Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 433

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 433

4 minuten leestijd

lANDSE TEMIDDEN VAN BONT GEWEMEL S

chrijvers die bij hun leven roem vergaren, mogen daarom nog niet rekenen op een voortbestaan voor de eeuwigheid, en zelfs niet voor een eeuw of drie. N u soberheid hoger wordt aangeslagen dan sier, zullen de marmeren volzinnen van Hooft, het m e trische gekeuvel van Cats en de zware alexandrijnen van Vondel veel lezers minder aanspreken dan het ongekunstelde proza van zeventiendeeeuwse amateurschrijvers. Veel van de mooiste literatuur uit de Gouden Eeuw werd niet geschreven door gelauwerde poëten, maar door de schippers, kooplieden, chirurgijns,, dominees, zeilmakers en ziekentroosters die uitvoeren naar Indië en terugkeerden met dagboeken vol verhalen over schipbreuk, gevangenschap, vreemde volkeren, monsters en orkanen. Kooplui, schippers en stuurlui hielden journaals bij waarin ze op last van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) optekenden hoe de landen die ze aandeden er uitzagen, welke grondstoffen, vruchten en gewassen ze voortbrachten en of het volk er "wreet ofte vriendelick" was. Bij aankomst in Nederland werden de journaalschrijvers op de kade verwelkomd door VOC-dienaren, die alle verslagen, kaarten en tekeningen in ontvangst namen en spoorslags opborgen in de kluizen van de Compagnie: kostelijke gegevens over onontgonnen gebieden die niet in handen mochten vallen van de concurrentie. De uitgevers, die zich al snel realiseerden dat er een markt was voor spannende verhalen over verre landen, hadden het nakijken. Zij moesten geduld oefenen tot de V O C in Indië vaster in het zadel zat en zich meer openheid kon ver-

oorloven. Vanaf die tijd werd de leesdorst naar Oosterse avonturen gelest met een stroom van "gedenckwaerdighe voyagies", "aenmerckelijcke reysen" en "waerachtighe journaelen ende verhaelen". Razend populair was het dagboek van Bontekoe, met als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt de kortstondige luchtreis die deze op 19 november 1619 maakte. Toen de beroemde schipper door Straat Soenda zeilde met zijn galjoen de Nieu-Hoorn, sloeg de vlam in een vat brandewijn. Het vuur was niet te blussen en bereikte de kruitvoorraad. "En ick, Willem Ysbrantsz. Bontekoe, doe ter tijdt schipper, vloogh mede in de lucht; wiste niet beter of ick most daermede sterven. Ick stack mijn handen en armen na den hemel en riep: 'Daer vaer ick heen, o Heer! Weest my arme sondaer genadigh!'" Bontekoe kon het, op zijn laconieke manier, navertellen. Hij had meer geluk dan de zestig opvarenden die door de ontploffing "aen hutspot" werden geslagen, "dat men niet en wist waer een stuck bleef": leven en dood op een Oostindiëvaarder, beschreven in de kernachtige, beeldende taal van het volk.

Kras Veel minder bekend dan het 'Journael' van Bontekoe, maar nauwelijks minder boeiend, zijn de reisbeschrijvingen van Nicolaas de Graaff, die als scheepschirurgijn tien maal de Kaap rondde. De Graaff geniet een bescheiden reputatie onder historici en neerlandici; zijn verontwaardigde schildering van het zedenleven in Batavia werd meermalen in bloemlezingen van 'Indische' literatuur opgenomen. Dat hij ook buiten de

universiteit lezers verdient, bewijst de studie 'Oost-Indië gespiegeld' van de neerlandicus Marijke Barend-van Haeften. Zij speurde in archieven naar sporen van De Graaffs leven, stofte zijn werken grondig af, vergeleek ze met die van andere reisschrijvers uit zijn tijd en ging de betrouwbaarheid na van deze ondernemende arts uit Egmond aan Zee. Nicolaas de Graaff (1619-1688) scheepte zich op zijn negentiende in voor een vier jaar durende reis naar de Oost. O p zee en in den vreemde, dacht hij, kon hij als chirurgijn meer ervaring opdoen dan in Nederland. Er volgden nog vier reizen naar de Oost. Tussendoor ging De Graaff op walvisvaart naar Groenland, zeilde hij met een oorlogsvloot naar Brazilië en voer met Michiel de Ruyter naar Denemarken, Portugal en de Middellandse Zee. Zijn enige zoon, Joannes, vergezelde zijn vader vanaf zijn veertiende, maar al vijfjaar later, onderweg naar Indië, moest De Graaff diens lichaam met een "Een, twee drie, in Godsnaam" aan de golven toevertrouwen. In een notariële verklaring uit 1682 vangen we een glimp op van De Graaff als een krasse zestiger. 'Meester Claes' heeft in een herberg een man een glas bier in zijn gezicht gegooid en vervolgens zo toegetakeld dat het bloed over de vloer liep "alsof daar een beest geslacht was." Dat opvliegende karakter zal ook een woordje meespreken in De Graaffs beschrijvingen van de zeden in Batavia. Na die uitbarsting vertrok de grijze chirurgijn nog één maal voor vier jaar naar Indië. Teruggekeerd in Egmond aan Zee schreef hij zijn herinneringen op: de 'Reisen van N i c o laus de Graaff, na de vier gedeeltens

35 v u MAGAZINE NOVEMBER 1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 433

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's