VU Magazine 1995 - pagina 313
E E N G A T I N D E KOKOSKRANS FRANK
DE
GRAAF
Op de opiniepagina's van de dagbladen slaan economen elkaar om de oren met cijfers, percentages en rekenmethoden. Politici proberen economen voor hun karretje te spannen. De consensus binnen de economische wetenschap lijkt geheel verdwenen. Bestaan er eigenlijk nog harde cijfer si
E
conomie is een kokoskrans", zei de nestor van de Nederlandse economie, Jan Pen, onlangs in een interview. "Het gaat over prijzen, rente en werkloosheid, maar wat er in de hoofden van mensen omgaat weten we niet. De economie spreekt van welvaart, maar weet niet wat dat is." Pen stelt hiermee dat economen zich met zaken bezighouden die uiteindelijk niet in statistisch onderzoek zijn uit te drukken. Wetenschappers mogen zich niet alleen verschuilen achter de uitkomsten van hun onderzoek; verhalen hebben maatschappelijke consequenties. Maar voor de samenleving is statistisch economisch onderzoek niet het enige wat telt. Pen kijkt dan ook niet op van hevige discussies in zijn wetenschap: het gat in de kokoskrans laat zich op uiteenlopende manieren vullen. Pen stapt hiermee af van het vooruitgangsidee dat de vorig jaar overleden prof.dl Jan Tinbergen had, toen hij na de oorlog het Centraal Plan Bureau (CPB) oprichtte. De wereldberoemde econometrist en Nobelprijswinnaar hoopte de politieke besluitvorming met 'objectieve' modellen en berekeningen op een hoger niveau te brengen. Doordat gevolgen van beslissingen precies konden worden doorberekend, werd de economie beheersbaar. Tinbergens CPB zou gegevens produceren waar politici niet omheen konden. Het liep anders. Lange tijd slikten werknemers en werkgevers in adviesorganen als de Sociaal Economische Raad (SER) de cijfers en daaruit voortkomende adviezen van Tinbergen als
zoete koek. Maar toen een nieuwe garde economen, vaak door Tinbergen zelf opgeleid, het voor het zeggen kreeg bij de maatschappelijke organisaties, werden de modellen onderwerp van discussie. Werknemers verzetten zich in de jaren zestig tegen de politiek van loonmatiging door de vooronderstellingen in de CPB-modellen aan te vallen. Bepaalde factoren moesten in het model worden opgenomen (bijvoorbeeld het economische voordeel van hoge lonen), terwijl andere zaken (de goede concurrentiepositie door lage lonen) teveel aandacht kregen. De exacte uitkomsten en daardoor ogenschijnlijk heldere adviezen van economen, werden discussiemateriaal. Doordat er geen onafhankelijke autoriteit meer werd erkend, was de consensus in de Nederlandse overlegeconomie fundamenteel ondermijnd. BETUWELIJN Niet alleen binnen de SER ontstond steeds meer discussie over de gevolgde economische methoden. Langzaam ontstond er een keur aan scholen met allemaal hun eigen opvatting over de juiste methoden en de gewenste inrichting van de economie. Om deze reden staan de kranten momenteel vol met aanvallen van economen op collega's. Zo begon na het verschijnen van een onderzoek naar het rendement van de Betuwelijn, uitgevoerd door hoogleraar BomlioJJ van Nijenrode, een hevige discussie over de door hem gebruikte methode. De econoom vergeleek het infrastructurele werk met een aantal al
WETENSCHAP,
CULTUUR
et) SAMENLEVING 19
- luiilAUGUSTUS
uitgevoerde projecten en kwam op grond daarvan tot de conclusie dat de Betuwelijn erg rendabel zou zijn. De reacties op zijn rapport logen er niet om. In alle landelijke kranten trokken collega's van leer tegen het 'slechte' onderzoek. De econoom Muller, verbonden aan de Erasmus Universiteit, sprak zelfs over "drogredenaties", het rapport "rammelde aan alle kanten". In een zeer theoretisch artikel vergeleek hij Bomhoff's methoden met het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer: "Een kind kan zien dat het niets om het lijf heeft, maar praktisch niemand durft dit hardop te zeggen." De vooraanstaande milieu-activist Wouter van Dieren, lid van de Club van Rome, leeft zelfs in totale onmin met economen. Hij schreef in 'Trouw' een artikel met als titel 'Tien stellingen om economen te beledigen'. De wetenschappers zijn zo gefixeerd op economische groei, dat ze een gevaar vormen voor het milieu, is zijn stelling. De reactie van hoogleraar macroeconomie Sweder van Wijnbergen was minstens zo fel. In 'Een stelling tegen Wouter van Dieren' verweet hij de milieuactivist een fanatisme dat te vergelijken is met de mannenhatende feministen van het eerste uur. Van Dieren leverde een belangrijke bijdrage aan de bewustwording van de milieuproblematiek, schreef de Amsterdamse hoogleraar, maar doordat hij hier de statistiek op een verkeerde manier gebruikt, stelt hij de milieubeweging in een kwaad daglicht. 199s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's