VU Magazine 1993 - pagina 412
^^Mijn karma is het gevoel betrekkelijk alleen door het leven te gaan. Het constante in mijn leven en werk is die onafhankelijkheid. ^^ Ernsting was een leuke, levendige, dwarse knul. Jaren later kom ik hem weer tegen en toen was hij zo'n typische CPN-functionaris geworden; een apparatsjik, pragmatisch en opportunistisch zoals zoveel politici zijn. De schat die hij in zich had, heeft hij bijna weggegooid. "Tot ongeveer 1970, 1971 was de studentenbeweging vooral spontaan, naïef en hilarisch. We hebben ontzettend veel gelachen. Pas daarna, ik was zelf toen al afgestudeerd, werd het zo'n p o litieke toestand. Dat betekende meteen de dood in de pot." H Had u zelf als student alle houvast verloren? "Ik ben er betrekkelijk laat achter gekomen h o moseksueel te zijn. Toen ik 21 was, meen ik, in 1970; o nee, toen was ik al 22. In het milieu waarin ik opgroeide kwam zoiets niet in het vizier. Homoseksualiteit was iets voor kunstenaars en balletdansers, dat soort typen. Ik was daarentegen maatschappelijk geïnteresseerd en studeerde sociologie om burgemeester te worden. Homoseksualiteit: het kwam niet bij je op, je dacht er niet aan. Maar het lag natuurlijk wel al heel vroeg m je karakter opgesloten. Ik ben al een keer toen ik heel jong was, vier of vijfjaar oud, op dramatische wijze apart gezet, en heb ervaren dat je in het leven alleen staat. Dat is mijn karma, om het zo te zeggen; het gevoel betrekkelijk alleen door het leven te gaan. Je stuur zoek je dan minder in je omgeving dan in jezelf. Eigenlijk is dat de constante in mijzelf gebleven. Er wordt nu wel eens gezegd door mensen die mijn werk niet bestudeerd hebben: die man is rechts geworden. N o u ja, de VVD en het V N O omarmen mijn gedachten niet bepaald. Het constante in mijn leven en werk is die onafhankelijkheid; in alle opzichten zelf je standpunt willen bepalen." H
Toch was u destijds zelf ook een linkse socialist. "Ik heb mij altijd de vrijheid voorbehouden om te denken wat ik denk, om te zeggen en schrijven wat ik wil. Ik ben met verve een eclecticus. Ik gebruik uit inzichten en theorieën datgene wat ik gebruiken kan en smeed dat tot een ge-
heel wat voor mij enig verklarend inzicht in de samenleving kan bieden. Die opstelling heb ik ook in de jaren zeventig gehad. In 1973, toen ik wetenschappelijk medewerker in Groningen was, ben ik lid geworden van de PvdA. In Groningen had de C P N de hegemonie en maakte je het leven zuur waardoor je bijna gedwongen werd lid te worden van de PvdA, om maar enige rugdekking te hebben. Er heerste een heel guur klimaat. Ik geloof dat de CPN-dominantie nergens zo groot is geweest als in Groningen. Ik was medewerker bij Ger Harmsen, die werd gezien als de duivel in eigen persoon, als een 'Navo-professor'. Het was vier, vijfjaar lang een moeilijke tijd. Ik was blij dat ze in 1977 de verkiezingen verloren." H Bewonderde u Den Uyl? "Jazeker. Kom eens mee". We staan op van de designstoelen in Fortuyns werkkamer in Rotterdam en lopen naar achteren. Daar hangen twee fotoportretten. Een van John F. Kennedy en een van Den Uyl in een nadenkende pose. "De mooiste foto van Den Uyl die ik ken", zegt Fortuyn. Hij voegt er aan toe nog een derde portret te willen hebben, dat van paus Johannes XXIII. Onlangs nog was hij in R o m e , maar wat hij zocht kon hij niet vinden. "Ik ben geen dweper", zegt Fortuyn wanneer we weer zitten, "maar zij zijn zonder meer de drie personen voor wie ik de grootste bewondering heb. Ik geloof niet dat Den Uyl zo'n groot staatsman is geweest, maar hij was wel een bewogen politicus. Hij had iets romantisch, iets warms, wat mij zeer aangesproken heeft. Iemand als Van Mierlo vind ik een interessante man die een bepaald gevoel uitstraalt, maar wat ik bij hem mis is betrokkenheid. Den Uyl was een buitengev/oon betrokken man. En dat geldt ook voor Kennedy en Johannes XXIII. "Kennedy is niet kapot te krijgen hoeveel er door biografen ook over hem onthuld wordt, bijvoorbeeld dat hij een afschuwelijke womanizer was. En toch had hij iets waar niemand aan kan tippen. Dat heeft niet zoveel, ook niet bij de andere twee, te maken met de successen die ze geboekt hebben. Die waren niet zo imponerend. De vernieuwing in de katholieke kerk werd bijvoorbeeld door paus Paulus VI binnen de kortste keren weer teruggedraaid. Hun kracht was die enorme betrokkenheid." B
Tegenwoordig is er, zeker in de PvdA zelf, een beetje de trend om af te geven op Den Uyl. "Geen wonder. Hij stak met kop en schouders boven de rest uit, een buitengewoon intelligente man. Mensen als Van Dam, Van Thijn, Peper, en Van Kemenade hebben zich echt van hem moeten bevrijden. Maar wat is het resultaat: een volstrekt kleurloze figuur als Wim Kok. "Toch ben ik zelf ook over een aantal dingen anders gaan denken. Den Uyl zei altijd: 'We moeten de onderkant van de samenleving optillen'. Je kon je dat beeldend voorstellen, je zag hem al bezig: die kleine sterke man die de on-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's