VU Magazine 1993 - pagina 444
en eerste Her wa die tv aalfde oktober - de dag \Va3rop bekend werd dar Jan de
Amerikanen Robert Fogel en Douglass ý'orrh dit jaar de Nobelprij voor econorme v a roegekend - een drukte an belang op de economi che redactie van een groot Iandelijk ochtendblad. Fogel en North? Nooie van gehoord. En de eigen docurnentatie-afling gaf ook al geen uit luit el. Maar gelukkig wa er die ene tagiair die, v66r zijn LOI- tudie journali tiek, ook nog een blaud
maandag econornie had gedaan. HEr op af, jong", klonk het du , "en zorg dat je terugkornt met een verhaal!" En dat kwarn de ragiair. Nij er peurwerk leidde hem tot de ontdekking, dat het werk we
van met name Fogel weI een omstreden wa genoemd, en in 197-+ zelfs even ;/1 opspraak wa gewee t. In een dat jaar ver chenen rudie had de econoom namelijk de Iavernij een weli waar onmen elijk, maar nietternin econornisch efficient y teem genoemd. "Nobelprij voor verdediger van 'zuiver kapitalisme"', kopte de krant du ' anderendaags. En: "Nobelprij winnaar vindt lavernij efficient' . Het wa me wat! Alhoewel... Men hoeft warempeI geen econoom te zijn om in te zien dat lavernij, puur economi ch gezien, efficient is, of - ander voorbeeId dat de , eg van A naar B nog altijd het suel t worde afgeIegd door alle verkeersregeIs en nelheidsIimieten aan de laar te lappen, maar dat men diezelfde route anderzijd weer hee voordeligst aflegt door zonder kaartje in de trein te tappen. Dat zijn stuk voor tuk feitelijke con tateringen waarvan het werkelijkheid gehalte weten chappelijk kan worden vastge teId. let anders is, uiteraard, of men zo'n onom totelijk feit ook tot
beleid matig uitgangspunt moet kiezen; want dan is die con tatering niet Ianger waardenvrij. Maar dar heeft niemand Fogel horen roepen! Een chandaaI? Nee, hooguit een verhaaI dar illu treert hoe dom een journali t kan zijn, hoe triviaal de economische wetenschap eigenlijk is, en hoe moreel on erantwoord een poIitiek beleid dat Iouter en alleen op economi che inzichten gebaseerd
2 .
'"" 'l93
i
.
Gert J. Peelen
u
I
Beloning We leven In een postmaterialistrsche sarnenlevmq, beweren sornrruqe maatschappijwetenschappers. In zo'n samenleving is geld en bezit niet het hoogste wat er IS; waarden als gel uk, welzijn, goede werkverhoudingen en een schoon milieu worden hoger aangeslagen. Oat uitgangspunt lijkt ook dr. G. van der Linden te hanteren in een proefschrift over de betekenissen van loon en beloningen waarop hij aan de Rljks Uruversiteit Groningen gepromoveerd is. Zijn stelling IS dat schouderklopjes beter motiveren dan loon. Een verhoqinq van het loon motiveert maar kort. Hun loon ervaren de werknemers als een gegeven. Een werkelijke beloning bestaat niet zozeer uit een hoger salaris, maar eerder uit schouderklopjes, meer beslissingsbevoegdheden en een grotere vrijheid van werken zonder de controle van de directe chef. Van der Linden vindt dat de manier waarop traditioneel vanuit het bednjfsleven gekeken wordt,
c
T van bovenaf gecontroleerd moeten worden. De werknemers knjqen meer vera nt-
woordelijkheid,
ze
worden
geacht als volwassenen te kunnen functioneren en het management zal hen daarbij moeten coachen. Het beeld dat Van der Linden schetst van de motivaties van werknemers oogt zeer idealistisch. Alsof geld niet telt. Maar hij geeft zelf wei aan dat die houding niet bij iedereen aangetroffen kan worden. De slechtbetaalde werknemer zal toch een wat ander idee hebben over de betekenis van een loonsverhoging. De onverschilligheid daarover, zou je kunnen zeggen, is een luxe positie. Zoals een miljonair schouderophalend kan zeggen dat geld hem niet interesseert; achteloos spendeert hij het aan zijn dure zeiljacht of zijn buitenhuisje in het groen. Wie het al goed heeft, zal zich over een schaal of periodiekje extra weinig kopzorg rnaken. voo: wie de touwtjes moeilijk aan elkaar kan knopen, zal een loonsverhoging vermoedelijk toch nog altijd behoorbjk motiverend werken. Zo postmaterialistisch is de samenleving nu ook weer niet. (KN)
Deskundig
verouderd is. Het gedrag van de werknemer valt met het loon nauwelijks te sturen. Het netwerk van onderhnge relatres is uitermate belangrijk. Het management dient volgens Van der Linden met aileen In kennis of intellect te mvesteren, maar ook In relaties. Zijn Ideeen plaatst Van der Linden In het kader van een geheel andere omgang van de leldinggevende met zijn medewerkers. Veel minder dan voorheen zal het werk
De macht van de deskundigen is veel gehekeld. Welzirnswerkers, medici, pedagogen vertellen precies hoe sociaal we moeten zijn, wat we mogen eten en wat we moeten laten staan, en hoe de kinderen op te voeden. Door die macht van de deskundigen, zeggen diverse cri-
tici, leren de burger het at om zelfstandig na te den ken en eigen oordelen te vormen. De deskundiqe bevoogt de burger. Is die deskundige wei zo machtig en de burger zo weerloos? Die vraag stelde de Utrechtse sociologe Ingrid van Lieshout zich. Haar ant-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
VU-Magazine | 484 Pagina's