Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1993 - pagina 418

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1993 - pagina 418

5 minuten leestijd

m u m aan vrije speelruimte voor twijfel en onzekerheid, de meest in het oog springende kenmerken waren. Dat is dan nu definitief voorbij, zo blijkt uit Dekkers goed gedocumenteerde boek. De auteur vraagt zich zelfs openlijk af, of, gezien de meer dan stormachtige ontwikkelingen binnen die gelederen, de gereformeerden het jaar 2000 als zodanig wel zullen halen. Het gereformeerde geloofsgoed - voor zover daarvan nog sprake is - b e helst in elk geval niet langer de eertijds zo typerende eenduidigheid en strak belijnde dogmatiek; de van bovenaf gepredikte leerstelligheid is zoek, en ook onder de gelovigen die het gereformeerde vaderhuis nog niet vaarwel zegden, heeft het theologisch winkelen in het postmoderne warenhuis der godsdiensten, levensbeschouwingen en zingevingen, zijn intrede gedaan. Dekker zelf omschrijft de ontwikkelingen als volgt; de Gereformeerde Kerken "zijn in de loop van de tijd veranderd van een vrij gesloten en (...) geïsoleerde groepering in een meer open en in de oecumenische beweging geïntegreerde kerk. Maar zij hebben die verandering alleen maar kunnen meemaken door allerlei eisen van striktheid te laten vallen en door een relativisme, een pluraliteit en een zekere vrijblijvendheid, zowel tegenover het kerkelijk instituut als tegenover de in dat instituut vigerende overtuigingen, toe te staan, als mede door hun getuigende houding tegenover buitenstaanders te vervangen door een dialoog met die buitenstaanders. Sociologisch gesproken zijn zij daardoor verzwakt: de toename in het ledental is omgeslagen in een afname daarvan, de identiteit van de groepering is verzwakt, haar invloed op de leden en op de samenleving is afgenomen en haar voortbestaan baart zorgen. Zij heeft met andere woorden alle invloeden van de samenleving op het godsdienstig en kerkelijk leven ondergaan, ook de seculariserende invloeden die daarvan uitgaan."

••••••••••

20 v u MAGAZINE NOVEMBER 1993

Zelfoverschatting

Dekker noemt vele oorzaken die voor een deel van algemeen maatschappelijke aard zijn. Een van de interne oorzaken echter, waarbij hij wat langer stilstaat, is het in gereformeerd-theologische kring loslaten van het absolute 'schriftgezag': het letter voor letter en op alle fronten voor waar aannemen wat er in de bijbel als 'Gods Woord' geschreven staat. Dit 'reformatorisch' geheten schriftgezag bracht de gereformeerden gedurende de vorige eeuw keer op keer in aanvaring met kerk en samenleving. Het botste bijvoorbeeld met de politiek, waarin de verwerpelijk geachte gedachte van de volkssoevereinteit, teweeggebracht door de Franse Revolutie, de overhand dreigde te krijgen, en waartegen de eigen /Infi'-Revolutionaire Partij in stelling werd gebracht. En het botste uiteraard vooral ook frontaal op de wetenschap, waarin het Verlichtingsdenken en het geloof in de menselijke Rede een soortgelijke, even verderfelijk geachte zelfoverschatting van de zich allengs autonomer wanende, negentiende-eeuwse mens tot gevolg hadden, en waartegen dus een eigen Vrije Universiteit werd opgericht. Met name deze laatste daad lijkt, achteraf bezien, onvermoede gevolgen te hebben gehad. De gangbare wetenschappelijke methodiek kreeg - hoe goed geïsoleerd de muren van die eigen universiteit aanvankelijk ook waren - met name na de Tweede Wereldoorlog ook de gereformeerde wetenschappers in haar greep. En de relativerende

uitwerking van een zo objectief mogelijke beoefening van de wetenschap op de overgeleverde geloofszekerheden, bleef vanzelfsprekend niet uit. Zó bijvoorbeeld, kon de voordien op bijbelse gronden, en dus zonder enige discussie verworpen, evolutietheorie ingang vinden bij de gereformeerden, hetgeen uiteraard consequenties had voor het schriftgezag. En, haast nog belangrijker dan dat: zó ook werden de gereformeerde theologen steeds vaker met de neuzen op het feit gedrukt, van het tijdgebonden, menselijke (soms al te menselijke) karakter van de bijbel. Ergo: het wetenschappelijk rationalisme (en, in het kielzog daarvan, het 'methodologisch atheïsme', dat de principieel onbewijsbare 'geloofswaarheden' buiten de wetenschappelijke orde plaatst) doorbrak vanuit de eigen gelederen het bijbelse absolutisme. Plotseling was niets meer zeker noch heilig, en bleek de hoeksteen, die het ooit zo solide gebouw overeind had gehouden, verdwenen. Vanwege de tragiek van het feit dat die ontwikkeling mede werd bewerkstelligd door een van Abraham Kuypers eigen geestesprodukten, zal deze auctor intellectualis van de Vrije Universiteit zich inmiddels wel enkele malen in zijn graf hebben omgedraaid. En dat is meer dan zomaar een pikant terzijde.

•••••••••

Algemeen

betv^ijfeld

Opmerkelijk is dat dezelfde gereformeerde theoloog die zo'n twintig tot dertig jaar terug door het gereformeerde voetvolk nog gezien werd als de personificatie van het boze - de kwade genius die als hoogleraar dogmatiek en ethiek aan de Vrije Universiteit rationalisme en 'methodologisch atheïsme' de gereformeerde theologiebeoefening had binnengesmokkeld en die als dogmaticus de historiciteit van het bijbelse scheppingsverhaal, en nog zo wat onaantastbaar geachte, gereformeerde leerstelligheden, in twijfel had getrokken - nu door diezelfde, maar inmiddels grotendeels vrijzinnig geworden, gelovigen wordt aanbeden: dr. H.M. (Harry) Kuitert. Kuitert mag zich tegenwoordig in een meer dan ruime belangstelling van het al dan niet voormaHg protestantschristelijke publiek verheugen; die populariteit vindt een indrukwekkende afspiegeling in de verkoop van zijn boeken (met name die met een ethisch onderwerp), die een absoluut hoogtepunt vond in zijn in '92 bij Ten Have m Baarn verschenen 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof'. Dat juist dit boek in recordaantallen werd verkocht en wekenlang de toptienlijsten van de boekenbranche aanvoerde (het beste bewijs overigens, dat het met de ongelovigheid en het gebrek aan publieke belangstelling voor godsdienstige zaken nog wel meevalt) is in zoverre merkwaardig, dat in deze publikatie de christelijke dogmatiek de inhoud dus van het christelijke geloofsdenken - het onderwerp vormt, in plaats van een of andere heet hangijzer uit het arsenaal der ethiek. 'Een herziening', liet Kuitert veelbetekenend op de omslag zetten. En kennelijk wekte hij daarmee niet alleen de interesse van de gereformeerde gelovigen die bij de kerkelijke bureaus in den lande nog als Hdmaat stonden ingeschreven, maar ook bij degenen die dat allang niet meer, of wellicht zelfs nooit geweest waren. Het lijkt erop alsof de ruime weerklank die Kuiterts boek ondervond, vooral viel te verklaren aan de hand van het feit dat hij hierin de essentialia - te weten: de door hem nog waardevol geachte elementen uit een door mensen-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1993 - pagina 418

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993

VU-Magazine | 484 Pagina's