VU Magazine 1995 - pagina 352
bedoeld, en andere technisch klinkende uitdrukkingen en afkortingen. Dat is allemaal bedoeld om het bloed en de smurrie weg te denken en de zaal< zo clean mogelijk te laten lijken. Maar het was helemaal niet zo'n schone oorlog. We zijn als kijkers alleen op het verkeerde been gezet omdat al het alcelige dat nu eenmaal bij een oorlog hoort, op systematische wijze buiten beeld is gehouden. Dat demonstreert scherp inzicht van overheidswege in het feit dat het tonen van reëel geweld de aanmelding van vrijwilligers bij het leger niet bepaald bevordert, maar veeleer weerstand onder de bevolking zal wekken. Reëel geweld roept een anti-agressiesfeer op."
den het helemaal niet leuk; zij vonden het zielig voor de clown. Bij die gelegenheid leerden ze dat hun medelijden gold als een ongepaste reactie. Ze zagen de andere kinderen lachen en lachten even later even hard mee." De agressieve uitwerking van een film hangt ook samen met de vraag in hoeverre identificatie met de hoofdrolspeler plaatsvindt. Vooral in kinderfilms wordt, om educatieve redenen, een scherp onderscheid gemaakt tussen goed en kwaad. Er mag geen enkel misverstand zijn: een boef moet onmiddellijk als slechterik herkenbaar zijn, terwijl de held een louter nobelheid moet uitstralen. Een kind moet zich probleemloos kunnen identificeren met degene die het kwaad bestrijdt. De consequentie hiervan is echter wel dat de held zich alles kan permitteren. Als de held de boef neerschiet, mogen de kinderen juichen. Als het maar van de goede kant komt, zo leert het kind, is geweld kennelijk helemaal geen probleem. Vooral in jeugdfilms vindt bovendien een romantisering plaats van het geweld. Een serie als 'The A-team' bijvoorbeeld is uiterst gewelddadig, maar de gevolgen van het geweld worden consequent buiten beeld gehouden. Er wordt geschoten met een mitrailleur, maar al wat je ziet zijn kogelgaatjes in een autovenster; een auto schiet een aantal malen over de kop, maar de bestuurder weet net op tijd via het portierraam te ontsnappen. Geen bloed te zien; dat een mens door geweld gewond kan ral<en of zelfs dood kan blijven, lijkt in zulke televisieseries een onvoorstelbare gedachte. Van der Voort: "De maimers van zo'n serie laten de consequenties van het geweld uit educatieve overwegingen weg; ze willen de kinderen beschermen tegen al te gruwelijke beelden. Maar misschien zou het op educatieve gronden beter zijn die gevolgen wèl te laten zien, zodat ze doordrongen raken van de negatieve gevolgen van al dat geweld. Maar dan is zo'n serie niet meer geschikt voor kinderen en moet je weer een heel ander programma maken."
Waar reëel geweld dus doorgaans afkeer oproept, leidt de fictieve vorm nogal eens tot instemming. Maar ook die regel telt belangrijke uitzonderingen. Een film als 'Schindler's list' bijvoorbeeld is zeer gewelddadig. Toch zullen weinigen na afloop van de film in een agressieve stemming de zaal hebben verlaten. De film laat de gruwelijkheid van het geweld zien en nodigt niet uit tot instemming met de plegers daarvan maar wekt juist sympathie met de slachtoffers; een soort sympathie dat vergelijkbaar is met de gevoelens die uitgemergelde krijgsgevangenen achter prikkeldraad in het voormalige Joegoslavië opgeriepeu; juist ook vanwege de associatie met de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog. Van der Voort: "Dat zulke beelden zoveel indruk malcen, heeft ook te malcen met de dosering van geweld. Vaal< wordt beweerd dat er in het journaal zoveel geweld is te zien, maar het is maar de vraag of dat waar is. Bij een terreuractie is zelden een camera aanwezig. Beelden van geweld krijgen we heel gedoseerd voorgeschoteld en daarom raken we er niet echt aan gewend. Om die reden ook kunnen beelden van mensen achter prikkeldraad juist sensibiliserend werken." Het grootste gevaar van een overdosis mediageweld ziet Van der Voort dan ook niet in de toename van agressie, maar eerder in een emotionele afstomping bij het zien daarvan. "Dat gevolg is in wetenschappelijk onderzoek heel overtuigend aangetoond. We herkennen het in onszelf en het overkomt niet alleen kinderen maar ook volwassenen. Als je iets verschrikkelijks vele malen herhaald ziet, wordt het steeds minder erg. Een dagelijkse confrontatie met uitgemergelde Afrikaanse kindertjes nret oedeembuiken mist dan op den duur iedere uitwerking. Het is van ons uit gezien misschien niet eens zo'n ongezonde reactie om daar niet dagelijks opnieuw ondersteboven van te zijn. Maar het leidt op den duur wèl tot onverschilligheid."
CLEAN
Romantisering leidt gemakkelijk tot instemming met geweld. Zo'n romantisering vindt plaats bij fictief geweld. Echt geweld, zoals dat te zien in bijvoorbeeld documentaires of het journaal, is echter niet fictief en heeft dus ook niets romantisch. Weinig mensen genieten van beelden na een bomexplosie of na een gasaanval op metropassagiers; zulke beelden roepen louter afkeer op. Toch leent ook echt geweld zich soms voor romantisering. Dat gebeurde bijvoorbeeld ten tijde van de oorlog met Irak. De autoriteiten herinnerden zich maar al te goed het effect van realistische oorlogsbeelden tijdens de Vietnamoorlog: die beelden ondermijnden de binnenlandse moraal en kweekten een anti-oorlogsstemming. Dat mocht niet weer gebeuren. Daarom werd het geweld in Irak geromantiseerd tot een video-spelletje, door alleen pluimpjes op een scherm te laten zien wanneer een vliegtuig bommen afwierp. Van der Voort: "Toenmalig minister-president Liibbeis spral<: er zijn dankbaarheid over uit dat in die oorlog nauwelijks slachtoffers waren gevallen. Maar aan Iraalcse kant waren wel degelijk tienduizenden mensen gedood; ze waren alleen niet te zien, dus bestonden ze niet. Er werden ook uitdrukkingen gebruikt als collateral damage, waarmee slachtoffers onder de burgerbevolking werden WETENSCHAP,
CULTUUR
Emotionele afstomping, vindt Van der Voort, is bij een videofilm als 'Faces of Death' dan ook een reëler gevaar dan agressieverhoging. Hij verwacht overigens dat over een poosje de belangstelling voor zulke films wel weer zal afnemen. Op een gegeven moment is het nieuwtje er gewoon af. Waar die fascinatie met echte gewelddadigheid in videofilms vandaan komt, weet Van der Voort echter ook niet precies. Hij denkt dat het vergelijkbaar is met het oploopje dat als vanzelf ontstaat op de plaats waar een ongeluk is gebeurd; of het gevoel van opwinding dat zich van bijna iedereen meester maalct wanneer er in de buurt brand uitbreekt. Veel mensen zijn nieuwsgierig, ze willen schokkende dingen zien. Allemaal heel begrijpelijk en heel menselijk.
e) SAMENLEVING
58
- JULI/AUGUSTUS
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's