VU Magazine 1993 - pagina 383
Peter Burger
Rellen op voetbaltribunes en bij demonstraties: drie jaar lang heeft gedragsonderzoeker Otto Adang er vrijwel niet één gemist, politie moet meer van haar ervaring leren.
Het actievoerdersblad ' N N ' vond Adangs onderzoek om die reden te beperkt: "Begrippen als ideologie, verontwaardiging en woede passen niet in zijn programma." Adang: "Hoe gedragingen tot stand komen, kan ik niet zien. Dat kan niemand. Gedrag kan ik zien en gedragingen hebben effect. En die effecten hebben gevolgen voor je verdere gedrag. Als ik zeg: Die man is kwaad, klopt dat eigenlijk niet, want ik zie niet dat hij kwaad is. Ik zie dat hij een rood hoofd krijgt, met zijn vuist op tafel slaat en hard begmt te roepen. De gemoedstoestand kwaadheid als zodanig kan ik niet zien. Je moet dus verschil maken tussen je waarnemingen en je interpretaties."
AÊiA
0
28
en Haag, 8 mei 1993. Duizenden demonstranten protesteren tegen de afschaffing van de bijstand voor jongeren tot 21 jaar en tegen verlaging van de studiebeurzen. Als de stoet het Binnenhof nadert, beginnen enkele relschoppers de daar opgestelde 'blauwe muur' van ME'ers te bekogelen met verf, vuurwerk en stenen. De politie slaat met harde hand en zonder aanzien des persoons de betoging uit elkaar. Demonstranten moeten wegspringen voor politiebusjes, zittende en vluchtende jongeren krijgen er van langs met de wapenstok, waarbij tegen de instructie in ook op hoofden wordt geslagen. In de verwarring lopen ook agenten in burger klappen op. Hier
en daar houden ME'ers doldraaiende collega's in toom. Zo'n 35 demonstranten moeten in het ziekenhuis hun hondebeten en kneuzingen laten verzorgen. 53 demonstranten worden gearresteerd, 25 stenengooiers komen voor de rechter. Hoe ontstaan zulke gewelddadigheden? Zijn ze te voorkomen? Otto Adang zou een antwoord kunnen geven op die vragen. Adang is professioneel rellenkijker en verbonden aan het Politie Instituut Openbare Orde en VeiHgheid (PIOV). Het PIOV is gevestigd in een voormalig klooster in Hoogerheide, op een steenworp afstand van de vliegbasis Woensdrecht. De belangrijkste taak van het instituut is de opleiding van ME'ers, die in het nabijgelegen oe-
fendorp ontruimingen naspelen en elkaar met houtblokjes bekogelen. In de kantine ziet het blauw van de overalls. Kerels met kortgeknipt haar delen plaagstootjes uit in de rij voor de soep. O p een kast in Adangs werkkamer hangt een poster die brandstichting in fabrieken aanmoedigt: Macht kaputt was euch kaputt macht. Aan de muur hangen foto's van agenten en demonstranten. Daartussen valt een foto op van een jonge chimpansee die zijn armen om de hals van een kind slaat: de rellenonderzoeker, van origine etholoog, is gepromoveerd op het gedrag van chimpansee-pubers. "De mens is maar een van de vele interessante soorten," zegt Adang, die een paar jaar in de apen-
kolonie van Burgers Dierenpark observeerde hoe opgroeiende chimpansees hun grenzen verkennen door ouderen te pesten.
Kwaad Na zijn promotie kreeg Adang de kans onderzoek te doen naar het gedrag van zijn eigen soort. Adang, die tot dan toe nog nooit op een voetbaltribune had gezeten of in een demonstratie had meegelopen, was van 1986 tot en met 1989 present bij 78 voetbalwedstrijden, 139 protestacties en 6 'feestelijke' gebeurtenissen, waaronder de T T in Assen en de jaarwisseling in Den Haag. Gewapend met een cassetterecorder, een camera en een politiescanner zocht hij
VU MAGAZINE OKTOBER 1993
de plaatsen op waar een rel dreigde.. Hij heeft dus niet - wil de verslaggever dat goed begrijpen? - demonstranten, poHtieagenten en apen met elkaar vergeleken. Het zou niet de eerste keer zijn dat Adang zijn bevindingen gepresenteerd zag onder de kop: 'Voetbalsupporters zijn net apen' of 'Politieagenten zijn net apen'. De enige overeenkomst met zijn chimpansee-studie, benadrukt hij, is de methode. Adang: "Je kiest van tevoren op grond van hteratuur, gesprekken en video's watje gaat observeren, observeert systematisch en legt de gegevens direct vast. De beperking is dat je geen zicht hebt op alles wat zich vóór de gebeurtenis heeft afgespeeld in achterkamertjes."
O m zelf geen invloed uit te oefenen op de gebeurtenissen zocht Adang tijdens het onderzoek geen contact met supporters, actievoerders of agenten. Helemaal onopgemerkt bleef hij niet. "Er zijn wel eens vier in het zwart geklede demonstranten om me heen komen staan: 'Legitimatie!' Ik heb toen een brief van de universiteit laten zien waarin stond dat ik bezig was met onderzoek naar politieoptreden." Enthousiast: "Er kan zoveel gebeuren datje overal met je neus bovenop wilt staan." Dat brengt ook risico's met zich mee. Bij een vechtpartij op een tribune rukte een jongen die bang was dat Adang een agent of een journalist was, de cassetterecorder uit zijn hand. Maar bang is hij nooit geweest: "Ik heb altijd zo'n positie gekozen dat ik weg kon als ik wilde. Het vervelendste is dat je bij voetballen in vakken zit die op slot gaan." Slechts eenmaal werd Adang op een wel zeer gevoelige manier van toeschouwer deelnemer, toen hij in het gedrang bij het verlaten van een stadion een klap met een wapenstok kreeg die zijn bril vernielde.
Voorgangers Adang is niet de eerste Nederlandse gedragswetenschapper die zich bezighoudt met rellen. Al in 1962 probeerde de criminoloog Buikhuisen de relbelustheid te bestrijden die zich rond de jaarwisseling meester maakt van de Haagse jeugd. Buikhuisen liet studenten in groepjes van twee door de risicobuurten wandelen en duidelijk hoorbaar teksten uitspreken als: "Ik ga naar huis, daar is het lekker warm. Er gebeurt toch niks. W i m
29
VU MAGAZfNE OKTOBER 1993
*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's