Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 434

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 434

4 minuten leestijd

Nicolaas de Graaff, links met hoed, op de enige van hem bekende afbeelding.

moord: nadat zijn rechterhand met een gloeiende tang was afgeknepen, werden zijn armen en benen aan stukken geslagen, en tot slot werd een ijzeren pen "van onder by sijn fondament in gestoken, dat hij agter by sijn hals weder uijt quam."

des werelds' en de 'Oost-Indise Spiegel'. Het zijn kleurrijke beschrijvingen van het reilen en zeilen van de V O C en van het leven m het Nederlandse koloniale rijk.

Ratten

36 v u MAGAZINE NOVEMBER 1993

De jonge De Graaff heeft de ervaring die hij zocht ruimschoots gevonden in dienst van de VOC. Tijdens zeeslagen en belegeringen kon hij zich bekwamen in het afzetten van armen en benen. Het scheepsbestaan maakte hem vertrouwd met waterzucht, dysenterie, uitvallende tanden van de scheurbuik en zieken die overboord sprongen tijdens aanvallen van krankzinnigheid. Gezond eten was een voortdurende zorg. O p de lange reizen bedierf het drmkwater en raakte het verse voedsel op. O m de zieken nog iets anders voor te zetten dan gepekelde kost, werden er dan wel ratten gekookt in water en wijn, met rijst, suiker en kruiden - "smaakte seer goed", schrijft De Graaff. Het hoge sterftecijfer werd boven-

dien nog opgedreven door de medische verzorging zelf. Vakkundige behandeling was niet gegarandeerd. Wanneer zowel opper- als onderchirurgijn onderweg bezweken - en die kans was niet klein - kon een hulpje dat "eenige maanden vroeger als jongen bij een Dorps-Barbier nog de baarden der boeren inzeepte" promoveren tot hoogste medische autoriteit aan boord. Barend haalt het dagboek aan van een scheepsbevelhebber wiens zieke en slapeloze kajuitswachter van de chirurgijn een slaapdrank kreeg toegediend die "wel een slaapdrank mag genoemd worden, alsoo hij van dien slaep niet en sal opstaen, dan ten jongste dage"De Graaff portretteert zichzelf als een kundig arts en dist met smaak sterke staaltjes op uit zijn praktijk. Zelfs een jongen bij wie de darmen uit het lijf hangen, weet hij weer op te lappen. Ook andere gruwelen worden de lezer in klinische details gepresenteerd. Zo vertelt De Graaff over de terechtstelling van een Maleise slaaf die zijn meesteres had ver-

Van de oosterlingen die De Graaff ontmoet, moet hij niet veel hebben. Ook hun godsdiensten stonden deze calvinistische notabele uit Egmond niet aan. Fakirs vindt hij leeglopers, brahmanen beschrijft hij als 'heidense papen', en de schrikwekkende Hindoe-godheid Jagarnatha noemt hi] Jan Garnaal (=garnaal). Maar echt kwaad maakt hij zich pas over de Nederlandse kolonialen. Veel van de mannen en vrouwen die aanmonsterden voor Indië kwamen uit de onderste lagen van de maatschappij. Omdat hen in Nederland de goot of het spinhuis wachtte, probeerden zij hun geluk in den vreemde. Onder hen, schrijft De Graaff, bevinden zich hoerenwaarden, nachtlopers, straatschenders, dronken guiten, fielten, dobbelaars, speelders, kwanselaars, vechters, gauwdieven en deugnieten. O o k dienstmeisjes, straatverkoopsters en 'geprobeerde maagden' ontvluchtten de armoede in Nederland, sommigen vermomd als man: de laatsten kregen hun monumentje in het lied over het 'meisje loos', dat ging varen als lichtmatroos. Wie geen fortuin maakte, had het ook m Indië niet breed. Het menu van een eenvoudige soldaat bestond uit stinkend, soms brak water, een bak bonen vol torren, rauw spek, half verrot vlees of droge vis, met stenige rijst "die tussen je tanden knarst alsof je gemalen zeeschelpen of Goudse pijpen kauwt". En 's nachts wachtte hem in plaats van een bedstee of ledikant een stinkende kooi of hangmat die "dikwijls krioelt van de luizen, wandluizen, ratten, kakkerlakken, duizendpoten en schorpioenen". De steentjes in de rijst, het ongedierte m bed: De Graaff noteert het allemaal met oog voor het sprekende detail, maar met weinig compassie voor de armoedzaaiers die er door de omstandigheden toe veroordeeld waren. Nicolaas de Graaff was, in ieder geval in zijn geschriften, geen zachte heelmeester. Hij kwam daar ook rond voor uit: ik wil niemand h o ning om de m o n d smeren, schrijft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 434

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's