VU Magazine 1993 - pagina 429
met goed bestuderen zonder er ruimere maatschappelijke verschijnselen bij te betrekken", zegt Wilterdink. In de rede waarmee hij het ambt van bijzonder hoogleraar aanvaardde, geeft hij een proeve van wat zijn benadering kan opleveren.
Penivellering Sinds ongeveer 1980 zijn in de hele Westerse wereld de verschillen tussen arm en rijk toegenomen. In Nederland bij voorbeeld daalde tussen 1983 en 1991 het gemiddelde besteedbare inkomen van de minst welvarende t'wintig procent van de bevolking met ongeveer tien procent. In diezelfde tijd ging de meest welvarende twintig procent er ongeveer 12,5 procent op vooruit: hun inkomen steeg met 17.000 gulden tot een bedrag van 80.000 gulden. De rijken worden rijker, zo blijkt uit de cijfers, en de zeer rijken worden zeer veel rijker. Uit een screening van de loonlijsten van honderdvijftig grote en middelgrote ondernemingen blijkt dat de bruto salarissen van hun directeuren tussen 1980 en 1992 gestegen zijn van gemiddeld 158.000
Ook in andere landen werden denivellerende maatregelen genomen. In Nederland werden onder meer de vennootschapsbelasting verlaagd, de onderneniersvrijstelling voor de vermogensbelasting verruimd en het toptarief van de inkomensbelasting verlaagd. De denivelleringstrend is echter niet uitsluitend te verklaren vanuit overheidspolitiek, stelt Wilterdink. Want, zegt hij, "ook in landen met regeringen van een andere politieke kleur, regeringen die niet zo'n scherpe p o litiek voerden, vond denivellering plaats." De denivellering voltrok zich kennelijk deels onafhankelijk van het overheidsbeleid. Ook de economische conjunctuur verwerpt Wilterdink als afdoende verklaring van de gegroeide inkomensverschillen. Deze verklaring luidt als volgt: de economische recessie brengt een grotere werkloosheid met zich mee, verzwakt de p o sitie van werknemers op de arbeidsmarkt en heeft dus een daling van lonen en uitkeringen tot gevolg. Maar deze redenering gaat niet op: onverklaarbaar blijft onder meer dat de economische opleving in de
volgde - in de hele westerse wereld voor, en duurde grofweg zeven decennia. Kennelijk voltrok ook dit proces zich min of meer onafhankelijk van overheidspolitiek en conjunctuur. Wilterdink denkt een verklaring gevonden te hebben voor zowel het lange-termijnproces van de nivellering als de ombuiging daarvan sinds 1980. Het wekt geen verbazing dat hij het zoekt in een sociologische verklaring. "Inkomens- en vermogensverschillen zijn consequenties van machtsverschillen", zegt hij in zijn rede, "die op hun beurt geworteld zijn in interdependenties: relaties van meer of minder eenzijdige afhankelijkheid." De sleutel tot de verklaring van de veranderingen in de inkomensverhoudingen moet dus gezocht worden in veranderende interdependenties, stelt Wilterdink. Met de introductie van dit begrip toont hij zich een ware aanhanger van Norbert Elias, want 'interdependentie' is een sleutelbegrip in diens werk. Mensen zijn van elkaar afhankelijk, bedoelt Elias te zeggen. Verhoudingen van onderlinge afhankelijkheid - oftewel interdependenties - zijn altijd ook machtsverhoudingen. En - zo past Wilterdink deze gedachte toe machtsverhoudingen weerspiegelen zich in inkomensverhoudingen.
\WEKKENDE tot 265.000 gulden. Een lid van de raad van bestuur van DSM verdient nu 920.000 gulden (tegen 240.000 in 1984), een bestuurder van Hoogovens krijgt 1.146.000 gulden (dat was 691.000) en een Shell-bestuurder ruim 2,4 miljoen gulden (tegen 1,4 miljoen in 1984). Dat lijken duizelingwekkende salarissen, maar ze steken nog schamel af tegen die van topbestuurders in Engeland en de Verenigde Staten. Daar heeft de denivellering nog veel grotere verschillen geschapen. In de Verenigde Staten bij voorbeeld daalde tussen 1977 en 1988 het gemiddelde reële gezinsinkomen van de armste tien procent van de bevolking met vijftien procent, terwijl de rijkste tien procent er zestien procent beter op werd. Het lijkt vanzelfsprekend hier de hand van Reagan en Thatcher in te zien. Die voerden immers een inkomenspolitiek die doelbewust gericht was op denivellering.
tweede helft van de jaren tachtig niet gepaard ging met een verkleining van de inkomensverschillen. Kennelijk moet de oorzaak van de denivelleringstrend noch in de politiek noch in de conjunctuur gezocht worden.
Machtsverschillen De vraag naar de verklaring van de denivelleringstrend is des te boeiender als in de overweging wordt betrokken dat tot rond 1980 de inkomensverschillen juist kleiner werden. D e inkomens van de arbeidende klasse groeiden sneller dan die van de 'bazen'. De uitkeringen waarvoor het sociale-zekerheidsstelsel borg stond, werden belangrijker. En kapitaalinkomens (vermogensinkomsten uit huur, pacht, rente, dividend enzovoorts) werden minder belangrijk. Deze nivellering deed zich - net als de denivelleringstrend die daarop
Egalisering
Dat klinkt allemaal nog vaag en algemeen, maar Wilterdink kan zijn stelling concretiseren. H o e zijn vanuit deze theorie de veranderende inkomensverhoudingen te verklaren? Welke machtsverhoudingen leidden de eerste zeventig jaar van deze eeuw tot nivellering en de afgelopen tien jaar tot denivellering? Wilterdink gaat voor het antwoord op deze vraag terug naar industrialisatie die de westerse wereld in de negentiende eeuw doormaakte: ondernemers werden meer en meer afhankelijk van de schaarser worden arbeiders. D e lonen stegen, de arbeiders kregen meer rechten en kregen ook als staatsburger meer macht. De machtsverschillen werden kleiner, en de inkomensverschillen - dus - ook. Van wezenlijk belang, stelt Wilterdink, was dat deze ontwikkeling zich tot ver in de twintigste eeuw voltrok in scherp van elkaar afgebakende en hevig met elkaar concurrerende nationale staten. En hoe sterker staten
31 v u MAGAZINE NOVEMBER 1993
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's