VU Magazine 1995 - pagina 229
NAVO Willy Claes dat de islam beschouwd moet worden als de nieuwe vijand van het Westen, nu het communisme heeft afgedaan. Het zijn vooral de radikale en fanatieke geluiden uit een land als Iran en de steeds bloediger alcties van onder anderen de Algerijnse islamisten die in het Westen de aandacht trekken. Islam lijkt voor sommigen synoniem met gewelddadigheid en onderdrukking. Termen als fundamentalisme, terrorisme en islamisme worden door elkaar gebruikt. Volgens Goodwin is gebrek aan kennis over de islam een van de oorzaken van de stereotiepe beeldvorming in het Westen. "Onwetendheid is een goede voedingsbodem voor angst," schrijft ze. In haar boek waarschuwt ze er herhaaldelijk voor 'de' islam niet te identificeren met zijn meest extremistische vertegenwoordigers. Er is veel te weinig oog voor de verschillende stromingen en variaties binnen de islam. Zelfs in een militante groep als de 'Islamitische Bewustwordingsbeweging' in Soedan worden verschillende opties besproken: "De islam komt via de evolutie als men toestaat dat de islam in vrede komt, of via de revolutie. Het is aan de moslims om te bepalen wat het islamistische geloof is en of het militant is," aldus de leider van de Soedanese beweging. Vanuit het Westen wordt de situatie vaak erg gesimplificeerd, meent Goodwin. Niet elke moslimfundamentalist staat gebruik van geweld voor, en omgekeerd is niet elke militante aanhanger van bijvoorbeeld Hamas een moslim. Onder de leden van Hamas bevinden zich verscheidene christenen. Ondanks haar waarschuwingen tegen stereotiepen en simplificaties biedt Goodwins studie zelf weinig aanknopingspunten voor een genuanceerd beeld. Op iedere bladzij van haar boek wordt duidelijk dat de successen van de fundamentalisten overal en zonder uitzondering een ernstige verslechtering van de situatie voor vrouwen hebben opgeleverd. Elke vrouw die het gewaagd heeft te protesteren tegen de haar opgelegde beperkingen, kreeg te malden met represailles, ernstige bedreigingen en in veel gevallen met gevangenschap. In Egypte staat schrijfster Nawal elSaadawi die de strijd tegen de vrouwenbesnijdenis heeft aangebonden, al
Benazir Bhutto als eerste vrouwelijke premier van Palcistan aan de macht kwam, heeft men gehoopt dat deze wet eindelijk gewijzigd zou worden, maar tot op heden is er niets veranderd. Ook in Iran is verdenking van overspel een reden om vrouwen op te pakken en met zweepslagen of door middel van steniging ter dood te brengen. Bovendien is het mannen bij wet toegestaan hun vrouw te vermoorden, als ze naar zijn mening ontrouw is geweest. In een land als Iralc, dat voor de Golfoorlog bekend stond om zijn vooruitstrevende wetgeving ten aanzien van vrouwen, is de regelgeving bij verkrachting milder, maar nog altijd weinig bemoedigend voor vrouwen. De Iraakse wet verplicht de dader in geval van verkrachting met zijn slachtoffer in het huwelijk te treden. Betreft het een misdrijf met een getrouwde vrouw dan dient de verkrachter niet de vrouw maar haar echtgenoot met een geldsom schadeloos stellen. Met een eindeloze reeks van dergelijke verhalen laat Goodwin zien dat het mechanisme steeds en overal hetzelfde is. In armoede en bij slechte economische vooruitzichten worden de traditionele geloofswaarheden opnieuw aantrekkelijk. De islamisten grijpen hun kans, lenigen de ergste nood en mal<en vrouwen tot doelwit van hun alcties. Met een beroep op de eerbaarheid van de vrouw wordt allereerst de sluier verplicht gesteld en verliezen vrouwen vervolgens hun bewegingsvrijheid en een groot aantal van hun rechten. Saddam Hoessein die voor de Golfoorlog nog verkondigde "dat er geen vrijheid in Iralc kan bestaan, zolang de Iraal<se vrouw niet bevrijd is," maalct zich tegenwoordig sterk voor de sluier, die hij propageert als een anti-westers kledingstuk. Om de aandacht af te leiden van de door de oorlog en het handelsembargo aangerichte ellende, is een flirt met de godsdienst geen stomme zet. Maar vrouwen betalen de prijs. Overal waar een islamitisch fundamentalisme aan de macht komt, verliezen vrouwen hun rechten. Of, omgekeerd zoals een New Yorkse politicoloog eens zei: "Vrouwen zijn het symbool van de mate waarin mannen betrokken raken bij de islam."
jaren onder censuur. Vrijwel dagelijks wordt de inmiddels 63-jarige Saadawi door de aanhangers van de Moslimbroederschap met de dood bedreigd. De Jordaanse journaliste Toedjaan Faisal overkwam hetzelfde. Omdat ze zich in haar werk kritisch over de islamisten had uitgelaten, en ze het bovendien gewaagd had zich kandidaat te stellen bij de verkiezingen, werd Faisal voor het gerecht gedaagd wegens geloofsafval. Intimidatie en bedreiging maakten vervolgens zowel haar huwelijk als haar carrière kapot. Sindsdien is haar werk verboden, leeft ze in bittere armoede en houdt ze zich schuil voor haar tegenstanders die haar dood wensen. Ook de boeken en artikelen van Dtiabia Chamies uit Dubai staan al jaren op de zwarte lijst en de auteur zelf kwam de twijfelachtige eer toe de eerste vrouwelijke politieke gevangene van het sjeikdom te zijn. Chamies overleefde eenzame opsluiting en marteling, maar ook nu ze weer op vrije voeten is, zijn doodsdreigementen aan haar adres nog aan de orde van de dag. VERKRACHTING
Niet alleen wie openlijk verzet pleegt, loopt grote risico's; de afgelopen jaren zijn in veel islamitische landen vrouwen zonder enige aanwijsbare reden slachtoffer geworden van eenzame opsluiting en marteling. De Pakistaanse weduwe Achmedi Begoem was net grootmoeder geworden, toen ze plotseling door een groep politiemannen uit haar huis werd gehaald. Ze werd onderworpen aan "ernstige seksuele martelingen", zoals het medisch rapport zegt, en kwam pas bij haar vrijlating achter de reden van haar arrestatie. Begoem was één van de vele Pakistaanse vrouwen die op verdenking van zina werd opgepakt. De misdaad zina , ofwel seks buiten het huwelijk, omvat ontucht, overspel en verkrachting en kan bestraft worden met zweepslagen, gevangenisstraf en, als de overtreders gehuwd waren, zelfs met dood door steniging. De Palcistaanse zina-wetten zijn berucht: een verkrachte vrouw heeft volgens deze wet vier mannelijke getuigen nodig om een verkrachting te bewijzen. Heeft ze die niet, dan wordt haar aanklacht beschouwd als een bewijs voor het feit dat ze zina gepleegd heeft en wordt ze dus zelf vervolgd. Toen
WETENSCHAP,
CULTUUR
&)
43
SAMENLEVING - MEI
Naar aanleiding van: Jan Goodwin: De tol van de eer, Bruna.
I99S
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's