Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 411

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 411

4 minuten leestijd

Koos Neuvel

Pint Fortuyn Pim Fortuyn is boos. Hij ergert zich aan de verstikkende cultuur van de maatschappelijke elite, het conservatisme van de sociaal-democratie en de betutteling van de verzorgingsstaat. Een interview met een vooruitstrevend liberaal.

Echt niëfffifhts is Pim Fortuyn niet geworden, vindt hijzelf. Hoe zou hij zijn eigen politieke positie willen karakteriseren, vraag ik aan het einde van het interview; vooruitstrevend liberaal? Hij knikt instemmend: "Dat vind ik wel goed, in geen geval conservatief liberaal. Ja, vooruitstrevend liberaal, dat is eigenlijk wel een mooie karakterisering." Prof.dr. W.S.P. Fortuyn, bijzonder hoogleraar arbeidsvoorwaarden bij de overheid in Rotterdam, is een fel criticus van de verzorgingsstaat die in zijn optiek de burgers betuttelt. Wat eens als progressieve verworvenheid werd gezien, de verzorgmg van de wieg tot het graf, moet het bij hem ontgelden. Zelfstandig initiatief en ondernemingslust, daar schort het aan. En die ondernemingslust heeft Fortuyn zelf proberen uit te stralen toen hij directeur was van de b.v. die de ov-jaarkaart voor studenten invoerde. Maar met een volledige politieke ommezwaai van de voormalige student-activist en sociaaldemocraat Fortuyn hebben die standpunten en bezigheden zijns inziens niet zoveel van doen. Hij ziet weinig aanleiding om schaamtevol terug te blikken op vermeende jeugdzonden. De jaren zestig zijn voor hem een belangrijke periode in zijn leven geweest. Fortuyn: "De revolutionaire betekenis van die periode lag in de onttroning van het vaderlijk gezag. Het was een generatieconflict. Nederland werd geregeerd door vaders. Letterlijk en figuurlijk. In de termen van De Swaan zijn we geëvolueerd van een 'bevelshuishouding' naar een 'onderhandelingshuishouding'; een moderniseringsproces waarvan de betekenis nauwelijks overschat kan worden. "Er wordt wel eens laatdunkend over die periode gesproken omdat de toenmalige politieke idealen niet gerealiseerd zijn. Dat moge ten dele waar zijn en gelukkig maar. Anders zou je hier een Oosteuropese samenleving in een Westeuropees jasje hebben gekregen. Ik moet er niet aan denken. Maar die onttroning van het patriarchale gezag is heel belangrijk geweest. De hoogleraren waren onze vaders die een stapje terug moesten doen.

"Het was allemaal heel spannend. Ik studeerde sociologie aan de VU. O p de gang zaten wij te wachten tot we te woord werden gestaan door een delegatie van hoogleraren. Zo ging het. Mede^verkers hadden geen zak te vertellen in die tijd en een lector was een beklagenswaardig figuur. Alles werd beslist door de vergadering van hoogleraren. Je moet je voorstellen: als de hoogleraar binnenkwam voor een college, stond je op en ging pas weer zitten als hij achter het katheder stond; er werd geopend en gesloten inet gebed. Dat gebeurde in 1968, de periode van de seksuele revolutie, provo, vietnambeweging. Nogal archaïsch allemaal. Daar tegen te hoop lopen was heel enerverend." H

Hoe komt het dat men zich aan de ene kant afzette tegen het gezag en zich anderzijds weer hond aan zeer traditionele vormen van gezag als socialisme en communisme? "Met name aan de V U was dat heel goed verklaarbaar. Het gereformeerde geloof was een heel stevig geloof, die jongens kwamen vanuit plattelandsbolwerken naar de grote stad en raakten al snel losgeslagen. De discussie of je voor het huwelijk met elkaar naar bed mocht was beslecht, en de nieuwe opvattingen werden met veel verve beleden. Mensen verloren hun houvast en de C P N ontpopte zich toen met zijn hiërarchieke structuur en zijn juiste leer als een alternatieve kerk. Maar ja, ik kom uit een liberaal katholiek milieu en op mij hebben dat soort bewegingen nooit enige vat gehad. "De ontwikkeling in die periode is gepersonifieerd in Marius Ernsting, het voormalige C P N kamerlid. Die jongen was een anarchist, niet in de politieke zin van het woord, maar in de zin van een vrijheidslievend persoon. Ik zal het nooit vergeten: De VU-hoogleraren hadden zich in hun toga gehuld voor de opening van het academisch jaar. Marius Ernsting voegt zich in die stoet met een Indiase kaftan aan en schoof aan bij die lui. Dat heeft hem nog een schorsing opgeleverd van De Gaay Fortman een goede rector, een autoriteit maar wel iemand die begreep wat er gaande was. Marius

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 411

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's