiek van de menselijke soort is radicaal: de mens heeft gemeend de natuur naar zijn hand te kunnen zetten en te kunnen plunderen. Meer respect opbrengen voor alles wat leeft, groeit en bloeit, is wel het minste wat we kunnen doen. In de tuinen van Het Loo wordt nog de lof van het menselijk ingrijpen gezongen; door middel van arbeid en techniek kan de mens de natuur perfectioneren. Die gecultiveerde natuur riep de nieuwsgierigheid op van de bezoeker; een gevoel van bewondering en verwondering. En die zeventiende-eeuwse nieuwsgierigheid vormde de basis van het wetenschappelijke onderzoek naar de natuur. Die natuur begon langzamerhand haar goddelijkheid, haar raad-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's